Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “kapper

Oothout, van bakker naar …… (3)

Na eerst Ulbe Oothout en zijn vertrek uit Drachten te hebben beschreven, klik hier, en daarna een fragment genealogie Oothout, klik hier, blijft over het achterhalen van de herkomst van de achternaam Oothout.

Ulbe Baukes gebruikte de achternaam al voordat Napoleon een achternaam verplicht stelde. Dan is het de vraag of de achternaam ook bij zijn voorouders wordt vermeld.  Vader Bauke Ulbes, meester bakker, was in 1765 kerkvoogd van Noorderdrachten en zijn naam stond vermeld op de klok (of op het klokhuis van de klok) die in dat jaar in Enkhuizen werd gegoten en die dienst deed op het Noorderkerkhof. De andere kerkvoogd was Lowijs (Louis) Kornelis. Hierbij werd geen achternaam vermeld. Grootvader meester bakker Ulbe Harmens werd vermeld door Bearn Lap, maar ook zonder achternaam. Overgrootvader Harmen Geerts was tuinman (gardenier) bij de Grietman Bouricius in Heerenveen. Hij wordt een keer vermeld als Huysman en een keer als Gardeniers. Geen enkele vermelding dus van Oothout.

Een familienaam wilde vroeger wel eens “sluimeren” en kwam dan zomaar opeens weer bovendrijven. Daarom heb ik geprobeerd ook nog iets meer van die familie te achterhalen. In 1776 waren Wijnand Bruining, Siebe Gurbes en Weit Ebes curatoren over Ulbe Baukes. Curatoren waren vaak familie. Van Wijnand Bruining is dat duidelijk, hij was de grootvader. Van beide andere curatoren is dat minder duidelijk. Weit Ebes was getrouwd met Tietje Aans en Siebe Gurbes met Hiske Aans, beiden dochters van de smid Aan Eedes en Jenke Libbes. Maar een verder familieverband heb ik niet kunnen leggen. Hooguit dat Jenke Libbes afstamde van de Kornelis Lowijs die in het midden van de 17e eeuw in Drachten woonde. Diens kleinzoon, ook een Kornelis Lowijs, was in 1765 de tweede kerkvoogd, wiens naam ook op de klok van Noorderdrachten stond. Ook Joukje Landmeter, de vrouw van een andere voogd, Hendrik Annes Brandsma (in 1802) stamde van de oude Kornelis Lowijs af. Ook al zou deze 17e eeuwse Kornelis Lowijs de “spin in het familieweb” zijn, dan is daarmee de familienaam Oothout nog niet te verklaren, nergens ligt er een verband tussen Kornelis Lowijs en die familienaam.

doorgezaagde boomstam

Daarmee lijkt de zoektocht naar een reeds in gebruik zijnde familienaam geen resultaat te hebben.

Dan zijn er de volgende mogelijkheden.

  1. Oothout had iets met het bakkersberoep te maken, een speciaal soort hout dat in de ovens werd gebruikt. Maar daartoe lijkt turf toch de meest aangewezen brandstof te zijn.
  2. Oothout was een begrip in de gardeniers (tuiniers)wereld van over grootvader Harmen Geerts. Dat lijkt ook niet erg waarschijnlijk.
  3. Oothout werd overgenomen van een bekende persoon die werd gewaardeerd om zijn daden. In de U.S.A. komt de achternaam Oothout al heel vroeg voor. Jan Jansen Oothout (?-1695), woonde in 1660 al in Albany county, New York. Hij was getrouwd circa 1660 met Hendrikje van Nes, dochter van Cornelis Hendriks van Nes en Maaike Hendriks Burchgraeff. Jan maakte op 12 maart 1686/7 een testament waarin de volgende kinderen werden vermeld: 1. Johannes, 2. Hendrik, 3. Maaike, 4. Antje, 5, Jannetje en 6. Arien.
    – Daarnaast leefde ook in de U.S.A. een Foppe Jans Oothout (circa 1631-1693), getrouwd met Sarah Vigerou (?-1703), weduwe van William Neering. Hij maakte in 1685/1686 een testament. Ze hadden in elk geval twee dochters, van wie slechts één de naam bekend is namelijk  Sarah. Foppe woonde in 1660 New Jersey en wordt vermeld als kwartiermeester gedurende de expeditie van Peter Suyvesant tot herovering van Fort Casimir. Na afloop daarvan ging hij terug naar de Delaware river regio. In 1660 was hij herbergier in New Amstel, in 1671 rechter in New Castle, New Jersey. Hij kocht in 1665 land van de Indianen.
    – Verder is er nog sprake van een Hans Reinier Oothout, die ook samenwerkte met Peter Stuyvesant.
    Hoewel deze personen in de U.S.A. een zekere, meer plaatselijke, bekendheid genoten lijkt het ook onwaarschijnlijk dat ze als rolmodel in Nederland hebben gediend.
    – In Groningen, Sappemeer gebruikte iemand de achternaam Ootholt, ook al voor 1811. Een relatie is niet vast te stellen.
  4. Oothout is afgeleid van een plaatsnaam. Omdat overgrootvader Harmen Geerts in Heerenveen (Terband) woonde denk je dan aan het zuidelijke deel van Friesland. Als je Oothout op z’n Fries uitspreekt kun je er ook “oltholt” in horen. Misschien ligt er een relatie met of de plaatsen Oldeholtwolde of Oldeholtpade. Een beetje analoog aan de familie Lycklema à Nijeholt, die afkomstig was uit Nijeholtpade.

