Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Zuurdijk

Oudejaarsdag

Vandaag enkele statistieken betreffende deze site, zoals ze verzameld zijn door WordPress, zelf heb ik geen extra zaken aan de site toegevoegd. Een blik van boven op deze site zogezegd.

Torenvalk, blik van boven

Meer dan 40.000 keer werd in 2011 een pagina opgevraagd. Een enkele uitschieter buiten beschouwing gelaten was in 2011 het hoogste aantal bezoekers op één dag 233 en dat aantal varieerde in het algemeen per dag tussen 75 en 175. Veruit het vaakst werd de homepagina opgevraagd, logisch, daar start de site mee.

De pagina’s Auteur, Welkom, Links en Copyright staan allemaal hoog in de top 10 van meest opgevraagde afzonderlijke pagina’s of berichten.

Bij de afzonderlijke berichten is de top 10:

1. VOC-perikelen
2. Vondel en Salmasius
3. kerkje Harkema
4. Joost van Vondel in Niebert
5. Petroleum
6. Hutje in de heide
7. Rupsenplaag?
8. Zweefwespen
9. Sint Jacobsvlinder
10. Giftige rupsen

Dan blijkt ook direct het manco van statistieken, een bericht dat al een jaar of langer op de site staat kun je moeilijk vergelijken met eentje die pas een week geleden is gepubliceerd. De cijfertjes zijn dus wel erg relatief.

De trend is wel dat de afzonderlijke pagina’s met geschiedenis-inhoud in de loop der tijd het vaakst alsnog werden opgevraagd. Op dat terrein was voor mijzelf de artikelenreeks over Egbertus van Kammen  het meest bevredigend. Bijna direct na publicatie kwam ik al contact met de commissie die veel activiteiten rondom de kerk van Zuurdijk organiseert of beheert. Zo kon ook door een akte waarvan ik al heel lang over een afschrift beschik het raadsel van de Van Kammen – achternaam in Zuurdijk worden opgelost.

kerkinterieur Zuurdijk

Dit zijn eerst wel genoeg cijfers dunkt me.

Wat ik vooral wil uiten vandaag is een woord van dank aan de lezers van deze site. Dank voor Uw bezoek, dank voor Uw reacties, rechtstreeks op de site, tijdens ontmoetingen in het dorp of in het veld.

Ik heb het allemaal met plezier gedaan in het afgelopen jaar en verwonder me steeds meer over al die bijzondere schepselen. Of het me lukt nog een jaar lang op dezelfde voet door te gaan, daarover heb ik twijfels, steeds meer voel ik de beperkingen die mijn lichaam me oplegt. Maar het plezier van in de natuur bezig te zijn zal ik altijd blijven houden. Een scherp oog voor alles wat ons omringt, ook in de toekomst, dat zal ik zeker nodig hebben.

Buizerd, scherpe ogen

Een goede oudejaarsavond toegewenst en wees voorzichtig, vooral ook met die ogen.


Egbertus van Cammen (slot)

Dit is de afsluiting van een serie over Egbertus van Cammen, predikant laatst in Gerkesklooster, als oprichter van het gesticht Hoogstraten, als grootvader van Hindrik Hindriks en Sara Hindriks in Zuurdijk en zijn afstamming.

Deze keer nog een aantal bijzonderheden, zonder uitputtend te zijn.

In 1757 kocht Egbertus samen met Sijmen Hendriks, koopman in Gerkesklooster en diens vrouw Grietje Jans de Friersemaheert in Lutjegast van Grietje Wassenaar, de echtgenote van Coenraad de Haas voor 2500 caroligulden. In 1769 voerde Egbert samen het Sijmen Hendriks en diens vrouw betreffende die boerderij een proces tegen de grietmannen van Westerdeel Langewold en tegen de heer W.T. van Middaghten en diens echtgenote over de benoeming van een grietman voor de halve grietenij en van een buurrechter voor het halve dorp Lutjegast. Door het proces zijn allerlei oude koopaktes en dergelijke in een Overijssels archief (Oldhagensdorp) terecht gekomen wat een schat aan informatie oplevert betreffende die boerderij welke in een akte ook nog Fritemaheert werd genoemd.

