Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Reynier Beerenburg

Pillen, drankjes, zalfjes en namaak

Dit is een vervolg op het onderwerp van vorige week, Slokje (klik hier), over de maagkruiden van de firma Hendrik Beerenburg. De bedoeling vandaag is om iets van de omgeving van Hendrik Beerenburg te laten zien. Want van Hendrik zelf is bitter weinig bekend, behalve dat hij in panden handelde in de buurt van de Nieuwe Lutherse kerk in Amsterdam. Wel is bekend dat hij in 1727 in Amsterdam trouwde met Maria Alida Wolpink. Hij was toen weduwnaar van Sara Agtienhoven. In 1706 lieten een zekere Reinerus Berenburg en  Elizabeth Spronck een zoon Hendrikus dopen. Doopgetuigen waren Hendrik Beerenburg en Sara Beerenburg. Omdat de naam Sara later nergens meer in de familie opduikt ga ik ervan uit dat dit Hendrik en zijn eerste vrouw Sara Agtienhoven waren. Dat wil dus zeggen dat Hendrik en Sara al voor 1706 getrouwd waren. Soms zie je dat de Hendrik BB van de kruiden als zoon van Reinerus wordt opgevoerd, dat kan dus niet waar zijn als hij doopgetuige was.

Het is veel aannemelijker dat Hendrik en Reinerus broers waren. Beiden hadden een zoon Nicolaus. De kinderen van Reinerus en Elizabeth Spronck, getrouwd te Amsterdam in het jaar 1700, werden R.K. gedoopt in Amsterdam: Sibertus (1702), Nicolaus (1704), Hendrikus (1706) en de laatste was Reinerus (1709). Een vader en een zoon, beide genoemd Reinerus of Reynier.

Gelet op de doopgetuigen bij de doop van Reinerus in 1709 lijkt een verwantschap met Maria Beerenburg, de vrouw van Christoffel Lues (ook Leurs of Luist), getrouwd in 1703 ook aannemelijk. Maria was mogelijk een zuster van Hendrik en Reinerus.

De zoon Sibertus (1702) van Reinerus en Elizabeth vinden we terug op de “gezondheidsmarkt”. Hij staat vermeld in een publicatie van De Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de geneeskunst door A.H. Israëls. Deze maakt melding van een strooibiljet van Sibertus waarvan de inhoud ongeveer de volgende is (taal gemoderniseerd):

Sibertus Beerenburg, meester chirurgijn en breukmeester op de Singel, het vierde huis vanaf de Lutherse Nieuwe Kerk, in De Halve Maan te Amsterdam maakt bekend (opdat lijders aan kwalen door onkunde van kwakzalvers en zogenaamde praktizijns geen schade oplopen) dat het door hem uitgevonden en vaak geteste medicijn, de Venus-kwalen en de toevallen die daarbij horen, hoe lang men daar ook al aan lijdt, op een eenvoudige en op de tot nu veiligste manier kan genezen. Het gebruik van dit medicijn kan door niemand worden ontdekt omdat men gewoon zijn werk kan blijven doen. De gebruikers kunnen het middel gerust vertrouwen omdat Sibertus het middel heeft beproefd op vele “elendige en bedurven leyders” die de werking ervan kunnen bevestigen. Patiënten worden door hem met of zonder akkoord aangenomen en verzekerd van genezing. Patiënten in Stad of land kunnen volkomen genezen mits er van tevoren een goed onderzoek heeft plaatsgevonden.

Patiënten die andere kwalen hebben zoals brakke zinkingen, verouderde scheurbuiken, harde gezwellen of knobbels, kwaadaardige zweren, allerlei soorten zware pijnen en dergelijke, die vaak door onkundigen voor ongeneeslijk worden gehouden, kunnen contact met Sibertus opnemen middels een gesprek of per brief en dan zal deze van tevoren melden of genezing mogelijk is of niet. Men hoeft dan geen nodeloze kosten te maken.

Verder had Sibertus nog een “Balzem Antiveneria” te koop tegen geslachtsziekten, welk balsem in een flesje overal naar toe kon worden gezonden. De balsem zou nooit bederven en de kwaal tot in de grond genezen.

Ook maakte Sibertus prima breukbanden die zonder hinder tijdens werkzaamheden en dergelijke konden worden gedragen.

Ook ’s avonds was de praktijk van Sibertus te vinden, voor de ruiten stond een brandende kaars, daarvoor De Halve Maan, waaronder zijn naam stond.

