Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Joost van Vondel

Janke Binnema spreekt

In een tweetal voorgaande logjes (hier en hier) heb ik iets geschreven over de Vondel / Tienstra / Visser – en de Salmasius-familie. Een familie die met beide benen in de turf stond. Ze moesten hun werk onder slechte omstandigheden uitvoeren. Bovendien werd de vraag naar turf kleiner door de opkomst van de steenkool als brandstof. Het gevolg was werkloosheid en nog grotere armoede. Hier en daar braken stakingen uit. Ook de vrouwen deden mee.

Leeuwarder Courant 17 mei 1890

In de Nederlandse kranten verschenen in het eind van de 19e eeuw artikelen over sociale misstanden in het veen. Dat deed de regering er in 1890 toe besluiten een staatscommissie in te stellen die ter plekke de toestand moest onderzoeken. Dat gebeurde onder anderen in 1891, toen de commissie zitting hield in Heerenveen. Er werden mensen uit alle lagen van de bevolking gehoord over die sociale misstanden. Bij de antwoorden gaat je soms “de griize oer de grouwe” (rijzen je de haren ten berge). De gestelde vragen werden later genummerd. Over de enquête zijn al heel wat boeken geschreven. Dat ga ik hier niet herhalen. Maar het leek me passend om de Vondel-logjes af te sluiten met het verhoor van Janke Hendriks Binnema (1826-1911), de vrouw van Joost Annes van Vondel junior. De familie was intussen in Appelscha terecht gekomen. Ik heb de taal hier en daar wat gemoderniseerd.

Verhoor van Janke Hendriks Binnema weduwe van Joost van Vondel, oud 64 jaar, arbeidster te Appelscha. Men was al bij vraag nr. 4634

Vraag 4634 (voorzitter):
Bent U de voorzitster van de vrouwenvereniging “Vooruit” in Appelscha?
Antwoord:
Nee, ik ben de secretaresse.

Vraag 4635:
Bent U de opsteller van het stuk dat wij van de vereniging hebben ontvangen?
Antwoord:
Nee, dat heeft mijn zoon gedaan. De inhoud is de waarheid.

Vraag 4636:
Heeft U het gelezen en bent U het ermee eens?
Antwoord:
Ja.

Vraag 4637:
Werkt U nu nog in het veen?
Antwoord:
Nee, dat kan ik niet meer.

Vraag 4638:
Tot welke leeftijd hebt U dat gedaan?
Antwoord:
Tot mijn 60e jaar.

Vraag 4639:
Wat voor soort werk deed U?
Antwoord:
Het opmaken van natte turf, het op ringen zetten en in bulten brengen van die turf.

Vraag 4640:
Heeft U vroeger ook meegewerkt met het postgraven?
Antwoord:
Nee, ik heb alleen natte turf gekruid bij het gewoon graven.

Vraag 3641:
Hoeveel verdiende men met het kruien van natte turf?
Antwoord:
Niet alle vrouwen kunnen dat doen, ze moeten sterk zijn en verdienen dan ongeveer 1 gulden per dag.

Vraag 3642:
Hoeveel werd er verdiend met het droogmaken?
Antwoord:
Dat verschilt. Wij maken in een heel jaar 20 dagwerken en krijgen 2 gulden per dagwerk; dat is nu echter verhoogd naar 2,50 gulden. De meeste vrouwen hebben kinderen en moeten dan een meid nemen om thuis te zijn. Als de vrouwen geen turf opleggen dan kunnen ze geen huis krijgen. Die meid verdient dan 10 of 12 stuivers plus de kost, dan blijft er bijna niets over. Het is moeilijk om voor 1 gulden de kost te geven. En dit duurt 20 weken. Wat houdt zo’n vrouw dan zelf nog over van het werken in de turf. Ze moet een meid hebben om op de kinderen te passen.  Ik zou het beter vinden als de getrouwde vrouwen thuis bleven. Waar is de plaats van de vrouw? Thuis. Dan krijgen de kinderen een betere opvoeding en beter onderwijs. Soms verbrand er een kind, soms verdrinkt een ander kind. Dat kan worden voorkomen.

Vraag 3643:
Weet U nog wanneer dat laatste ongeluk was en hoe het kind heette?
Antwoord:
Het was een kind van IJbele Bos dat is verbrand en vorig jaar is een kind van IJbele Bruinsma verdronken. Ik meen te weten dat  er nog meer waren.

Vraag 3644 (Reeling Brouwer):
Als de vrouwen niet in het veen werken kunnen ze dan geen woning krijgen?
Antwoord:
Dat gaat moeilijk.

