Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “facetogen

Twee bolle facetogen

Het was de derde week van november en ik probeerde in het Wijnjeterperschar nog hier een daar een macrofoto te “scoren”. Eerst kwam ik niet veel verder dan deze tweeling paddestoel, waarvan ik de naam niet weet, misschien een of andere mycena of een mosklokje. Het geheel deed me een beetje denken aan twee ogen op stokjes.

paddestoelen

Niet wetend dat ik verderop wel degelijk een paar echte ogen voor de lens zou krijgen. Op een dode stam lag zowaar nog een Steenrode heidelibel een beetje te zonnen.

Steenrode heidelibel

Het was de derde week van november, we hadden al een nachtvorst gehad, maar dat heeft deze dan overleefd.

Steenrode heidelibel

Voorzichtig lukte het me nog een foto in front te maken. Twee bolle facetogen keken me aan.

Steenrode heidelibel

Tsjonge ….., de derde week van november, ik was verbaasd. En ja …., als de zon schijnt in november kan het ook zomaar gaan regenen. Dat deed het dan verderop ook. Door de bomen kon ik in de verte een regenboog ontwaren. Het was onmogelijk vanuit mijn positie een goede foto te maken.

natuurlijke vorm

Maar de natuur had nog een andere “regenboog” voor me klaar staan, eentje in rood en groen, ook mooi. Het zal wel de laatste libel zijn geweest die ik dit jaar voor de camera kreeg, maar je weet maar nooit wanneer nog eens twee van die bolle facetogen je aankijken.


Strepen en stippen

Nee, dit gaat niet over militaire rangen en standen, dan zouden er in elk geval nog sterren bij moeten staan, maar over gestreepte en gestipte insecten. In de afgelopen week was het weer totaal ongeschikt voor macro-fotografie. Het vastleggen van meestal kleine insecten die op een heen en weer zwiepend blad zitten, dat lukte gewoon niet met die af en toe forse wind. Daarom grijp ik terug naar wat oudere foto’s, eerder in dit seizoen gemaakt die ik nog niet eerder heb laten zien. En hoewel het hier niet over rangen en standen gaat heerst er toch duidelijk een soort van hiërarchie in de natuur, hoe lager in rang, hoe eerder ze worden opgegeten. Dat begint onderaan zo ongeveer bij de bladluizen.

Kleine wespenbok

Een stuk groter is de Kleine wespenbok, maar deze is ook niet erg groot en er zijn altijd grotere jongens en meisjes die wel trek hebben in sappige hap. Maar deze Klein wespenbok heeft een trucje, hij heeft het jasje van een venijnige wesp aangetrokken en de meeste snoepers laten deze soort daardoor links liggen, je weet maar nooit. Mimicry noemen we dat. Volgens wikipedia zijn daarvan 3 soorten, die van Müller, van Bates en van Peckham. Deze Kleine wespenbok gebruikt die van Bates waarbij op zichzelf ongevaarlijke soorten op gevaarlijke soorten lijken.

Kleine wespenbok

En die strepen geven deze soort een bijzonder uiterlijk. Dezelfde tactiek passen ook veel zweefvliegen toe. Daardoor lijken ze soms erg veel op elkaar en om ze goed te kunnen determineren moet je ze eigenlijk meenemen naar huis en in overleden toestand aan alle kanten goed bekijken om alle kenmerken mee te nemen in de beoordeling. Daar ben ik echter niet van en daarom probeer ik ze zo mogelijk van meerdere kanten te fotograferen. Soms lukt dat maar vaak niet, de eerste de beste klap van de cameraspiegel zorgt er meestal voor dat ze vertrekken. Dus is determineren vaak een probleem. Toch ben ik er vrij zeker van dat de onderstaande een Kleine bandzwever is.

Kleine bandzwever

De volgende lijkt op het eerste gezicht bijna identiek, maar is toch een stuk groter. En bij deze kun je niet alle noodzakelijke kenmerken zien. Desondanks denk ik dat het een Bosbandzwever is maar zeker ben ik niet. Hoe dan ook, deze beide soorten zweefvlieg hebben wel een waarschuwingsjasje aan met gele strepen. Het is echter bluf want gevaarlijk zijn ze echt niet.

