Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Libellen

In verval of niet

In augustus 2018 was het feest in de toenmalige culturele hoofdstad van Europa, namelijk Leeuwarden. Er werden allerlei kunstprojecten bedacht in die tijd. Een kunstproductie die niet in de “agenda” werd opgenomen was het werk in het kader van “WOODlandart”. In dat kader stonden er bij De Veenhoop een tweetal kraanvogels uitgevoerd in wilgentenen. Destijds beviel het werk me wel, het had wel iets. De onderstaande foto gaat daarom even in de herhaling, zo zag het geheel er uit in 2018.

Kraanvogels in wilgenteen

In de afgelopen week was ik niet van plan er op uit te trekken, maar het weer was zodanig dat het nauwelijks droog bleef in m’n achtertuin. Dus ben ik op een dag dat de zon even tussen de buien door scheen toch maar in het veld gaan kijken, even afleiding. Weer kwam ik langs die kraanvogels bij De Veenhoop, die toepasselijk vlak bij de “Kraenlânnen” (Kraanlanden) staan.

“vervallen” kraanvogel in wilgenteen

Helaas, ze waren ernstig in verval, het is geen gezicht meer. Triest eigenlijk. Het past wel een beetje bij deze week met overstromingen, doden, evacuaties, rampscenario’s. Ook triest, nog veel en veel triester. Daarbij vervalt een afgetakeld kunstwerk in het niet. Ik had geen eeuwigheidswaarde van deze kunst verwacht, maar dit kunnen ze beter opruimen, het is wel heel gauw vergaan.

“vervallen” kraanvogel in wilgenteen

Gelukkig was daar ook nog een lichtpuntje, een prachtige Viervleklibel, vier pterostigma’s en vier vlekken op de vleugels.

Viervleklibel

De vooruitzichten van het weer zijn goed, dus misschien dat het de volgende week wat beter toeven is in mijn achtertuin.


Keerpunt

Het was weer zover in de afgelopen week, de omslag van de zomer naar de herfst. Voor mij “traditioneel” het moment om in het veld te gaan speuren naar doortrekkers, vogels die in de winter naar het zuiden trekken en in de velden in “mijn fotojachtgebied” even een tussenstop maken om bij te eten en op krachten te komen. Ik ben begonnen in de buurt van de N381 waar je af en toen een “kunstboom” zoals onderstaande kunt aantreffen. Bij de aanleg van het nieuwe deel van die weg werden boomsingels doorsneden en om vleermuizen te helpen toch de oversteek over de weg zonder problemen te maken heeft men hier en daar in de middenberm kunstbomen van cor-ten staal geplaatst. Ook al zou je niet weten wat die dingen betekenen dan kun je aan de uitgesneden vorm nog steeds zien waarvoor deze objecten bedoeld zijn. Volgens de pijl moeten de vleermuizen er overheen vliegen, denk ik, maar dat deden ze toch al wel.

kunstboom

Met de doortrekkers wilde het niet lukken, ze waren er niet. Maar er werd me wel een mooi Hollands plaatje voorgeschoteld met koeien in de wei, een blauwe lucht, een molen en een kerktoren. Veel Hollandser kun je het niet krijgen. Met zo’n uitzicht denk je dat het nog volop zomer is.

weidelandschap met koeien

Bij het parkeerplaatsje van het Diakonievene dacht ik enkel om te keren en naar huis naar de koffie te rijden. Maar na een blik over het toegangshek besloot ik toch even binnen de afrastering te kijken. Op de foto hieronder zie je linksonder nog net de schaduw van het toegangshek. rechtsonder op de foto, vlak achter de afrastering, stond de eerste parasolzwam. Verderop stonden er nog veel meer.

Diakonievene

Ik had geen macrolens bij me en had trek in koffie en ben daardoor nauwelijks het terrein op geweest maar kon toch de volgende parasolzwammen al weer vastleggen. Als “eitje”,

parasolzwam

als geschubd “eitje”

parasolzwam

en van onderen waardoor die bekende losse ring en de vele plaatjes zichtbaar worden.

Grote parasolzwam

Bovenop een uitgespreide hoed zat een heidelibel te zonnen.

Grote parasolzwam met heidelibel

Het was de week van de overgang waardoor nu de nachtperiode weer langer is dan de daglichtperiode. Op de dag dat ik voor deze foto’s onderweg was leek het nog zomer, de rest van de week was het herfst. Dat past precies.


Azuurblauw en groene ogen

Het leek of er een feest voor smaragdlibellen op de Kapellepôle aan de gang was, overal om me heen vlogen ze en het waren er veel, heel veel. Dat leek me een mooie gelegenheid eens te kijken of hun ogen al groen gekleurd waren. Bij de onderstaande zie je dat er al een kleine verandering van bruin naar groen gaande is, maar het was nog niet wat ik had gehoopt.

Smaragdlibel (v)

Toen deze weg gevlogen was lukte het eerst niet om nog meer exemplaren te bekijken, ze vlogen en bleven vliegen. Wel lukte het enkele juffertjes vast te leggen, hieronder een Azuurjuffer.

Azuurjuffer (m)

En nog eentje, het zijn beiden mannetjes, makkelijk te herkennen aan de kleur en de losstaande “U” op achterlijfsegment 2. Let op de breedte en vorm van de lichtgekleurde schouderstrepen.

Azuurjuffer (m)

Diezelfde breedte en vorm vindt je ook bij de onderstaande. Dit is een zogenaamd zwartrug en hoogstwaarschijnlijk een vrouwtje Azuurjuffer. Maar eigenlijk is niet de breedte van die lichte schouderstreep maar de vorm van het halsschild bepalend voor de determinatie van deze soort. De vorm van dat halsschildje is bij deze gelijk aan die van de mannetjes dus vandaar mijn conclusie.

Azuurjuffer (v)

Genoeg juffertjes gezien eerst, maar waar waren al die Smaragdlibellen gebleven? Ze vlogen nog steeds heen en weer en af en toe landde er eentje in het struikgewas. Ze daar vinden is op zich al een opgave want ze hebben een goede schutkleur. Behalve die groene ogen dan, die vallen op. Voor de rest “lossen ze op” tegen de achtergrond.

Smaragdlibel (v)

Eentje bleef wat langer zitten en zo kon ik het fijne netwerk van één van de vleugels vastleggen.

Smaragdlibel (detail)

Maar het ging me deze keer vooral om die groene ogen,

Smaragdlibel (facetoog)

mooie felgekleurde groene facetogen. Gelukt …. en dus heb ik met een tevreden gevoel deze wandeling afgesloten.