Kortom, een verklaring voor de achternaam Oothout heb ik niet. De plaatsnaamtheorie geniet mijn voorkeur, maar ook dat is slechts een slag in de lucht. Wie weet, misschien komen er ooit uit een archief toch nog meer gegevens tevoorschijn. Wat je wel kunt stellen dat het een familie vol kleurrijke personen was. Tuinman bij de Grietman, meester bakker, kerkvoogd, meester smid, koopman, kapper, drogist. Alleen Ulbe Baukes zorgde voor een dipje.

lichtbreking in wolkenrand


Oothout, van bakker naar …….. (2)

Dit is het vervolg op het log van een week geleden betreffende Ulbe Baukes Oothout en zijn vrouw Hiltje Pieters Koning, klik hier. Ze kregen drie kinderen: Froukje, geb. 1796, Pieter, geb. 1798 en Bauke, geb. 1801. Ulbe werd prodigus verklaard, hij verkwiste zijn goederen en mocht zelf niet meer handelen. Daartoe werden curatoren benoemd.  Dat alles zal Ulbe en vrouw Hiltje behoorlijk gefrustreerd hebben en op een bepaald moment besloten ze alles in de steek te laten om misschien ergens anders opnieuw te beginnen. Wanneer dat nu precies was is niet helemaal duidelijk. In de bijlagen van het huwelijk van zoon Pieter staat aangegeven dat dit in het eind van het jaar 1801 was. Uit de criminele sententie betreffende Hiltje blijkt dat zij in 1803 nog wel in Drachten was. Maar op enig moment hebben ze toch Drachten definitief verlaten.

Daarmee waren ze geen uitzonderingen, er zijn talloze voorbeelden bekend van mensen die in die tijd vertrokken zonder dat men wist waar naar toe. De vader van Hiltje, Pieter Jans Koning verliet in 1780 ook in stilte zijn woonplaats Sebaldeburen en vertrok naar Drenthe. Hij kwam daardoor in conflict met zijn landeigenaar Van Inn- en Kniphuizen, de heer van Nienoord (huisarchief Nienoord inv. nr. 594). Het vertrek hield misschien verband met een proces dat tegen Pieter Koning werd gestart wegens mishandeling van J. Fruytier uit Kuzemer.

 Het is de vraag of Ulbe en Hiltje nog terug te vinden zijn. Volgens de huwelijksbijlagen van zoon Pieter in 1830 was op dat moment hun woon- of verblijfplaats onbekend. Toen dochter Froukje in 1826 overleed staat in diens overlijdensakte vermeld dat Ulbe was overleden en de verblijfplaats van Hiltje onbekend. Maar, zoals hierboven aangegeven, zoon Pieter wist van niets.

Slechts één keer vond ik nog een vermelding waarin zeer waarschijnlijk Ulbe wordt genoemd. Dat is in een advertentie in de Nederlandsche Staatscourant wegens verevening van achterstallige soldij van de marine over de maand juli 1825. Als begunstigde wordt vermeld U. Oothout, matroos op het schip Hersteller, nader Zeelust. Als in 1826 een nadere advertentie wordt geplaatst wordt Ulbe niet meer vermeld, dus zal hij zijn soldij wel ontvangen hebben, of misschien zijn erfgenamen. Verder blijven Ulbe en Hiltje (voorlopig) onvindbaar.

De kinderen bleven achter in Drachten. De curatoren Hendrik Annes Brandsma, grofsmid en Sybolt Arends Frieswijk, koopman, zullen zo gauw mogelijk een onderkomen voor de kinderen hebben gezocht.

kerkhof Eastermar (Oostermeer)

De jongste zoon, Bauke,  bleef in Drachten wonen en overleed daar ongehuwd in 1874. In de volkstelling van 1826 werd hij vermeld als Bauke Ulbes Bruining, leerlooier(sknecht), wonende in Zuiderdrachten, geboren 5 mei 1800. Ach, het kwam ook allemaal niet zo precies vroeger met die data, als er maar wat op papier stond. Bauke zal opgevangen zijn binnen de Bruining-familie.