Vraag 3645:
Moeten zij, ook al verdienen ze niet veel, toch in het veen werken om een woning te krijgen?
Antwoord:
Ja, en de huren zijn ook nog eens verhoogd. Woningen van 20 gulden zijn bijna niet meer te krijgen, zodat men nu 24 of 25 gulden moet betalen. Daardoor is er veel ellende bij ons.

Vraag 3646 (voorzitter):
Als U een woning van een veenbaas krijgt moet U daarvoor dan huur betalen?
Antwoord:
Ja.

Vraag 3647:
Hoeveel dan wel?
Antwoord:
Wij hebben zelf een verbliefke. De meeste mensen kunnen hun huur niet verdienen, de toestand wordt alsmaar slechter. De bakker heeft brood geleverd op goed vertrouwen, maar de mensen die de rekening van vorig jaar nog niet hebben betaald kunnen nu geen brood meer krijgen en het brood wordt duurder. Ik heb een bakker gesproken, die vertelde dat hij als hij bij de kachel bleef zitten meer kon verdienen dan met bakken. De oude mensen zitten nu in grote ellende.

Vraag 3648:
Bij het droogmaken van de turf wordt nu tien stuivers meer betaald dan een jaar geleden. Wat is de reden daarvoor?
Antwoord:
Dat komt door de werkstaking.

Vraag 3649:
Vonden de arbeidsters het loon te laag en hebben ze daarom gestaakt?
Antwoord:
Ik zal mijnheer dat wel eens vertellen. Vorig jaar ging het wat beter en toen wilden ze een kwartje meer salaris per 40 stok. De leden van de Volkspartij vergaderden zonder de bazen, die niet wilden komen. Daaruit is de werkstaking voortgekomen.

Vraag 3650:
Hoe lang heeft die werkstaking geduurd?
Antwoord:
Drie weken.

Vraag 3651:
Kon men in die tijd van het jaar ander werk doen in het veld?
Antwoord:
De werkstaking brak uit op 13 mei. Mijn zoon moest op dat moment naar Den Haag om in militaire dienst te gaan.

Vraag 3652:
Is er vorig jaar meer loon gegeven?
Antwoord:
Nee, de bazen lieten zich niet dwingen en de arbeiders zijn toen uit ellende weer begonnen.

Vraag 3653 (Van Alphen):
Hebben de bazen er in de herfst niet een fooitje bij gedaan?
Antwoord:
Sommigen wel, sommigen niet. De toestand wordt elk jaar moeilijker. Ik weet niet hoe het verder zal gaan met de mensen als de werkloosheid nog verder toeneemt.

Vraag 3654 (voorzitter):
Kunt men in Uw omgeving gemakkelijk een dokter krijgen bij ziekte?
Antwoord:
Dat gaat heel gebrekkig. Mijn stiefvader van 86 die naast me woont, krijgt elke week slechts één keer de dokter uit Oosterwolde op bezoek. Een andere vrouw bij ons in de buurt had herhaaldelijk verzocht dat er een dokter zou komen. Die dokter kwam niet maar stuurde tot zeven keer toe een drankje zonder de patiënt gezien te hebben. Uiteindelijk is hij door de armvoogden er toe gedwongen om een bezoek te brengen. Hij deed toen heel knorrig. Die vrouw durfde hem niet weer te vragen en is elders hulp gaan zoeken. Mijn stiefvader woont met een meid. De meid is 86, hij is 87 jaar oud. Nu krijgt deze meid slechts 75 cent bijstand omdat de man nog een klein huisje heeft. Daarvoor heeft hij echter een lening. Als het huisje verkocht wordt is het waardeloos, hij kan niet eens de rente betalen. Dat huisje is een prul, het is niets waard.

getekend: J.H. Binnema

J.D. Veegens, voorzitter
Van Alphen
N. Reeling Brouwer
O.Q. van Swinderen
P. van Nispen adj.-secretaris

Of het allemaal voor veel verbetering heeft gezorgd? Misschien kan ik dat het beste laten zien met twee krantenartikelen, uit 1894 en 1898:

Nieuws van den dag 5 april 1894

Misschien wel iets.

Utrechts Nieuwsblad 7 april 1898

Postgraven bleef gelijk, gewoon graven ging van 8 naar 10 gulden per dagwerk van 12.800 turven. Nachtwerk was niet meer toegestaan.

De vervening was een aflopende zaak. Misschien ook maar goed gelet op de sociale toestanden. Bij mijn eigen familie heeft dat tekort aan werk er voor gezorgd dat velen naar de Verenigde Staten emigreerden.

