Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Mier

Vliegende mieren

De temperatuur liep vanmiddag in m’n achtertuin op naar 36,2 graden. Sloom wordt je daarvan en zo zat ik ook op m’n tuinstoel op het terras. Ineens vlogen de Mussen me om de oren. Met allerlei acrobatische vliegcaperiolen probeerden ze “vliegende objecten” te vangen. Er vlogen nogal wat van die objecten. Het bleken vliegende Mieren te zijn. De Mussen hadden het door, zij hadden feest, een barbecue met veel vlees. Mannetjes en vruchtbare vrouwtjes mier verlaten op een bepaald moment het nest en in de lucht vindt een bruidsvlucht plaats. Maar mieren vliegen schijnbaar niet graag. Want al heel gauw landden ze op mijn terras. Het was moeilijk er eentje uit te pikken voor de foto, het zijn mieren, stilzitten doen ze niet. Hieronder eentje die pas was geland en z’n vleugels nog had.

gevleugelde Mier

gevleugelde Mier

Maar ……, ze draaien één keer een slag in de rondte en weg zijn die vleugels, …….. afgeworpen.

"vliegende Mier" met pas afgeworpen vleugels

“vliegende Mier” met pas afgeworpen vleugels

Wat overblijft is een vette Mier, geen vleugels meer, die zo snel mogelijk een gat tussen de stenen van het terras zoekt. Dat belooft wat voor een volgende generatie, ik wordt nu af en toe al omver gelopen door de vele mieren.

pas gelande Mier, geen vleugels meer

pas gelande Mier, geen vleugels meer

Dus heb ik me tactisch terug getrokken en heb de Mussen hun feest gegund.

Huismus

Huismus

Na al dat gevlieg moesten die wel even “úthymje” (uithijgen) op de schutting. Want warm ……, dat was het.


Geluk gehad ?

De jongere generatie kent ze waarschijnlijk niet meer, de naar kamfer ruikende mottenballen. Als het seizoen vroeger voorbij was kregen de kleren voor dat seizoen (zomer- of winter) een plaatsje in een kast en werden er mottenballen bij gelegd. De angst voor motten was groot. Een mot in een woning kon dan ook direct een mep verwachten welke de vlinder niet overleefde. Tegenwoordig overleven vele naar binnen vliegende motten, die vaak op licht afkomen, het ook niet. Een veel voorkomende mot is de Huismoeder, een saai lijkende bruin gekleurde nachtvlinder. Maar deze soort heeft een waarschuwingssysteem. Zijn gele ondervleugels, die de vlinder alleen maar laat zien bij gevaar. Dat gevaar was ik in dit geval. Meppen, dat doe ik niet als er een vlinder in huis zit. Vangen is het devies en daarna buiten weer vrij laten.

Huismoeder (detail)

Huismoeder (detail)

Voor het vangen moest hij wel op ’t portret natuurlijk.

Huismoeder

Huismoeder

Eenmaal buiten vrijgelaten vloog de vlinder direct naar de bladeren van een klimop. Hij blij, ik blij. De blijdschap duurde niet lang. Een Mus kreeg de vlinder in de smiezen en je kon het zo snel niet bedenken of de vlinder was gevangen in de snavel van de mus. De vlinder kon nog wel fladderen. Een kleine onoplettendheid van de mus zorgde ervoor dat de Huismoeder alsnog kon ontsnappen, ik zag hem weg fladderen. Geluk gehad zou je zo denken.

vleugel van Huismoeder

vleugel van Huismoeder

Maar de volgende morgen (vanmorgen) zag ik opnieuw een Mus die een Huismoeder had gevangen. Deze keer hielp er geen lieve moedertje aan. Een vleugel bleef achter. Daar had een mier wel belangstelling voor. Geluk duurt soms maar kort, geniet ervan zolang het kan.


Heideblauwtje

Het Wijnjeterperschar is één van die gebieden waar het heideblauwtje nog goed gedijt. Je kunt ze er vaak in redelijk grote aantallen zien vliegen (of zitten). Het is één van de vlindersoorten waarbij de mannetjes en vrouwtjes duidelijk verschillend gekleurd zijn. Hieronder een mannetje, nog vers, zijn witte franje rondom de vleugels is nog intact. Verder is de bovenkant van zijn vleugels blauw.

Heideblauwtje (m)

Aan de onderkant zijn de vleugels, vooral bij de aanhechting op de borst, voor een deel ook blauw gekleurd bij het mannetje.

Heideblauwtje (m)

Als ze al een tijdje gevlogen hebben is er nog weinig over van de witte franje.

Heideblauwtje (m)

De vrouwtjes zijn compleet anders gekleurd, aan de bovenkant van de vleugels zijn ze bruin met oranje vlekjes aan de achterrand. Aan de onderkant zijn ze ook bruin gekleurd, met zwarte vlekken die wit omrand zijn en weer die oranje vlekken, bijna een oranje band. Een aantal van die vlekjes in de onderrand van de vleugels is soms voorzien van blauwe “glitter”, maar alleen als ze nog vers zijn. Die blauwe vlekjes verdwijnen al gauw.

Heideblauwtje (v)

Voor zover ik weet paren de vrouwtjes maar één keer, dat is genoeg voor de rest van hun aards bestaan. Zo’n paring duurt best wel lang. Als je een beetje voorzichtig bent is dat goed te fotograferen, ze kunnen in deze toestand nauwelijks vliegen.

Heideblauwtje (paring)

Deze vlindersoort leeft samen met een bepaalde mierensoort. De rupsen en poppen van de vlinder produceren een zoete lekkernij voor de mieren en daar tegenover bewaakt de mier de larve en /of pop. Omdat het Heideblauwtje in het Wijnjeterperschar voorkomt zal die mier er dus ook zijn, hoewel ik die daar nog nooit heb gezien. Het Heideblauwtje staat als kwetsbaar op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Dus is het elke keer als ik door die heide loop toch weer genieten. Nu het weer nog !!!