Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Laatste

Rondje tuin

Aan het eind van de middag heb ik een rondje door de tuin gelopen met de camera om de meest actuele stand van zaken vast te leggen. Tot mijn verbazing hing er een Azuurwaterjuffer aan de Klimop. Nog erg vers, de juffer was nog niet helemaal op kleur. Maar het uiteindelijke blauw is al wel zichtbaar op het achterlijf, nog niet op het borststuk.

 

Azuurwaterjuffer

Azuurwaterjuffer

 

Deze soort is vrij eenvoudig te herkennen aan de los staande zwarte U op segment twee van het achterlijf. Segment één is min of meer het scharnier tussen het borststuk en het achterlijf.

Azuurwaterjuffer

Azuurwaterjuffer

Verder vond ik een nestje zwarte bladluizen, op een vers blad van de klimop. Het is niet dat ik daar zo blij mee ben, maar ik wilde ze toch even laten zien. Ze worden normaal gesproken beschermd door mieren. Als tegenprestatie mogen de mieren de bladluizen “melken”. De bladluis heeft op z’n achterlijf twee buisjes, waaruit ze een vloeistof afscheiden. De meest linkse op de foto is net bezig. De mieren vinden de afscheiding lekker en voor wat hoort wat.

zwarte bladluis

zwarte bladluis

Dat was het voor vandaag. Vorige week zaterdag landde er een Atalanta alias Admiraalvlinder in m’n tuin. De vlinder bleef hangen op een tuinposter. De foto lijkt daardoor een beetje onnatuurlijk.

Atalanta

Atalanta

De Atalanta, een trekvlinder, een soort die elk jaar weer van achter de Alpen naar onze streken komt. Een prestatie op zich. Nou  …, dan wil je wel even uitrusten op zo’n stuk blauw doek.

Gele oever

Het raapzaad bloeit dat het een lieve lust is. Met als gevolg gele bermen en, zoals hieronder, gele oevers.

Geelgekleurde oever

Geelgekleurde oever

In dit geval langs de Opsterlandse Compagnonsvaart, vlak bij Klein Groningen, een deel van Wijnjewoude. Op de achtergrond de brug van Klein Groningen.

Voor de soort

Na de orchideeën en juffers van gisteren ben ik doorgereden naar de Kapellepôle op de grens van Wijnjeterp en Hoornsterzwaag. Ook daar hebben ze het struikgewas gesnoeid, maar er staat altijd nog meer dan in It Skar. Op die pôle kom ik alleen maar in het vroege voorjaar. Eigenaar “It Fryske Gea” onderhoudt de wandelpaden slecht, het gras op de paden wordt denkelijk maar één keer per jaar gemaaid en over een poos loop je er tot bijna aan je kruis in het hoge gras. Niet verstandig als je teken wilt vermijden.

‘k Had ook zoiets kunnen schrijven als snuitkevers in plaats van “voor de soort”. Zo noem ik ze maar, deze kleine kevertjes, zonder sprieten zijn ze 6 tot 10 millimeter lang. Je hebt ze in allerlei kleuren en allerlei benamingen. Die namen laat ik maar voor wat ze zijn. De meest bekende is de Groene snuitkever, te herkennen aan zijn kleur. Die groen gekleurde heb ik deze keer niet gezien, wel donkere exemplaren

Snuitkever

Snuitkever

of bruingekleurd, soms een beetje iridiserend.

Snuitkever

Snuitkever

Hierboven twee alleen lopende exemplaren, maar zo half mei moet je op een zonnige dag goed je best doen om die vrijgezellen te vinden.

Snuitkevers

Snuitkevers

De rest is bezig voor de soort

parende Snuitkevers

parende Snuitkevers

de instandhouding daarvan wel te verstaan.

parende Snuitkevers

parende Snuitkevers

Zoals hierboven blijkt, kleur zoekt niet altijd dezelfde kleur. Dat maakt de goede determinatie ook zo moeilijk, in dezelfde soort komen verschillende kleuren voor. Nou ja, als ze het zelf maar weten.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 81 andere volgers