Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “vondeling

Adam Vondeling

Al  eerder schreef ik over de vondeling Jozef van de Heide uit Appelscha. In dit dorp woonde tegelijkertijd nog een tweede vondeling, namelijk Adam Vondeling.

Op 24 augustus 1818, ’s avonds om negen uur liepen Kornelis Hoekstra, Jannes Roosema, Lammert Posthuma en Antje Jans, arbeiders en arbeidster, allemaal wonend in Wijnjeterp, door het veld. Daar vonden ze een pasgeboren jongetje, zo ongeveer vier uur oud, in een aardappelveld van Hendrik Klazenga in Wijnjeterp, tussen het aardappelloof. Kleertjes of doeken waren niet aanwezig, niets waaruit zou kunnen worden opgemaakt bij wie dat kind hoorde. Een te vondeling gelegd kind. Dat zal grote opschudding  hebben gegeven in Wijnjeterp.

De volgende dag ging Kornelis Hoekstra naar Beetsterzwaag waar het één en ander moest worden geregeld met de instanties. Het kind werd door de ambtenaar van de Burgerlijke stand ingeschreven en van ambtswege werd het kind Adam Vondeling genoemd.

Geboorteacte Adam Vondeling

Tevens werd ambtelijk bepaald dat het kind moest worden ondergebracht bij de buiten(armen)voogd van Wijnjeterp Anne Meestringa. Meestringa en de zijnen moesten zorgen dat het kind onderdak kreeg. Dat lukte uiteindelijk bij Hendrik Annes Zwart en diens echtgenote Hendrikje Hendriks Leffering. In dat gezin is Adam opgegroeid en min of meer in de familie opgenomen.

In 1845 trouwde hij met de 18-jarige Martje Reinders. Ze kregen acht kinderen. Uit de vernoeming van die kinderen blijkt dat Adam het goed kon vinden met zijn pleegfamilie. Om beurten werd er een kind vernoemd naar moeders kant en dan naar de kant van de pleegfamilie. Dat leidde er zelfs toe dat Adam en Martje twee keer een zoon Klaas kregen, de eerste werd vernoemd naar de vader van Martje Reinders en de tweede naar een (pleeg)”broer” van Adam. Alle kinderen bleven in Friesland wonen, behalve de tweede zoon Klaas die in Avereest woonde, waar hij hoofd der school was.

Adam werd zelf ook veenbaas, net als zijn pleegvader Hendrik Zwart. We mogen wel aannemen dat zijn echte moeder straatarm is geweest, zodat hij, als hij niet te vondeling was gelegd, hooguit voor arbeider in de wieg zou zijn gelegd. De opvoeding door zijn pleegouders heeft hem uiteindelijk dan ook geen windeieren gelegd, hij kwam hoger op de maatschappelijke ladder terecht. Zijn achterkleinzoon Anne Vondeling (1916-1999) werd zelfs minister. Deze Anne Vondeling kreeg zijn voornaam van Anne Hendriks uit Hemrik die zich in maart 1812 liet voorzien van de achternaam Swart, wat later is veranderd in Zwart.

Grafsteen Adam Vondeling

Adam wordt diverse malen vermeld in de Notariële archieven als koper en verkoper. Eén keer ook samen met die andere vondeling Jozef van de Heide. In 1861 stond hij in hoger beroep voor de rechter omdat hij had geweigerd de functie van algemeen armvoogd te vervullen. Hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging wegens verjaring. Misschien kwam die benoeming te “dichtbij” of had Adam slechte ervaringen. Wie dat precies wil weten moet naar Tresoar in Leeuwarden om het dossier te bekijken.

Adam Vondeling overleed in 1893 in Appelscha en werd begraven op de begraafplaats aan de Oosterse Es in Appelscha.

bronnen: Registers van de Burgerlijke stand en het Bevolkingsregister van Opsterland en de Rolboeken, de laatste via de website van Treoar.


Vondeling

Een tekenaar van schoolplaten tekende een romantisch beeld. Bloeiende heide, een adder, hagedis, vlinder (een blauwtje), insecten, een muis, zelfs nog een klokjesgentiaan. Het zag er allemaal prima uit.

schoolplaat heide

Zo romantisch was het echter niet altijd. Lees maar onderstaand krantenartikel.

