Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “geertsines

Wantsjes

Wantsen, overal wantsen, zo leek het wel. Het zal er wel de tijd voor zijn. Wat me opviel dat is dat ik bijna alleen maar juveniele wantsjes te zien kreeg. Voordat een wants volwassen is doorloopt bij een aantal stadia, sommige wel tot vijf in het getal. Instar 1 t/m instar 5 heet dat ook wel. Vandaag twee soorten. De eerste is de gemakkelijkste om op naam te brengen. Het is een juveniele Groene Stinkswants, hooguit een kleine centimeter lang.

Groene stinkwants (juv)

Maar de volgende soort is voor mij moeilijker op naam te brengen, denkelijk is het een instar van de Snuitkeverwants, en minder waarschijnlijk is het die van een Troilus Luridus, maar geen van beiden is wat mij betreft zeker. En door drukke bbhh heb ik ook niet de tijd om het allemaal even uit te zoeken. Vandaag blijft het bij “wantsje”. Ook niet langer dan een dikke halve centimeter.

wants (juv)

Ondanks dat deze zo klein is lukte het me toch om z’n facetogen in beeld te krijgen.

wants (juv; detail)

Je zou aan de hand van de onderstaande foto kunnen denken dat hij een middenpoot heeft. Het aanhangsel onder z’n kop is echter z’n zuigsnuit, waarmee hij sappen opzuigt zoals wij dat doen met limonade in een rietje.

wants (juv)

Nee, niets is minder waar. Ook als juveniele exemplaren zijn sommige wantsen al echte rovers. Het exemplaar hieronder heeft een bladhaantje te pakken gekregen. Daarna wurmde hij zijn zuigsnuit tussen de dekschilden van de kever.

wants (juv) met prooi

Dan spuit hij maagsappen in de kever, waarna die van binnen min of meer oplost, zodat de wants de inhoud kan opzuigen. Nee, het zijn zeker geen lievertjes. Klein, maar dapper denk ik dan altijd maar.


Opperbevelhebber rups

Tijdens een ritje door de velden vielen de enorm grote hoeveelheden van het Jacobskruidkruid me op. Op sommige plaatsen staan vooral de bermen er vol mee. Onschuldig is deze plant niet helemaal. Wikipedia meldt dat het Jakobskruiskruid giftig is voor de meeste zoogdieren en ook voor de mens, doordat het zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. Vooral bij paarden en runderen kan het gif in de plant leverschade veroorzaken. Bij de mens bijvoorbeeld kan aanraking van de plant een allergische reactie uitlokken. Maar vlinders kijken niet zo nauw, ze hebben toch niet zo lang te leven. Zo zat er een Koevinkje heerlijk te smullen op een dergelijke plant.

Koevinkje op Jacobskruiskruid

Evenzo een Oranje zandoogje die bijna opging in de zee van bloemen. Op de foto hieronder is ook nog een zweefvlieg zichtbaar en hij was al half ondergedoken in het geel.

Oranje zandoogje op Jacobskruiskruid

Mijn doel was om op de Kapellepôle wat libellen of juffers te fotograferen. Echter, ze waren er niet. Dat hadden de fotomaatjes J&J tijdens een bezoek eerder deze maand ook al geconstateerd, maar ik dacht dat het ontbreken tijdelijk zou zijn, maar nee hoor, niets te zien deze keer. Zelfs de heide vertoonde nog geen spoor van bloei.

Wel slingerde aan een grasspriet een sprinkhaan heen en weer en daardoor was fotograferen bijna onmogelijk. Zo te zien was dit nog een onvolwassen exemplaar. Ik kan dan ook niet bepalen welke soort het is. Wel is duidelijk dat we hier te maken hebben met een langsprietsprinkhaan.

langsprietsprinkhaan

Met moeite kon ik nog z’n oog in beeld krijgen. Veel is het deze keer fotografisch niet geworden, maar gelet op de windomstandigheden moest ik het er maar mee doen. Toch nog iets gevonden op de Kapellepôle.

langsprietsprinkhaan (detail)

Maar gauw naar huis dacht ik. Totdat ik ineens op de onderstaande rups stuitte.

Elzenuil

Eerst opgerold maar hij wilde zich ook nog wel in de volledige lengte laten zien. Als deze rups een militair zou zijn dan zou hij wel opperbevelhebber moeten zijn met z’n dertien gouden strepen. Dat doet geen generaal hem na.

Elzenuil

Maar het ligt anders, deze moet ook gewoon de kost opdoen door op bladeren te kauwen. Overigens straalt ook hier de felle gele kleur uit dat hij niet gegeten wil worden, hij doet daarmee alsof hij giftig is.

Elzenuil (detail)

Hij hoort bij de Elzenuil (Acronicta alni), een overigens niet erg opvallende nachtactive nachtvlinder. De vlinder is op zich vrij zeldzaam. Dat zal wel de reden zijn dat dit de eerste keer is dat ik deze opperbevelhebber-rups heb gezien.


In verval of niet

In augustus 2018 was het feest in de toenmalige culturele hoofdstad van Europa, namelijk Leeuwarden. Er werden allerlei kunstprojecten bedacht in die tijd. Een kunstproductie die niet in de “agenda” werd opgenomen was het werk in het kader van “WOODlandart”. In dat kader stonden er bij De Veenhoop een tweetal kraanvogels uitgevoerd in wilgentenen. Destijds beviel het werk me wel, het had wel iets. De onderstaande foto gaat daarom even in de herhaling, zo zag het geheel er uit in 2018.

Kraanvogels in wilgenteen

In de afgelopen week was ik niet van plan er op uit te trekken, maar het weer was zodanig dat het nauwelijks droog bleef in m’n achtertuin. Dus ben ik op een dag dat de zon even tussen de buien door scheen toch maar in het veld gaan kijken, even afleiding. Weer kwam ik langs die kraanvogels bij De Veenhoop, die toepasselijk vlak bij de “Kraenlânnen” (Kraanlanden) staan.

“vervallen” kraanvogel in wilgenteen

Helaas, ze waren ernstig in verval, het is geen gezicht meer. Triest eigenlijk. Het past wel een beetje bij deze week met overstromingen, doden, evacuaties, rampscenario’s. Ook triest, nog veel en veel triester. Daarbij vervalt een afgetakeld kunstwerk in het niet. Ik had geen eeuwigheidswaarde van deze kunst verwacht, maar dit kunnen ze beter opruimen, het is wel heel gauw vergaan.

“vervallen” kraanvogel in wilgenteen

Gelukkig was daar ook nog een lichtpuntje, een prachtige Viervleklibel, vier pterostigma’s en vier vlekken op de vleugels.

Viervleklibel

De vooruitzichten van het weer zijn goed, dus misschien dat het de volgende week wat beter toeven is in mijn achtertuin.