Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Rhabdomiris striatellus

Nieuwe wantsen

De wantsen komen ook allemaal weer tevoorschijn. Eigenlijk zijn ze daarmee nieuw in een seizoen. Maar sommige soorten overwinteren in de bodembedekking, helemaal vers zijn ze dus ook niet allemaal. De onderstaande liet zich duidelijk zien, het is een bekende wants, de Zuringwants.

Zuringwants

Je verwacht hem dan op zuring, maar het stuifmeel van deze plant vond hij ook erg lekker. Het levert wel een mooi plaatje op, een wants die bijna “verdrinkt” in een gele bloem.

Zuringwants

Nog zo’n bekende wantsensoort is de Groene stinkwants. ’s Winters zijn ze veel donkerder gekleurd, zodat ze dan minder opvallen in de bodembedekking. Ook weer present dus en met groene kleur.

Groene stinkwants

Allemaal bekend spul. Maar toen de onderstaande. In eerste instantie kon ik met geen mogelijkheid een soortnaam voor deze jongen bedenken. Het achterlijf doet sterk denken aan dat van een mier. Gelet op z’n gele dwarsstrepen heb ik het gekscherend eerst maar gehouden op “politiemier”. Maar z’n kop is totaal anders en die lange sprieten horen in het algemeen ook niet bij een mier. Uiteindelijk werd het me toch duidelijk. Dit is een nymf van een Geribde prachtblindwants.

Geribde prachtblindwants (nymf)

Z’n wetenschappelijke naam is Rhabdomiris striatellus en hij wordt ook wel Miris striatus genoemd. Deze is in elk geval wel vers. Uiteindelijk zal hij er zo ongeveer gaan uitzien zoals op de foto hieronder, het imago. Het gele vlak op het halsschild is vaak alleen maar een geel rondje.

Geribde prachtblindwants (imago)

Hem / haar staat nog een behoorlijke transformatie te wachten dus.


Geribde prachtblindwants & zo

Een voor mij bekende blindwants, de Miris striatus, zoals ik hem altijd heb gekend. Maar tegenwoordig heeft hij een Nederlandse naam, de Geribde prachtblindwants. Mooi is deze zeker.

Geribde prachtblindwants

 

‘k Heb nog wel even getwijfeld omdat deze een geel vierkant op z’n nekschild heeft en meestal is dat een driehoek. Maar een toonaangevende Duitse site laat zien dat deze kleine verschillen aanwezig kunnen zijn.

De verschillen met andere soorten kunnen soms erg klein zijn. Bijvoorbeeld de buurman van de bovenstaande. Van deze heb ik slechts een detailfoto. Op het eerste gezicht ziet hij er bijna net zo uit als de eerste, maar het nekschild is duidelijk anders gekleurd. Dan heb je het ineens over de Gestreepte eikenblindwants, de Rhabdomiris striatellus. Alleen het “miris” in de naam is identiek.

Gestreepte eikenblindwants

Op de foto willen ze bijna nooit, maar soms lukt het dan toch, zelfs met een detailfoto. Maar toen ik de laatste met z’n complete torso in beeld wilde nemen was het uit met de pret. Ach, d’r komt wel weer eens eentje langs.


Blindwantsen met-zonder eik

Blindwantsen, ze zijn zeker niet blind, maar ze missen volgens waarneming.nl “de ocelli, de puntogen, waarvan veel wantsen (niet alle) er twee of drie op de kop hebben”. Op dezelfde dag kreeg ik twee verschillende soorten voor de lens. De eerste is de Dryophilocoris flavoquadrimaculatus, wat we naar het Nederlands vertaald hebben als Gele viervlekwants. De nimfen van deze soort leven op de Eik, volwassen exemplaren zoeken het in een wat breder gebied. De onderstaande is volwassen (het imago) en zat duidelijk op een andere soort plant.

Gele viervlekwants

Gele viervlekwants

De tweede is de Rhabdomiris striatellus, in het Nederlands is dat Gestreepte eikenblindwants. De nimfen van deze soort leven ook op de Eik. Maar daar zat deze volwassen wants ook niet op.

Gestreepte eikenblindwants

Gestreepte eikenblindwants

Toen ik thuis kwam had deze laatste foto nog een verrassing voor me in petto. Daarop zag ik op de achtergrond boven de links-achter-poot van deze wants nog een piepkleine larve ergens van. De lengte daarvan houdt met een millimeter wel op. Het is me net wat teveel gevraagd om daar ook nog een naam aan te kunnen geven, maar wie het weet mag het zeggen.