De oudste,  dochter Froukje (1796-1828) kreeg in 1819 een onechte dochter. Dat kind werd slechts één jaar oud en was geboren in Drachten maar er staat in de geboorteakte vermeld dat Froukje officieel woonde op het Ruigezand (onder Oldekerk, Groningen). Daarna trok Froukje in bij Jan Wierds van Houten (1799-1861) in Drachten. Ze trouwden niet maar kregen wel twee kinderen, een dochter Baukje (1826-1827) die slechts een paar maanden oud werd en een dochter Tetje (1824-1901), die trouwde (1852) met Sipke Thomas de Jong (1813-1893). Hun kinderen (De Jong, De Vries) bleven wonen in Friesland (Drachten, Leeuwarden).

Zoon Pieter Ulbes Oothout (1798-1839) kwam ook in Oldekerk / Niekerk terecht en trouwde daar in 1830 met Tätke Luurs (1800-1848) een dochter van de uit Hage, Oostfriesland, afkomstige Hindrik Betten Luurs, eerst horlogemaker en later grofsmid in Grijpskerk. Pieter wordt vermeld als zijnde dagloner en arbeider. Bij Tätke kreeg hij vier kinderen, allen geboren in Niekerk. De familie van moeder Hiltje Koning kwam uit die streek en misschien is Pieter bij hen ondergebracht, mogelijk samen met zijn zuster Froukje. Van zijn vier kinderen werden drie volwassen.

Pieters zoon Sander Oothout (1835-1885) werd grofsmid in Grijpskerk. Een beroep dat zijn grootvader Hendrik Betten Luurs ook al uitoefende en ook zijn ooms Luurt Luurs in Pieterzijl, Hendrik Luurs in Grijpskerk en Sander Luurs in ’t Zandt. Sander Oothout kreeg drie kinderen maar geen van deze drie werd volwassen.

Pieters zoon Hendrik Oothout (1830-1903) trouwde twee keer, eerst met de boerendochter  Antje Lautenbach (1841-1867) en daarna met Jantje Noordhoff (1841-1919). Uit het eerste huwelijk werd een dochter Renske geboren in Doezum, die later in Buitenpost woonde en getrouwd was met Hylke Bottema. Op de grafsteen van Renske en Hylke staat ook moeder Antje Lautenbach vermeld. Uit het tweede huwelijk werden zeven kinderen geboren, de meeste in Doezum waar Hendrik landbouwer was. In 1880 was hij karreman in Lutjegast en in 1886 koopman in Groningen. Drie kinderen uit dit tweede huwelijk werden volwassen en zetten de koopmanstraditie voort. Dochter Bouwina dreef een hoedenwinkel in Groningen en de zoons Pieter en Anne Adriaan waren coiffeurs (kappers) aan de Kleine Kromme Elleboog in Groningen en vertrokken later naar Den Haag, waar ze eerst nog kapper waren en later drogist werden.

advertententie Stinissen-Oothout hoeden

Deze (kleinzoon) Pieter was de leverancier van Oothout’s  Haargroei Extract, waarmee landelijk werd geadverteerd. Hun moeder Jantje Noordhoff vertrok in 1915 ook naar Den Haag en overleed daar in 1919, maar werd begraven in Groningen (Zuiderbegraafplaats).

Oothout’s Haargroei Extract O.H.E.

Pieters zoon Bouke Oothout (1833-1920) trouwde in 1859 met Gijsberdiena Meijer (1836-1908). Hij was olieslagersknecht, koopman, voerman en landbouwer van beroep en woonde in Leek, Haren, Nietap, Hoogkerk en tenslotte in Enumatil. Gelet op de advertenties in het Nieuwsblad van het noorden tussen 1910 en 1914 was hij in die periode vooral actief in de paardenhandel.

Oothout Enumatil

Bouke en Gijsberdiena kregen negen kinderen. Slechts drie kinderen werden volwassen. Twee, Albert en Adrianus, overleden ongehuwd, beiden wonend in Enumatil. Alleen Boukes zoon Pieter Oothout trouwde. Zijn vier kinderen werden allemaal in Oostermeer geboren en liggen daar ook begraven. Evenals Pieter zelf en zijn vrouw. Pieter was grofsmid in Oostermeer.

smid Oothout Oostermeer

In deze van oorsprong bakkersfamilie veranderde het beroep naar grofsmid en koopman. Toevalligerwijze ook de beroepen van de curatoren van Ulbe Oothout en Hiltje Koning in 1798. Hebben die curatoren zoveel invloed gehad? Denkelijk niet, maar wie weet, misschien had Hendrik Annes Brandsma toch connecties bij zijn beroepsgenoten in Grijpskerk.

In een derde (laatste) aflevering doe ik nog een poging iets meer te achterhalen van de betekenis van de achternaam Oothout, klik hier.