In 1745 werd in de “Boekzaal der geleerde waereld” aangekondigd dat dominee Egbertus van Camen het beroep naar Gerkesklooster had aangenomen. Die “Boekzaal ………..” was een maandelijks tijdschrift met allerlei religieuze en wereldlijke bijdragen, boekaankondigingen en kerk- en schoolnieuws.

Boekzaal der geleerde waereld februari 1745

Een paar maand later werd opnieuw in de “Boekzaal …….” beschreven dat Egbertus was bevestigd als predikant in Gerkesklooster.

Boekzaal der geleerde waereld juni 1745

Het testament van Egbertus bevat een aantal bijzondere bepalingen.
Behalve de onderhoudsclausule voor het gesticht Hoogstraten staat daarin ook aangegeven hoe alles precies verder geregeld moest worden. Twee-derde van de opbrengst van het gelegateerde aan het gesticht moest jaarlijks worden gebruikt voor het onderhoud van dat gesticht. Als daarbij geld overbleef dan moest dat saldo in vier gelijke delen worden verdeeld en elk van de vier (hoofd)bewoners van een kamer in het gesticht kreeg een vierde deel van dat saldo uitgereikt. Een derde van de opbrengst van het gelegateerde moest worden gebruikt voor kapitaalsvermeerdering. Mochten door omstandigheden de onderhoudskosten hoger zijn dan het twee-derde deel dan mocht in dat jaar ook het een-derde deel dat bestemd was voor kapitaalsvermeerdering worden gebruikt voor onderhoud.

Als de dienstmeid van Egbertus bij hem bleef wonen zolang hij leefde kreeg die huishoudster, Menke Wiebes, eenmalig vijftig caroliguldens uitgekeerd boven op haar salaris na het overlijden van Egbertus. Uit de lidmatenboeken van Gerkesklooster blijkt dat Menke op 4 september 1772 vertrok naar Leeuwarden, ze zal daar Egberts nieuwe woning op orde hebben gemaakt. Op 19 september 1777 kwam ze, na het overlijden van Egbertus, weer terug in Gerkesklooster. Bovendien mocht Menke na het overlijden van Egbertus een kamer betrekken in het gesticht. Ze mocht zelf kiezen welke kamer ze wilde. De bewoner van die kamer moest dan ontruimen en vertrekken. Als Menke niet in het gesticht wilde wonen dan mocht ze iemand anders in haar plaats aanwijzen.

Ook mocht Grietje Pieters, de vrouw van de timmerman Hendrik Okkers, elke keer als zij weduwe zou worden en zolang zij weduwe was meedelen in het overschot van het onderhoudssaldo van het gesticht. Dat overschot moest dan zolang in vijf delen worden verdeeld. Grietje Pieters kwam in 1757 uit Huizinge naar Gerkesklooster als dienstmeid van dominee Egbertus van Cammen. Ik vraag me overigens af of er hier niet een verschrijving in het testament is gemaakt. Grietje Pieters was getrouwd met Rindert Okkers. In 1772 werden ze nog vermeld als echtpaar. Maar wie weet, misschien was ze in 1776 al weduwe geweest en hertrouwd met Hendrik Okkers. Daarvan is overigens niets terug te vinden.

Egbertus “zorgde” dus ook na zijn dood nog voor zijn personeel.

Ook opvallend was dat Egbertus in zijn testament liet vastleggen dat hij niet wilde dat na zijn dood een levensbeschrijving in het maandblad “Boekzaal ….” werd gepubliceerd. Toen hij was overleden verscheen er overigens wel een artikel in dat blad, de inhoud was echter beknopt.

Boekzaal der geleerde waereld maart 1777

Tenslotte verbood Egbertus uitdrukkelijk dat er een officiële inventaris van zijn sterfhuis zou worden opgemaakt. Hij excuseerde zich in zijn testament daarvoor al bij voorbaat bij de gerechtsdienaars. Zijn boeken moesten worden verkocht.

