Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Kneu

Tapuit en Kneu

Het was even schipperen tijdens de opnames van onderstaande foto’s, want deze kleine vogels zaten erg ver weg. Een stabiel plekje zoeken waar de lens op kon liggen en dan het beste er maar van hopen. Verder was een forse uitsnede nodig. De onderwerpen zijn vandaag als eerste de Tapuit. Meestal zie ik die alleen maar in het vroege voorjaar als ze op doortocht zijn. Deze zal wel blijven, anders is hij erg laat met dat doortrekken. Het is een mannetje in voorjaarstenue.

Tapuit (m)

Tapuit (m)

De foto hierboven wekt door de achtergrond (een leeg stuk bouwland) de illusie dat hij is gemaakt in het vroege voorjaar. Dat is echter niet zo. Daarom ben ik een plaatsje gaan zoeken waardoor er iets meer groen zichtbaar wordt.

Tapuit (m)

Tapuit (m)

De vogel bleef staan, ik was ver weg, maar keek af en toe wel of ik niet dichterbij kwam. Voor mij was dit de eerste Tapuit die ik in dit seizoen voor de lens kreeg. Zelf kom ik ook niet zo vaak in het veld, dus het zullen er veel meer zijn geweest. Behalve de enkele blijver zal ik pas weer meer zien als de najaarstrek is begonnen.

Tapuit (m)

Tapuit (m)

De Tapuit werd min of meer vergezeld door een Kneu, maar die zat nog verder weg. Dit is een vrouwtje, de mannetjes hebben in het voorjaar een robijnrode borst. In het Fries noemen we deze soort dan ook “Robyntsje

Kneu

Kneu

Het is al wat later in het voorjaar, eigenlijk verraste die Tapuit me een beetje. Toch was ik blij er ook nu nog eentje voor de lens te hebben gekregen.


Rondje Merskenheide

Het is meer dan een week geleden dat ik een rondje Merskenheide heb gemaakt. Het was nog vroeg in de ochtend, het was er rustig. Boven m’n hoofd zat een vogel op een tak. Moeilijk te herkennen zo.

Tjiftjaf

Toen begon hij echter te zingen. Een Tjiftjaf, geen twijfel meer mogelijk.

Tjiftjaf

Ik heb een tussenstop gemaakt bij het bankje aan de oostkant van de heide. Na enige tijd kreeg ik, op afstand, -dat wel-, een kijker die me duidelijk in de gaten hield, maar ook klaar zat om zo weg te kunnen vliegen. Het nest zal niet ver weg zijn geweest. Het is een Kneu, een soort die in de heide broedt.

Kneu

Lopen……. lopen ……., maar behalve een Levendbarende hagedis ben ik gedurende de rest van de wandeling niets meer tegen gekomen. Tot aan het ven, daar zwierven een aantal heidelibellen rond.

Zwarte heidelibel

Eentje kon ik “strikken”, een Zwarte heidelibel. Die zijn niet van jongs af aan direct helemaal zwart. Wat ze wel altijd helemaal zwart hebben zijn hun poten, waar geen gele strepen op zitten. De bovenstaande had een klein geel vlekje op een poot, maar dat is nog lang geen streep langs de totale lengte van de poot. Een schoonheidsfoutje, of juist spannend, wie weet. Deze heeft in de brede zwarte band aan de zijkant van het borststuk drie gele vlekken. Dat is ook een duidelijk kenmerk van een Zwarte heidelibel.


Kneu

Kneutjes, meestal onopvallende vogels, van afstand al gauw te verwarren met mussen. Maar in het voorjaar veranderen de mannen van kleur, ze krijgen roodroze op de borst en op het voorhoofd.

Kneu (m)

Alles om op te vallen bij een toekomstige partner natuurlijk. Even je veren poetsen hoort daar ook bij.

Kneu (m)

De vrouwtjes, die hebben dat roodroze dan wel wel niet in hun kleurenpakket, kwetteren kunnen ze wel.

Kneu (v)

En dan, ineens, belandt je samen op een draad.

Kneu (m + v)

Dan is het verschil in de geslachten overduidelijk.

Kneu (m)

Zoals elk jaar weer mooi om te zien. Als je ze te zien krijgt. Want zoveel zijn er ook weer niet, dus het blijven min of meer toevalstreffers, deze ontmoetingen.