Advertentie

Joost van Vondel in Niebert

Let op het ontbreken van “den” in bovenstaande naam. Dit verhaal handelt dan in eerste instantie ook niet over een dichter, maar over veenarbeiders. Want in 1862 / 1863 behandelde de Raad van State het zoveelste geschil  over het “Domicilie van onderstand”. Deze keer inzake Anne van Vondel.

Anne van Vondel woonde in 1862 in Appelscha. Hij kwam in de problemen en vroeg “onderstand” aan. Vroeger moest de geboorteplaats voor de kosten van onderhoud opdraaien. Bij Anne van Vondel was dat niet Appelscha. Maar welke plaats dan wel? Volgens Anne zelf was hij geboren in Niebert in de gemeente Marum. In Marum werd dit echter ontkend. Anne zou wel zijn geboren in Niebert, maar een deel daarvan lag in de gemeente Marum en een ander deel in de gemeente Leek. Toen probeerde men heel precies vast te stellen in welk huis Anne geboren was.
Volgens de gemeente  Ooststellingwerf was Anne in het huis genaamd “het Hoendernest” geboren. Volgens Marum hadden de ouders van Anne wel gewoond in het Hoendernest, waren daarna in een ander huis gaan wonen (waar in 1862 Hendrik Heuker in woonde) en daarna verhuisd naar een huis genaamd “de Joostentuin”, dat in de gemeente Leek stond, op de derde optrek (gang) ten oosten van de Boerakkers. Volgens Marum was Anne of in het Hoendernest of in het “Heuker”-huis geboren. Dat “Heuker”-huis stond in Leek (Tolbert). Er volgde een speurtocht in oude boeken. Men vond in het Diaconieboek van Niebert dat daar op 24 april 1796 waren getrouwd Joost Annes en Wietske Roelfs, de ouders van Anne. In datzelfde diaconieboek vond men ook een vermelding dat op “19 martiuus 1797” in het bekken (collecteschaal) was ontvangen twee stuivers bij de doop van Anne, de zoon van Joost Annes en Wietske Roelfs.

Ooststellingwerf had Anne zelf gehoord en deze had verklaard dat zijn ouders hem hadden verteld dat hij op 25 februari 1797 was geboren in Niebert, in het huis “op den vijfden of zesden intrek” ten westen van de Boerakkers, het Hoendernest genaamd. Zijn ouders huurden dat huis van Roelof Simons. Kort na zijn geboorte was het gezin verhuisd naar het “Heuker”-huis en nog later naar de Joostentuin in de gemeente Leek (Tolbert). Anne noemde verder nog drie namen van mensen die meer zouden kunnen vertellen. Dat waren zijn halfzuster Roelofke Popkes, zijn volle zuster Grietje van Vondel en zijn tante Iebeltje Roelfs. Deze laatste was 80 jaar toen ze gehoord werd in Friesland.

Volgens tante Iebeltje was Anne niet in het Hoendernest geboren.
Halfzuster Roelofke Popkes, 70 jaar oud, verklaarde zeer stellig te weten dat Anne wel in het Hoendernest was geboren, westelijk van de Boerakkers, eerst eigendom van Jan Oebels en pas later van Roelof Simons. Verder waren haar ouders kort na de geboorte van Anne verhuisd naar het huis van de weduwe van Roelof Elskes, later door Hendrik Heuker bewoond. Weer later waren ze naar de Joostentuin verhuisd.
Zuster Grietje van Vondel was zelf in het “Heuker”-huis geboren evenals een reeds overleden broer Roelf van Vondel. Haar broer Anne was in het Hoendernest geboren.
De gemeente Leek deelde mee dat het dorp Niebert altijd in zijn  geheel bij Marum had behoord en dat er pas na de invoering van het kadaster slechts drie huizen overgegaan waren naar Leek (Tolbert).

De Raad van State was gauw klaar. Niebert behoorde onder Marum en werd als onderhoudsplichtig aangewezen.

Genealogische gegevens.
Bekend is uit het bovenstaande dat de behoeftige Anne van Vondel een zoon is van Joost Annes van Vondel en Wietske Roelfs van der Scheer. Wietske had een zuster Iebeltje Roelfs. Deze Iebeltje vond ik terug in Siegerswoude als vrouw van de arbeider Jan Annes Tienstra. In Siegerswoude woonde ook nog een Jogchem Annes Tienstra, eveneens arbeider, getrouwd met Jantje Roelfs. De Roelfs-dochters zullen wel kinderen zijn geweest van Roelf Pieters en Sjouwktje Boukes. Wytske en moeder Sjouwktje overlijden beiden in huis nr. 116a in Tolbert, terwijl Joost Annes overleed in huis nr. 116. De dames komen in de boeken voor met de achternamen Van der Scheer, Van Zonder en Zondervan.

