Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Kniptor

Prachtkevers of toch niet

Als je in deze periode van het jaar goed rondkijkt zie je overal kevers, op en onder bladeren en in het gras, op boomschors, op bloemen en planten. Daarvan heb ik geprobeerd een paar op’t portret te zetten. Dat valt nog niet mee, ze zitten geen van allen op een fotograaf te wachten. De eerste was de onderstaande. Zo te zien een kniptor en hoogstwaarschijnlijk een Muisgrijze kniptor, want die komt het meest voor. Let op de grootte van de ogen.

Muisgrijze kniptor

Maar dan heb je ook direct het probleem te pakken. Want er zijn zoveel verschillende soorten kevers die ontzettend op elkaar lijken dat je een specialist moet zijn om ze allemaal uit elkaar te kunnen houden. Ik heb wel eens gezien dat men ze dan in een kokertje stopt om thuis nader te kunnen ontleden. Dat overleven die kevers niet, alles voor de wetenschap dan maar. Op verse eikenbladeren “krioelde” het van onderstaande kevers. Het zijn slechts kleintjes, zo’n 5 millimeter lang. Aan de grote ogen te zien denk ik dat ze tot de prachtkevers behoren. Deze slanke kevers werden vroeger (of nog steeds?) ook wel smalbuikjes genoemd. Volgens wikipedia zijn er hiervan wel 3000 soorten beschreven. Wie ben ik dan om de juiste naam te noemen.

Agrilus laticornis – smalbuikje -prachtkever

Om toch maar een naam te noemen denk ik aan de Agrilus laticornis, maar het is de kans van 1 op de 3000 dat het goed is. Zoals geschreven: opvallend zijn die grote ogen.

Agrilus laticornis

De volgende is ook een prachtkever, weer van die grote ogen. Maar om te determineren is deze een stuk eenvoudiger. Die twee witte vlekjes midden op het achterlijf aan de vleugelranden zeggen veel. Dit is de Eikenprachtkever (Agrilus biguttatus). Hij is ook een stuk groter dan die eerste prachtkever, een dikke centimeter lang. De basiskleur van deze soort is donkergroen maar dat kun je in het felle zonlicht bij deze niet erg goed zien.

Eikenprachtkever Agrilus biguttatus

Hij heeft het “pracht” in z’n naam maar hij is berucht. Er zijn dikke rapporten over deze soort geschreven. Niet over de kever zelf, maar wel over de larven.

Eikenprachtkever Agrilus biguttatus

Die kunnen complete eikenbossen verwoesten. Vooral als de bomen al enigszins verzwakt zijn en soms wordt ook een relatie gelegd met vernatting van de natuur. Tik “eikenprachtkever” in een zoekmachine en je krijgt regelmatig het woord “eikensterfte” terug.

Eikenprachtkever (detail)

Dus toch niet zo’n “pracht”kever? Ach ja, hij doet waarvoor hij is opgeleid, dat kun je toch niet veranderen. Hij heeft in elk geval mooie grote ogen. Misschien moeten we eens wat minder eiken bij elkaar zetten, dat is voor de processierups ook beter.


Groot populierenhaantje

Met de jonge bladeren komen ook de verse kevers weer tevoorschijn. Vaak zijn dat bladhaantjes. Een forse soort is het Groot populierenhaantje. Op het eerste gezicht denk je aan een lieveheersbeestje, maar hij mist alle stippen.

Groot populierenhaantje

Groot populierenhaantje

Bovendien is deze soort fors groter dan een LHB-tje. Zowel zijn nek- als dekschilden zijn van ragfijne putjes voorzien, alsof de koperslager ze heeft bewerkt.

Groot populierenhaantje

Groot populierenhaantje

Heel even kon ik dit bladhaantje in z’n facetogen kijken.

Groot populierenhaantje

Groot populierenhaantje

Het populierenhaantje had min of meer gezelschap van een kniptor,

Kniptor

Kniptor

vriendelijk waren ze niet tegen elkaar. Maar ja …., dat zijn ze in de natuur meestal niet. Voedsel delen zit er vaak niet in, elk z’n eigen plekje.


Aaskevers en Kniptorren

Zoekt U wat meneer? Ja meneer (of mevrouw), ik zoek kleine beestjes. Ooohhh…….. Het is een veel gestelde vraag als ik weer eens naar de vegetatie sta te kijken. Het resultaat van al dat kijkwerk is vaak heel verschillend. Deze keer de wat grotere kruipers. Zoals hieronder de Slakkenaaskever. Vele tuinbewerkers zouden hem graag in de tuin willen hebben, hij leeft van slakken. In de ondergrond van de rugschilden licht een soort van roodbruine kleur op. Verder heeft hij een donker halsschild.

Slakkenaaskever

Daardoor is hij ook direct te onderscheiden van de gewone Aaskever. Die heeft een oranje halsschild. Oranje lijkt momenteel een overheersende kleur te zijn. Nou, dan kan deze ook wel meedoen. Hij heeft zelfs een zwart jakje aan.

Aaskever

Onderstaande valt qua kleur dan weer een beetje tegen, bijna egaal bruin. Een Kniptor. Ze heten zo omdat ze een geluid kunnen maken alsof je met de vingers knipt. Dat geluid maken ze als ze op de rug liggen en met sprong weer op de pootjes terechtkomen.

Kniptor

Maar die Kniptorren zijn er ook weer in verschillende soorten en dus kleuren. Hieronder een behaard exemplaar, misschien de Athous haemorrhoidalis. Om namen maak ik me bij deze soort nooit zo druk, ze hebben bijna uitsluitend wetenschappelijke namen. Dan is Kniptor wel weer genoeg.

Kniptor

Al speurend kom je dan ook wel eens een piepklein bloemetje tegen. ’t Heeft niets met Aaskevers en Kniptorren te maken. Het bloemetje is ongeveer een halve centimeter groot.

Hopklaver

Het is zeer waarschijnlijk de Hopklaver. Ja ………., je zoekt wat, momenteel is het de goede tijd om veel te vinden. Maar ja, die kou ….., het zit niet altijd mee.