Leeuwarder Courant 3 juni 1831

Samengevat komt het hierop neer dat Wolter Schans uit Smilde op 31 mei 1831 ’s morgens om half vijf naar zijn werk in de venen van Appelscha liep. In de heide vond hij een huilende, achtergelaten, baby. Wolter raakte overstuur en riep de hulp in van arbeiders die daar in de buurt aan het werk waren. Samen met veenbaas Klaas de Vries liep hij terug naar de plaats waar hij de baby had gevonden. Waar dat precies was wist hij door de schrik al niet meer, maar na enige tijd begon het kind opnieuw te huilen en zo konden ze het vinden. Het kind was in een soort schort en andere lappen gewikkeld. Waarschijnlijk had het kind al de hele nacht in de heide gelegen want de doeken waarin het gehuld was waren nat van de dauw. Ze brachten de baby naar het gemeentebestuur. Daar kwam men tot de conclusie dat dit jongetje ongeveer vier of vijf weken oud was. Zo te zien aan de kleren en doeken moest de moeder van het kind heel arm zijn, misschien wel een bedelaarster.

Het jongetje werd op diezelfde dag nog in het bevolkingsregister van Ooststellingwerf ingeschreven en er werd een geboorteakte opgemaakt. Hij kreeg van de ambtenaren de toepasselijke naam Jozeph van de Heijde. Hij werd ondergebracht bij het echtpaar Lolke Ybes Veenstra en Hinke Eizes de Jong.

Enige tijd later lijkt het alsof men de moeder heeft gevonden. Wie dat was….?  Er stond een naam van die moeder in de krant. Maar daar heb ik zeer grote twijfels bij. Die moeder moet dan met een tussenpoos van drie weken tijd twee keer zijn bevallen. Vandaar dat ik die naam hier niet noem. Het jongetje bleef waarschijnlijk bij zijn pleegouders in Appelscha.

Leeuwarder Courant jaar 1831

Het krantenartikel (fragment) hierboven is lovend over pleegmoeder Hinke, die de vondeling met dezelfde genegenheid en liefde behandelde als haar eigen kinderen. Ook wordt nog vermeld dat toen ze de kleine Jozeph “ontving” het kind was overladen met ongedierte. Geen wonder als hij een nacht in de heide had gelegen.

De kleine Jozeph werd groot, hij trouwde in 1857 met Aukje van Wallinga, een dochter van Jan van Wallinga en Femke Ottema. Ze kregen vijf kinderen: Lolke (1859), Jan (1862), Femke (1866), Ybe (1869) en Jeltje (1873). Zijn echte moeder werd niet vernoemd, ook zijn pleegmoeder niet, wel zijn pleegvader.

Zoon Lolke duikt later op in Jonkersland en Dokkum, Ybe in Arnhem, Jan in Gasselte en Nieuwe Pekela en Jeltje in Winterswijk. Femke overleed in 1892 in Appelscha, Haar grafsteen staat vlak bij die van haar ouders. Bij de kinderen en aangehuwden vinden we vermelding van beroepen als onderwijzer, hoofdonderwijzer, fabrieksdirecteur en  directeur zuivelfabriek terug. Zelf stond Jozef te boek als vervener.

Het is dus goed gekomen met de vondeling Jozef van de Heijde, zijn eigen kinderen kwamen goed terecht. De naam die men hem in 1831 gaf is hij altijd blijven dragen, hoewel er meerdere spellingsvormen werden gebruikt . Hij overleed op 28 januari 1891 in Appelscha. Zijn grafsteen staat in die plaats nu (in 2010) nog op de begraafplaats aan de Oosterse Es. Die onthult ook zijn precieze geboortedatum: 10 april 1831.

Grafsteen van Jozef van de Heijde

Bijna zeker is dat hij in de nacht van 30 op 31 mei 1831 eenzaam en alleen in de heide heeft gelegen. Nee, het is niet altijd die romantische heide.