In 1771 trouwden in Siegerswoude Anne Roels en Antje Joostes. Kinderen lieten ze daar niet dopen. Anne Roels overleed waarschijnlijk in mei 1789 in De (Friese?) Wilp, hij werd begraven in Siegerswoude. Dat blijkt uit de diakonierekening van dat dorp. Antje Joostes overleed in 1811 in Tolbert. Het gezin van Anne en Antje legt een verbinding tussen Siegerswoude en Nuis / Niebert / Tolbert. Ze zijn de ouders van Jan Annes Tienstra en van Jogchem Annes Tienstra, beiden later in Siegerswoude (De Wilp) woonachtig. Jogchum Tienstra ondertrouwde in 1802 in Niebert met Jantje Roelfs en bij zijn tweede huwelijk met  Tjitske Huizinga worden zijn ouders vermeld. Jan Tienstra ondertrouwde in 1803 in Nuis met Iebeltje Roelfs. Een andere zoon was Roelf Annes (de) Visser, die in 1809 in Siegerswoude trouwde met Engeltje Berends Stenekes. We vinden dit gezin later terug in Marum (De Wilp) en als Roelf daar in 1858 overlijdt worden zijn ouders Anne Joostes Visser en Antje Roels genoemd. Dat soort naamsverwisselingen zie je in oude aktes ook heel vaak.

Anne Roels en Antje Joostes zijn zeer waarschijnlijk ook de ouders  van Joost Annes van Vondel. Joost werd zo rond 1776 vermoedelijk in Siegerswoude geboren. Via een omweg ben ik dan weer terug op Opsterlandse bodem. Antje Joostes overleed in 1811 in Tolbert, waarschijnlijk in het huis van (haar zoon) Joost Annes van Vondel, mogelijk de Joostentuin. Was ze daarmee terug op voorvaderlijke bodem?

Het kwam veel vaker voor dat broers verschillende achternamen gebruikten. Vaak ook trouwden kinderen uit één gezin met kinderen uit één ander gezin.

De behoeftige Anne Joostes van Vondel overleed in 1868 in Appelscha. In de overlijdensakte staat dat hij ongehuwd was. Dat klopt, maar hij vormde wel een gezin met Trientje Pieters (Selmasius) waarbij hij zes kinderen kreeg, waaronder een Joost Annes van Vondel.

Grafzerk Joost Annes van Vondel, Oosterse Es, Appelscha

Tenslotte de toponiemen.
– Waar de Joostentuin heeft gestaan weet ik niet precies, ergens iets oostelijk van Boerakker, op de derde optrek (gang) ten oosten van die streek.
– Het Hoendernest is  een oude boerderijnaam. In het Familiearchief Leuringh is al in 1670 sprake van de verkoop van dat Hoendernest in Niebert en in 1866 wordt in het archief van de Stichting Weltevreden melding gemaakt van een boerenplaats in Niebert, “eertijds genaamd het Hoendernest”. De stichting verkocht die boerderij in 1963. In dat archief zitten twee kaartjes, zodat waarschijnlijk wel de exacte plaats van dat Hoendernest te achterhalen is. Wat uit dit verslag al bekend is dat het stond op de vijfde of zesde intrek ten westen van Boerakker.

Terug naar de schrijver-dichter Joost van den Vondel. De achternaam van de behoeftige Anne uit Appelscha was ook aan Mr. J. van Lennep in 1869 opgevallen. In zijn boek, “De werken van Vondel”, deel 12, schreef hij letterlijk de tekst van de verslagen van de Raad van State over. Hij kwam tot de conclusie dat Joost Annes (van Vondel) geen familie van de schrijver-dichter kon zijn.

Werken van Vondel, deel 12, door Mr. J. van Lennep, 1869

Ik kan Van Lennep volgen over het niet verwant zijn, de rest lijkt me een een beetje “dikke-duim-werk”. Want Anne van Vondel was geboren in het Hoendernest, niet in de Joostentuin. Bovendien is Niebert toch echt een Gronings dorp. Laten we vader Joost maar het voordeel van de twijfel geven en aannemen dat hij door z’n achternaam met een knipoog verwees naar de naam van onze volksdichter. Mijn duim is dan echter net zo dik.

bron: Verslagen van de Raad van State.