Jammer, geen levensbeschrijving, geen inventaris. Dat maakt het wel heel moeilijk om veel van hem terug te vinden. Waarom die bescheidenheid? Of was er een andere reden? Je wordt nieuwsgierig, maar dit zal wel voor altijd onopgehelderd blijven. Een man met een toch niet geringe nalatenschap die verder een beetje in het mistige verleden oplost.

Update 02-11-2020: Egbertus kon dan wel bepalen dat er geen inventaris van zijn goederen mocht worden opgemaakt, maar daar heeft men zich niet aan gehouden. Er werd wel degelijk een inventaris gemaakt, dat uitgebreid inzicht verschaft in de goederen van Egbertus. Het gaat te ver om dat op deze pagina nog verder uit te werken, misschien volgt dat nog eens.

Egbertus werd begraven in de kerk van Gerkesklooster tussen zijn beide echtgenotes. Ook daarvan is niets bewaard gebleven of het zou moeten zijn dat ergens onder de vloer nog oude grafstenen in die kerk liggen die ooit weer eens opduiken.

Kerk Gerkesklooster in 1723 door Jacobus Stellingwerf


Egbertus van Cammen

Egbertus was de oprichter van het gesticht Hoogstraten in Gerkesklooster. Een instelling “ad pius ubus” met vier aparte kamers in hetzelfde gebouw om de minder bedeelden te helpen. Hij was predikant.

Volgens Romein (naamlijst predikanten) was hij geboren te Leeuwarden, als kandidaat predikant in dienst getreden te Mariënweer in 1733, vervolgens werd hij in 1734 tweede predikant in Oldersum, in 1737 verkaste hij naar Mariënkoer. Egbertus was dus de eerste jaren van zijn bediening actief in Oost-Friesland. In 1745 werd Egbertus predikant in Gerkesklooster, waar hij intrede deed op 23 mei. Op 11 november 1770 ging hij met emeritaat en woonde daarna in Leeuwarden, waar hij op 15 januari 1777 overleed, oud bijna 85 jaren. Hij werd in Gerkesklooster begraven. Tot zover Romein.

Egbertus moet dus in Leeuwarden geboren zijn, zo rond het jaar 1692. Zijn voorouders en die van zijn eerste vrouw zal ik in een volgend blog uitwerken. In de studentenlijst van Franeker wordt hij voor zover ik kan bepalen niet vermeldt. Misschien heeft hij in Groningen gestudeerd, maar in de studentenlijst uit die stad kan ik hem ook niet vinden. De kans dat hij eerst een ander beroep heeft uitgeoefend is groot. Want hij woonde in 1715 in de stad Groningen in de Gelkinghestraat en liet in dat jaar in de Martinikerk een dochter Elisabeth dopen. In 1718 werd een andere dochter gedoopt, Maria genaamd. Zijn vrouw was Sara Wijlants (ook Sara Wilands). Hij werd pas kandidaat in 1733 en was toen al ruim 40 jaar oud. Dit is reden om te verwachten dat hij eerst een ander beroep uitoefende.

Zijn vrouw Sara overleed op 15 augustus 1753 in Gerkesklooster. Egbertus schreef zelf haar naam in het lidmatenboek als Sara Wieland. In 1755 hertrouwde Egbertus met Anje Simons uit Middelstum, de weduwe van Sent Tiddens. Anje overleed op 13 december 1765 in Gerkesklooster. Behalve de beide genoemde kinderen uit het eerste huwelijk zijn mij geen andere bekend. Daarvoor is onderzoek in Duitsland nodig.

Egbertus van Cammen overleed in 1777. Vervolgens werd zijn testament van kracht. Zoals reeds beschreven ging 1/3 e deel van de erfenis naar het gesticht Hoogstraten. Het andere 2/3 e deel minus 50 gulden ging naar Zuurdijk in Groningen.

Kerk Zuurdijk

In het archief van het Hof van Friesland vond ik een akte van 3 juni 1777 waarin sprake is van de universele erfgenamen van Egbertus zijnde Hendrik Hendriks de jonge, huisman te Zuurdijk en Sara Hendriks, de huisvrouw van Eje Roels, ook huisman te Zuurdijk. In de akte staat aangegeven dat Hendrik en Sara kleinkinderen waren van Egbertus van Cammen. Het betrof hier een verzoekschrift van Hendrik en Sara om uitvoering te geven aan bepalingen in het testament van Egbertus.