Bosbandzwever

Dan kruipen er ook nog veel kleine insecten rond die ik maar verzamel onder de naam “bladhaantjes”. Gevaarlijk verkleden heeft weinig zin want ze zijn meestal zo klein dat een lekkerbek daar niet om zou malen. Zij moeten het doen met camouflage. De hieronder staande doet dat met vage donkere stippen en een vage kleur. Met z’n koperkleur en die putjes in de schilden lijkt met alsof hij net bij de koperslager vandaan komt. Het mooie van deze foto vind ik dat je, hoe klein ze ook zijn, bij deze nog net de facetoogjes kunt zien.

bladhaantje

De volgende valt voor mij ook onder de noemer “bladhaantje”, echter met een veel opvallender kleur, wel weer met zwarte stippen. Wat deze daarom doet is zich zoveel mogelijk verstoppen, in dekking gaan zou je kunnen zeggen. Dat deed hij bij mij ook, maar vlak voordat hij onder een blad verdween kon ik nog net afdrukken. Dit zijn insecten van misschien 4 of 5 millimeter lang.

bladhaantje

Alles bij elkaar, met dat aanvallen, verdedigen, camoufleren, in dekking gaan en dergelijke lijkt dit verhaal achteraf toch wel iets van militaire activiteit te bevatten. Helaas, want ondanks alle liefelijke natuurfoto’s en -filmpjes is het toch bijna altijd eten en gegeten worden in de natuur en dan hebben die stippen en strepen ter verdediging toch nut.


Warmteliefhebbers

“Als je geschoren wordt moet je stilzitten” luidt het gezegde en voor mij geldt dat als het zo ontzettend heet is als in de afgelopen week dat het dan niet verstandig is om het veld in te gaan. Ik vertrouw het niet om in de korte broek en met korte mouwen naar “beestjes” op zoek te gaan, want de kans is groot dat je dan ongewenste, “stiekeme beestjes” mee naar huis neemt. En om geheel ingepakt gekleed in die hitte rond te lopen, nou nee, niet verstandig, de stoom zou uit m’n oren komen. Maar ik heb gelukkig nog wel een paar foto’s van de Kiekenberg liggen van vorige week en een paar andere van begin deze week, allemaal van warmteliefhebbers, sprinkhanen.

De warmte schijnt hun niet te deren. Als je door het veld loopt springen er zomaar een aantal vlak voor je voeten weg. Vooral als het warm  is zie ik er veel. Het is me slechts met twee exemplaren gelukt ze te fotograferen. De eerste was op de Kiekenberg en dat was een groene met zwarte knieën en vleugels die een stuk korter zijn dan het achterlijf. Dan denk ik gelijk aan een Krasser en wel een mannetje, het vrouwtje heeft nog veel kortere vleugels.

sprinkhaan Krasser

Maar of het deze soort ook is, daar twijfel ik dan wel eens aan. Er is een prachtige Belgische site, saltabel.org die allerlei soorten laat zien soms met prachtige namen. Dat is voor de specialisten en als je het heel precies wil weten. Bij deze groene heb ik m’n best gedaan hem nog wat meer in detail te fotograferen. Helaas zat hij wat verstopt achter een heidetakje maar je kunt z’n kleuren zo wel mooi zien.

sprinkhaan Krasser

Aan een grasspriet op de Kapellepôle hing een andere sprinkhaan. Omdat hij bruin is heb ik hem bruine sprinkhaan genoemd maar de soortnaam kan heel goed anders luiden.

bruine sprinkhaan

Geheel ongebruikelijk voor sprinkhanen bleef deze doodstil zitten, ook toen ik m’n macrolens op misschien 8 centimeter afstand hield. Daardoor is het me voor het eerst gelukt ook van een sprinkhaan de facetogen goed vast te leggen.

bruine sprinkhaan (detail)

Voorlopig was dat weer m’n laatste fotosessie op de Kapellepôle in dit seizoen. Helaas wordt het gras daar op de paden maar één keer per jaar gemaaid en als je er nu wilt wandelen moet je regelmatig door kruishoog gras lopen en daarmee neemt het risico op “stiekeme beestjes” enorm toe. Mooi geweest voor dit jaar, volgens jaar maar weer eens zien.