Samengevat: Sibertus had een medicijn ontdekt dat hielp bij Venus-kwalen en een ander middel te koop dat hielp bij geslachtsziekten en hij kon ook allerlei andere soorten kwalen genezen. Lijders aan die kwalen konden ook ’s avonds bij hem terecht, als het donker was en men wat meer privacy wilde.

Volgens A.H. Israëls is er ook een bijna identiek geschrift van een zekere Reynier Beerenburg bekend, eveneens meester chirurgijn en breukmeester, wonende op de Botermarkt (nu Rembrandtsplein), het zevende huis vanaf de Utrechtsestraat aan de zuidzijde, waar de Vergulde Engel boven de deur stond met daarbij een breukband. ’s Avonds stond er een sassenet voor het raam met daarop twee breukbanden en een engel, waaronder de naam van Reynier. Hij voegde aan het geschrift van Sibertus nog toe dat hij ook heel subtiel tanden, kiezen en wortels trok. Reynier gaf aan al veertig jaar succesvol in hetzelfde huis zijn praktijk uit te oefenen. Als dat waar is moet dit de vader van Sibertus zijn. Maar als die veertig jaar ietwat overdreven is kan het zijn broer zijn, geboren in 1709. Verder moest de klant vooral letten op de naam van Reynier en de plaats waar hij woonde, er waren allerlei kwakzalvers actief.

Ook Sibertus was actief in het waarschuwen voor kwakzalvers en dergelijke. Een sterk staaltje daarvan staat in de Oprechte Saturdagse Haarlemse courant van 23 augustus 1749 (taal gemoderniseerd):

Aangezien vele naamloze kwakzalvers en bedriegers zich niet ontzien het publiek met allerlei soorten van elixirs, tincturen, balsems, pillen etc. waaraan zij alle krachten, deugden, en onfeilbaarheden toeschrijven & te misleiden en genoegzaam de lijders daaraan van hun overige gezondheid beroven ! Ja dat zelfs eentje is begonnen met het venten van “Arcanum Antiaphrodisiacum Culemburgo Hallense, alias Hals Cuylenburgs Geheym” tegens de Venusziekten:Zo beloofd SIBERTUS BERENBURG, meester Chirurgyn en Breukmeester in de Halve Maan op Singel bij de Lutherse Nieuwe Kerk te Amsterdam  duizend gulden aan de DIACONIE aldaar te betalen, indien bewezen word dat een dergelijk geheim middel is uitgevonden. Daarbij kan hij aan een ieder bewijzen dat dergelijke beloftes vals en absoluut ruïneus voor de gemeenschap zijn, et cetera.

Bang was hij niet, deze Sibertus door duizend gulden uit te loven voor het bewijs dat door iemand anders een bepaald, werkend, middel was uitgevonden. De Culemborgo Hallense was overigens een “beroemd” middel waar veel meer werd geadverteerd, de naam alleen al moet toch wel vertrouwen hebben gewekt. Sibertus plaatste zich dus boven de kwakzalvers. A.H. Israels (zie hierboven) plaatste hem er tussen.

Sibertus bleef de namaak bestrijden, ook nog in 1770:

Oprechte Dinsdagse Haarlemse Courant Anno 1770 No. 29:

Door S. BERENBURG, Mr. Chirurgyn en Breukmeester, op de Cingel by de Lutherse  Nieuwe Kerk in de Halve Maan t’Amsterdam, worden alle Verborgene Quaalen uit den Grond geneezen. Ook diend tot Bericht, tegens het voorgeven van onfeilbaare Geheimen of diergelyke Misleidingen, dat die Quaalen , zo wel als alle andere Gebreken, zo na hunne als der Patienten aard en toestand geneezen moeten worden. De Brieven franco.

Een geheel duidelijk inzicht in de familieverhoudingen heb ik niet. Wel is het zo dat Sibertus en Hendrik beiden actief waren in de buurt van de Nieuwe Lutherse kerk, Jeroenensteeg, Singel, Stromarkt en dus vlak bij elkaar woonden.

Beiden zijn of worden gerelateerd aan de “gezondheidsbranche”, de ene via zijn “ontdekking”, het werkende, verborgen (geheime) medicijn en de ander via maag-kruiden. De appel valt meestal niet ver van de boom. Er zit handel in “gezondheid”, ook nu nog. Maar dan moet het wel origineel zijn en geen namaak.