Sara Hindriks en Hindrik Hindriks de jonge zijn kinderen van Hindrik Hindriks de oude. Diens grafsteen is nog aanwezig in de kerk van Zuurdijk, vlak voor de preekstoel. Hindrik (de oude) overleed op 29 juni 1782 in Zuurdijk, hij was geboren in 1709. Naast zijn grafsteen ligt die van Hilje Eijes (1698-1773), zijn tweede vrouw, met wie hij al voor 1751 was getrouwd. Hilje was toen weduwe van Roelf Onnes en moeder van Onne (1735-1782) en Eije Roelfs. Nadat ook Hilje in 1773 was overleden hertrouwde Hindrik Hindriks (de oude) in 1776 met Martje Jans (?-v1797), eerst weduwe van Jan Taekes en daarna van Hendrik Jeltes (Zijlma), beiden in Houwerzijl. In haar huwelijk met Jan Taekes kreeg Martje een dochter Heiltje (1752-n1797), die naast anderen als getuige wordt vermeld in het huwelijkscontract van haar moeder. In haar tweede huwelijk met Hendrik Jeltes kreeg Martje drie kinderen, Jelte (1758-v1797), Jan (1761-1805) en Lijsbeth (1764-n1797).

Hindrik Hindriks de jonge (ca. 1740 -1808) woonde ook in Zuurdijk. Hij was getrouwd (1760) met Trijntje Jurjens (1739-1808). Hun beider grafstenen zijn ook nu nog aanwezig op het kerkhof van Zuurdijk. Op die grafsteen staat hij vermeld met de achternaam Van Ulms. Toen Hindrik overleed had hij maar één erfgenaam, zijn zuster Sara Hindriks, de vrouw van Eije Roelfs (bron: aangegeven lijken Wehe en Zuurdijk).

Eije Roelfs (1738-1790) was, zoals hiervoor vermeld, een zoon van Roelf Onnes en Hilje Eijes, de tweede vrouw van Hindrik Hindriks de oude. Een stiefzoon die met een dochter trouwde of andersom een zoon die met een stiefdochter trouwde. Lang hoefden die twee dus niet te zoeken om elkaar te vinden. Bijkomend voordeel was dat het individuele bezit kon “samenklonteren”.

Het is de vraag wie de moeder van Sara (en Hindrik) was. Dat was in elk geval een dochter van Egbertus van Cammen en Sara Wijlants. Hoewel ik daar geen rechtstreeks bewijs voor heb ga ik ervan uit, gelet op leeftijd en latere vernoemingen, dat dit de oudste dochter Elisabeth was, die in 1715 in Groningen werd gedoopt. Van Hindrik Hindriks (de oude) en Elisabeth van Cammen heb ik geen huwelijksakte kunnen vinden, ze zullen in Duitsland zijn getrouwd. In het boekje “Die onder dezen grafzerk ligt” vermeldt IJnte Botke dat Hindrik in 1746 als weduwnaar uit Oost-Friesland met de beide kinderen naar Zuurdijk kwam.

Toen Sara op 4 juni 1821 in Zuurdijk overleed werd de overlijdensakte opgemaakt. Daarin staat vermeld dat ze op 16 november 1738 in Marienkoer werd geboren. Dat was de plaats waar haar grootvader Egbertus op dat moment predikant was.

fragment overlijdensakte Sara Hindriks

Sara is in 1764 met Eije Roelfs getrouwd, het huwelijkscontract werd opgemaakt op 30 maart van dat jaar. Getuigen daarbij waren van de kant van de bruidegom Hilje Ejes (moeder), Onne Roelfs (broer), Eje Fridzes (Fridus) en diens vrouw Anje Harms (neef en aangetrouwde nicht) en van de kant van de bruid haar vader Hindrik Hindriks en haar broer Hindrik met diens vrouw Trijntje Jurjens. Tussen 1767 en 1777 werden in Zuurdijk zeven kinderen uit het huwelijk geboren, waaronder twee keer een Elisabeth (de tweede 1770-1837 x Jan Tymens 1769-1836). Verder twee keer een Hilje, een Roelf, een Hindrik en een Egbertus, genoemd naar zijn overgrootvader. Sara Hendriks werd naast haar man in de kerk van Zuurdijk begraven. De beide grafstenen liggen daar ook nu nog in het middenpad. Overigens, het grafschrift van Sara bevat een duidelijke fout. Volgens die steen was ze overleden op 4 juli 1820, wat in tegenspraak is met de overlijdensakte in de Burgerlijke stand (4 juni 1821).

