Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “facetogen

Thuiswerk

Thuiswerk, een in 2020 noodgedwongen ingevoerde werkwijze. Zelf was ik twintig jaar eerder al aan het thuiswerken en ik vond het een ramp. De hele dag niemand zien, geen collega om mee te overleggen, zelf tussendoor koffie zetten en drinken, een maaltijd in elkaar flansen, thee zetten, thee drinken, geen enkel contact, ik vond het een verschrikking, ook al omdat er verder niemand in huis was. Even is misschien nog wel leuk, maar jaar na jaar na jaar na jaar ….., bedenk het zelf maar. Maar ja …. In de afgelopen week was ik weer aan het “thuiswerken”, nu in de natuur, in eigen tuin. Een beetje als afscheid van de zomer. Er kwam nog een Citroenvlinder langs,

Citroenvlinder

die heel lang op dezelfde plant bleef foerageren zodat ik z’n slingerende roltong ook nog mooi in beeld kon brengen.

Citroenvlinder (detail)

Bovendien kwam er een Bruinrode heidelibel langs (geen hangsnor) die ook nog van de laatste restjes zonnewarmte aan het genieten was.

Bruinrode heidelibel

Omdat het al redelijk koud was zat er ook weinig beweging in de libel, deze had echt warmte nodig en bleef stil zitten.

Bruinrode heidelibel (detail)

En tenslotte kwam er op een trieste, grijze dag regelmatig een Gaai inspecteren of de eikels al “gaar” waren. Nog niet helemaal, dus maar even afwachten.

Gaai

Het tekent wel het beeld van de laatste week, nog wat zonnewarmte, nog hier en daar een vlinder, nog een libel en uitkijken naar de herfst. Dit soort “thuiswerk” bevalt me dan wel.


Boerenwormkruid met (1)

De bermen zijn momenteel vaak geelgekleurd. De reden is vooral het Jakobskruikruid, maar er is een andere plant die ook hier en daar in grote hoeveelheden voorkomt, het Boerenwormkruid. Een eigenaardige naam, een naam met historie, want de plant werd vroeger onder anderen gebruikt om wormen uit het darmkanaal te verdrijven. In de plant zit het giftige thujon, dat worm afdrijvend is. Overigens niet alleen bij boeren, maar die zullen de werking wel ontdekt hebben. En zoals met alles, teveel gif is nooit goed. Dus ook hier geldt inname met mate.

Ik zag een mooi partijtje van dit wormkruid staan en ben maar eens gaan kijken. Eerst kwam ik langs een afsluitboom, opgehangen aan een thermisch verzinkte paal. Op die paal zat een Bloedrode heidelibel. Normaal zou ik deze foto niet laten zien, maar op de achtergrond staat een groene jerrycan. Gedumpt in de vrije natuur. Denkelijk zit daar een veel zwaarder gif in, dus heb ik hem wijselijk links laten liggen (staan eigenlijk).

Bloedrode Heidelibel

Gauw door naar het wormkruid. Het was er een af- en aanvliegen van insecten en kruipers. Zoveel dat ik deze fotosessie in tweeën heb gesplitst. Eerst een kleine zweefvlieg, de Snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus), de meest gebruikte naam. In het kleurpatroon van het achterlijf kun je tweemaal een soort van snor ontdekken.

Snorzweefvlieg

Het is maar een kleine zweefvlieg, maar als je hem vergelijkt met het knutje hieronder links onderaan op de foto lijkt hij wel een reus. De tweede naam die voor deze soort ook vaak wordt gebruikt is Pyjamazweefvlieg.

Pyjamazweefvlieg

Dan zijn we er nog niet, want ook Dubbelbandzweefvlieg en zelfs Cocacolazweefvlieg zijn namen die voor deze soort worden gebruikt. Omdat de onderstaande stil bleef zitten kon ik ook nog even voor de facetogen gaan.

Dubbelbandzweefvlieg / Cocacolazweefvlieg

Een volgende keer volgt de rest van de andere bloembezoekers. Toen ik weer vertrok zat de Bloedrode heidelibel intussen op de afsluitboom. Niet de mooiste plaats voor een natuurlijke omgeving, maar zo kon ik hem wel goed bekijken. Wel met veel schaduwwerking zodat het lijkt alsof de vleugels dubbel zijn uitgevoerd. Opvallend is het ingesnoerde achterlijf, waardoor zeker is dat het hier een mannetje betreft.

Bloedrode heidelibel (m)

Ik mocht zelf met de camera zo dichtbij komen dat er een detailfoto mogelijk was. Daardoor werden weer die facetogen zichtbaar en ook de fijne structuur van de vleugels.

Bloedrode heidelibel (m)

Wikipedia vermeldt dat volgens sommige soorten volksgeloof het Boerenwormkruid afweer zou bieden tegen hekserij, spoken en onweer. Dat zal wel, in elk geval kon het geen afweer bieden tegen het dumpen van een jerrycan met wie weet wat voor troep erin.


Wantsjes

Wantsen, overal wantsen, zo leek het wel. Het zal er wel de tijd voor zijn. Wat me opviel dat is dat ik bijna alleen maar juveniele wantsjes te zien kreeg. Voordat een wants volwassen is doorloopt bij een aantal stadia, sommige wel tot vijf in het getal. Instar 1 t/m instar 5 heet dat ook wel. Vandaag twee soorten. De eerste is de gemakkelijkste om op naam te brengen. Het is een juveniele Groene Stinkswants, hooguit een kleine centimeter lang.

Groene stinkwants (juv)

Maar de volgende soort is voor mij moeilijker op naam te brengen, denkelijk is het een instar van de Snuitkeverwants, en minder waarschijnlijk is het die van een Troilus Luridus, maar geen van beiden is wat mij betreft zeker. En door drukke bbhh heb ik ook niet de tijd om het allemaal even uit te zoeken. Vandaag blijft het bij “wantsje”. Ook niet langer dan een dikke halve centimeter.

wants (juv)

Ondanks dat deze zo klein is lukte het me toch om z’n facetogen in beeld te krijgen.

wants (juv; detail)

Je zou aan de hand van de onderstaande foto kunnen denken dat hij een middenpoot heeft. Het aanhangsel onder z’n kop is echter z’n zuigsnuit, waarmee hij sappen opzuigt zoals wij dat doen met limonade in een rietje.

wants (juv)

Nee, niets is minder waar. Ook als juveniele exemplaren zijn sommige wantsen al echte rovers. Het exemplaar hieronder heeft een bladhaantje te pakken gekregen. Daarna wurmde hij zijn zuigsnuit tussen de dekschilden van de kever.

wants (juv) met prooi

Dan spuit hij maagsappen in de kever, waarna die van binnen min of meer oplost, zodat de wants de inhoud kan opzuigen. Nee, het zijn zeker geen lievertjes. Klein, maar dapper denk ik dan altijd maar.