Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Landschap

Net even anders

Het was niet mijn weer in de afgelopen week, “april doet wat hij wil”, dat bleek maar weer. Koud, regen, grijs, allemaal elementen die het voor mij minder aanlokkelijk maken om buiten rond te struinen. Behalve op die ene dag toen het leek alsof de zon het zou gaan winnen. In elk geval leverde het een aanblik op van een lucht met twee soorten wolken. Op de achtergrond de bekende stapelwolken en daarboven een andere soort, dat lijken compleet verwaaide wolken. De paarden die op de foto moeten dienen als voorgrondbreker waren erg ver weg, maar beter iets dan niets.

wolkenlucht

En plotseling was daar ook de eerste Witte kwikstaart die ik dit seizoen voor de lens kreeg. Op de koude kale grond. Hier doet hij zijn Friese naam eer aan: “bouwmantsje” (bouwmannetje). Je ziet ze vaak op kale bouwgrond, maar eigenlijk zijn het rots-vogels, ze staan nog liever op een steenachtige ondergrond. Daar kan ik me iets bij voorstellen, steen houdt de warmte beter vast en dat was in deze week geen luxe.

Witte kwikstaart

Gelukkig wilde de partner ook poseren en zo kon ik het “boumantsje”-plaatje compleet maken.

Witte kwikstaart

Intussen werd het wolkenpakket steeds dichter, de “uitgewaaide” wolken kregen de overhand. Ik ben geen wolkenkenner, alles zal z’n naam hebben, maar ik vond het verschil mooi om te zien, twee soorten, de een compleet anders dan de andere.

wolkenlucht

Het was ook een week waarin het af en toe behoorlijk sneeuwde. Als ik niet voor verplichte bezigheden op pad moet dan is het de beste optie om lekker thuis te blijven. In de sloot glijden met je auto doe je niet voor de gezelligheid. Velen zijn daarin echter in de afgelopen week wel terecht gekomen.

sneeuw in april

In al die regen, sneeuw en kou viel een scholekster me op. Coronakapsels kennen de vogels niet, maar deze was toch net even anders dan anders met die gevlekte kop.

Scholekster

De druppels op de rug van de vogel en in het gras zeggen genoeg, het regende weer eens. Ja, “april doet wat hij wil”, maar om te genieten van het voorjaar zag ik liever dat het weer net even anders is. Maar het is zoals het is, het zal binnenkort wel weer anders zijn.


Vogels, heel veel vogels

Het lokte me eigenlijk niet zo erg in de afgelopen week om buiten rond te scharrelen. Het was koud met een snijdende noordenwind, het regende zoveel dat het veld voor m’n huis op een modderpoel begon te lijken, het waaide hard en het onweerde ook nog eens. Maar het voorjaar nadert, dus eropuit, op zoek naar die zomergasten. Ik verwachtte toch nog wel ergens een zielig stil zittende Kievit of een Tureluur te kunnen ontdekken. Veel vogels verwachtte ik niet te zien. Maar dat pakte anders uit, heel anders dan ik verwachtte. Want ik zag veel vogels, heel veel vogels, maar wel anders. Het begon met deze twee exemplaren Grauwe gans, kennelijk de gans der ganzen want wetenschappelijk heet deze Anser anser, dubbelop dus.

Grauwe gans – Anser anser-

Al gauw belandde ik tussen grote groepen Kolgans, Anser alfibrons wetenschappelijk genaamd. Dit zijn weglopers, als je in de buurt komt kuieren ze bij je vandaan en het werd moeilijk zo’n grote groep van dichtbij vast te leggen. Een paar vogels hielden het wat langer vol en die kon ik van redelijk dichtbij fotograferen.

Kolgans – Anser alfibrons –

Even verderop zag ik een mix van Kolgans en Brandgans.

