Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Laatste

Bruinrode heidelibel

Het blijft nog even genieten van het mooie najaarsweer. Met mij deden dat ook een aantal heidelibellen in het Wijnjeterperschar.

Bruinrode heidelibel

Bruinrode heidelibel

Lekker met de vleugels gespreid op een schrikdraad rondhangend

Bruinrode heidelibel

Bruinrode heidelibel

of helemaal plat op de buik op een afrasteringspaaltje liggend.

Bruinrode heidelibel

Bruinrode heidelibel

Bij de laatste foto kun je z’n facetogen en z’n bek die een beetje open hangt goed zien.

Bruinrode heidelibel

Bruinrode heidelibel

Een heidelibel met zwarte poten, waarop gele strepen. Dat sluit al een aantal soorten uit. Verder zag ik geen afhangende snor, dus dit moet een Bruinrode heidelibel zijn. Voor mij mag hij er morgen weer liggen, dit weer verveelt niet.

Vlinderweek

Tijdens de warme dagen in de afgelopen week lieten de dagvlinders zich in groten getale zien. Ondanks dat ik me door die warmte niet bovenmatig heb ingespannen kon ik een aantal fotograferen. Het zijn de soorten die hier vaak voorkomen. Eerst een Klein geaderd witje.

Klein geaderd witje

Klein geaderd witje

De aderen zijn bij deze soort soort geaccentueerd, hoewel dat ’s zomers minder is dan in het voorjaar. Waarom ik deze heb uitgezocht is vanwege die uitgerolde tong die hij goed liet zien.

Klein geaderd witje

Klein geaderd witje

Je moet het eigenlijk filmen, want die roltong is voortdurend in beweging, altijd onderweg, van de ene naar de andere bloem.

Klein geaderd witje

Klein geaderd witje

De tweede soort was een Kleine vos op een Kattestaart, een erg mooi gekleurde dagvlinder.

Kleine vos

Kleine vos

Maar qua kleuren springt de onderstaande er voor mij toch wel uit, de Atalanta, ofwel de Admiraalsvlinder, Red Admiral in het Engels.

Atalanta

Atalanta

In tegenstelling tot de beide eerste is de Atlatanta een trekvlinder, in het voorjaar komen ze over de Alpen hier naar toe. Wat er nu vliegt is de tweede generatie die hier is geboren.

Atalanta

Atalanta

Eigenlijk moeten ze nog voor de winter terug naar Italië. Velen blijven hier echter en vriezen dood bij de eerste dikke nachtvorst. Dit in tegenstelling tot de Kleine vos die in de herfst een beschut plekje zoekt en zo overwintert. Maar voorlopig blijft het nog even genieten van de kleur van de dagvlinders.

Iets minder idyllisch plekje

‘k Heb me maar weer eens gewaagd aan een rondje Wijnjeterperschar, noordzijde. De Blauwe knoop staat in het gebied weer volop in bloei. Maar de blauwgraslanden zijn voor een groot deel ook al weer gemaaid dus het is ietwat kaal hier en daar.

Blauwe knoop

Blauwe knoop

In het “donkere” bos vindt je redelijk veel exemplaren van het Robertskruid,

Robertskruid

Robertskruid

ondanks dat daar weinig zonlicht komt doen ze het daar goed.

Robertskruid

Robertskruid

In een stuk ongemaaid blauwgrasland bloeiden veel Moeras-vergeet-mij-nietjes

Moeras-vergeet-mij-nietje

Moeras-vergeet-mij-nietje

en zo langzamerhand kwam ik bij mijn favoriete plek in It Skar, de pingoruïne. Je kunt daar heerlijk langere tijd de natuur in de gaten houden. Het lijkt allemaal een idyllisch plaatje.

pingoruïne

pingoruïne

Toch viel me iets op. Op het toegangspaadje moest ik al door kniehoog gras lopen en bij de pingo zelf is de oever een grote woestenij. Zelfs het daar staande bankje was al enigszins overwoekerd door lang gras. Even richting het water lopen is moeilijk want je moet door “kruishoog” gras waden. Niet erg bevorderlijk als je teken wilt ontlopen. Ook niet erg bezoekersvriendelijk, je kunt op z’n minst het gras op de paden toch wel wat kort houden. Als je toch de blauwgraslanden aan het maaien bent waarom dan de paden niet even “meegenomen”. Maar het geld zal wel weer krap zijn of aan de vergadertafel blijven plakken. Helaas, door dit slechter toegankelijk zijn werd dit plekje toch ietsje minder idyllisch.