fragment grafsteen Sara Hindriks

De zoon Roelf Eijes (1769-1809) trouwde met Everdina Oudeman. Zij kregen twee kinderen, Eije (1792-1826) en Kunna (1794-1825). Egbertus heeft het niet meer geweten, maar deze beide kinderen droegen zijn achternaam: van Kammen. Kunna van Kammen wordt de rijkste erfdochter van Zuurdijk genoemd. Ze was getrouwd met Henderikus (Warendorp) Torringa (1784-1847). Op haar grafsteen, ook in de kerk van Zuurdijk, staan drie kammen als wapen afgebeeld.

drie kammen als wapen op grafsteen van Kunna van Kammen

Zuurdijk, het wordt wel omschreven als één van de rijkste dorpen in Nederland in de 19e eeuw, wat te danken was aan de “dikke boeren”, zoals ze in Groningen zeggen. Al die namen die intussen gepasseerd zijn, Hindriks Hindriks (met of zonder van Ulms), Van Kammen, (Warendorp) Torringa, zij behoorden allemaal tot die rijke boeren in Zuurdijk.

Doordat een aantal erfgenamen jong, kinderloos en/of ongehuwd overleden kwam uiteindelijk het 2/3 deel van de erfenis van Egbertus van Cammen bij Roelf Eijes Torringa (1824-1885) terecht, de enige zoon van Kunna van Kammen. Niet alleen daardoor, maar ook door andere verervingen was deze Roelf zeer welvarend.

In de kerk van Zuurdijk liggen, zoals aangegeven, veel van de personen die in dit artikel worden genoemd begraven. Behalve de twee voor de preekstoel vindt je de grafstenen daar in het middenpad terug.

grafstenen in middenpad kerk Zuurdijk

Zuurdijk was ook het dorp waar in het begin van de 19e eeuw het bouwen van knechten- en arbeiderswoningen zoveel mogelijk werd tegengegaan, Henderikus (Warendorp) Torringa ging daarbij voorop. (Dagblad van het Noorden 30 aug. 2003 blz. 13). Bij eventuele armlastigheid zouden de arbeiders ten laste komen van de boeren, die het inkomen van de armvoogden moesten opbrengen.

Dat was ver na de levenstijd van Egbertus van Cammen. Zelf had hij minder moeite met arbeiders (bijv. zijn eigen personeel) en om iets voor de minder bedeelden te doen, wat onder anderen concreet werd gemaakt in het gesticht Hoogstraten. Zijn erfenis werd dus verdeeld tussen rijk en arm, je zou het bijna een financiële spagaat kunnen noemen.

In het bovengenoemde boekje van IJnte Botke staan overigens meer bijzonderheden over de Van Kammens en gerelateerde families in Zuurdijk.

Verder kan ik de geïnteresseerden verwijzen naar “Boer en heer” van dezelfde schrijver, naar de geschriften van Geuchien Zijlma en naar het verslag uit 1823 van de reis die Jacob van Lennep c.s. maakte, waarbij ook Zuurdijk werd bezocht. De familiearchieven Torringa, Zijlma, en De Cock bevatten veel bronmateriaal betreffende de “Van Kammen”-familie. Evenzo de gerechten van Hunsingo (huwelijkscontracten).

Slotopmerking:
Ik ging er jarenlang vanuit dat het bekend zou zijn in Zuurdijk dat deze van Kammen-familie haar achternaam had gekregen van dominee Egbertus. Dat blijkt toch niet het geval te zijn. Met dit artikel lijkt het me dat nu wel duidelijkheid is verkregen.

Op dit bericht komt nog een vervolg, en daarna nog een slotaflevering.