Kolgans en Brandgans mix

Weer iets verderop werd het een vrolijke boel. Honderden spreeuwen stonden links van, midden op en rechts van de weg. Vanuit de verte leek het alsof er overal modder lag. Ik had een totaalbeeld in m’n hoofd, ik heb zelden zoveel spreeuwen tegelijk aan de grond gezien. Dat ging niet door, ik kwam waarschijnlijk te dichtbij. De meeste spreeuwen vertrokken, slechts een klein groepje bleef. Dat leverde een beeld op drie soorten vogels in een weiland, vooraan de spreeuwen, daarachter kolganzen en helemaal achteraan een grote groep meeuwen.

spreeuw, gans, meeuw

Tenslotte kreeg ik iets verderop nog een groep Brandgans voor de lens. Ik had me erbij neergelegd en dacht:  “dit wordt een anser-dag” (ganzen-dag). Maar laat die brandganzen nu net een andere wetenschappelijk naam hebben gekregen namelijk Branta leucopsis, lekker duidelijk.

Brandgans – Branta leucopsis –

Deze zijn van de drie soorten die ik zag de meest schuwe en ik kreeg dan ook een vliegshow van ze.

Brandgans vlucht

Hupsakee, met z’n allen d’r vandoor.

Brandgans vlucht

Om een stuk verderop maar weer te landen, maar dat was te ver weg voor een foto.

Brandgans in de vlucht

Dit zijn echt mooie vogels, maar het zijn er wel erg veel tegenwoordig. Ik kan me niet herinneren ooit zoveel vogels tegelijk binnen een paar honderd meter te hebben gezien. Hopelijk krijg ik de volgende keer toch wat meer zomergasten voor de lens.


Voorjaarsboden

Er kan veel veranderen in een dikke week tijd. In het vorige blogbericht liet ik hier nog sneeuwfoto’s zien. Nu, een week later, na een supersnelle dooi, zijn de voorjaarsboden al weer aan de beurt. Want die waren duidelijk aanwezig in het veld in de afgelopen week. Maar eerst nog even terug naar die stevige vorstperiode. Dat heeft wel z’n invloed gehad. Het gras kwam hier en daar redelijk geel onder de sneeuw vandaan. Dat laat onderstaande foto wel zien, waar een Grote zilverreiger in zo’n geel veld staat.

Grote zilverreiger

Over naar de voorjaarsboden. Dan denk je in eerste instantie natuurlijk aan sneeuwklokjes. Een plantensoort die hier van oorsprong niet thuishoort, maar volledig is “ingeburgerd” en vaak ergens verwilderd opduikt in bermen en weilanden, meestal heel vroeg in het seizoen. Zo ook de onderstaande, ze stonden ergens in de “wildernis” ver van welke bewoning of tuin dan ook. Dit is het meest algemene sneeuwklokje de Galanthus nivalis.

Sneeuwklokje Galanthus nivalis

Er zijn overigens meer soorten, maar bovenstaande komt veruit het meest voor in het wild. Eerst wilde ik gewoon doorgaan, het sneeuwklokje is zo algemeen dat ik er meestal geen aandacht aan besteed. Maar iets weerhield me deze keer. Mijn oog viel “toevallig” op een geel exemplaar tussen al die groene. Eigenlijk dacht ik dat deze nog niet op kleur was, mede als gevolg van de winter. Maar er blijkt wel degelijk een geelgekleurde variëteit van dit sneeuwklokje te bestaan.

Sneeuwklokje Galanthus nivalis “Primrose Warburg”

Naar de ontdekster heeft men deze kleurvariëteit Galanthus nivalis “Primrose Warburg” genoemd. Tja, dan staat er ineens zomaar een Primrose Warburg verwilderd in het veld, het was toch wel goed om even stil te staan. En maar weer door, op zoek naar voorjaarsboden.

Kievit

Het ontdekken van een Kievit viel nog niet mee, ik heb er welgeteld eentje gevonden, die ook nog niet wilde meewerken aan het maken van een foto door zich min of meer achter een polletje te verschuilen. Maar het bewijs is er, er zijn Kieviten in de broedgebieden aangekomen.

Graspieper

Maar het mooiste blijk van terugkerende vogels waren toch wel een aantal Graspiepers. Hoewel ik er ook nog eentje in december heb gezien was dit verse aanvoer. Ik heb diverse exemplaren gezien in een paar uur tijd.

Graspieper

We zijn los, het voorjaar is voorzichtig begonnen, mooi om weer mee te maken.