Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Grauwe gans

Vogels, heel veel vogels

Het lokte me eigenlijk niet zo erg in de afgelopen week om buiten rond te scharrelen. Het was koud met een snijdende noordenwind, het regende zoveel dat het veld voor m’n huis op een modderpoel begon te lijken, het waaide hard en het onweerde ook nog eens. Maar het voorjaar nadert, dus eropuit, op zoek naar die zomergasten. Ik verwachtte toch nog wel ergens een zielig stil zittende Kievit of een Tureluur te kunnen ontdekken. Veel vogels verwachtte ik niet te zien. Maar dat pakte anders uit, heel anders dan ik verwachtte. Want ik zag veel vogels, heel veel vogels, maar wel anders. Het begon met deze twee exemplaren Grauwe gans, kennelijk de gans der ganzen want wetenschappelijk heet deze Anser anser, dubbelop dus.

Grauwe gans – Anser anser-

Al gauw belandde ik tussen grote groepen Kolgans, Anser alfibrons wetenschappelijk genaamd. Dit zijn weglopers, als je in de buurt komt kuieren ze bij je vandaan en het werd moeilijk zo’n grote groep van dichtbij vast te leggen. Een paar vogels hielden het wat langer vol en die kon ik van redelijk dichtbij fotograferen.

Kolgans – Anser alfibrons –

Even verderop zag ik een mix van Kolgans en Brandgans.

Kolgans en Brandgans mix

Weer iets verderop werd het een vrolijke boel. Honderden spreeuwen stonden links van, midden op en rechts van de weg. Vanuit de verte leek het alsof er overal modder lag. Ik had een totaalbeeld in m’n hoofd, ik heb zelden zoveel spreeuwen tegelijk aan de grond gezien. Dat ging niet door, ik kwam waarschijnlijk te dichtbij. De meeste spreeuwen vertrokken, slechts een klein groepje bleef. Dat leverde een beeld op drie soorten vogels in een weiland, vooraan de spreeuwen, daarachter kolganzen en helemaal achteraan een grote groep meeuwen.

spreeuw, gans, meeuw

Tenslotte kreeg ik iets verderop nog een groep Brandgans voor de lens. Ik had me erbij neergelegd en dacht:  “dit wordt een anser-dag” (ganzen-dag). Maar laat die brandganzen nu net een andere wetenschappelijk naam hebben gekregen namelijk Branta leucopsis, lekker duidelijk.

Brandgans – Branta leucopsis –

Deze zijn van de drie soorten die ik zag de meest schuwe en ik kreeg dan ook een vliegshow van ze.

Brandgans vlucht

Hupsakee, met z’n allen d’r vandoor.

Brandgans vlucht

Om een stuk verderop maar weer te landen, maar dat was te ver weg voor een foto.

Brandgans in de vlucht

Dit zijn echt mooie vogels, maar het zijn er wel erg veel tegenwoordig. Ik kan me niet herinneren ooit zoveel vogels tegelijk binnen een paar honderd meter te hebben gezien. Hopelijk krijg ik de volgende keer toch wat meer zomergasten voor de lens.


Lang gras

De afgelopen herfst- tevens vakantieweek is het me niet gelukt nieuwe foto’s te produceren, de software op m’n nieuwe computer is nog niet op orde. De oude programma’s, sommige nog uit de tijd van windows98, zijn ook aan vernieuwing toe. In elk geval is het me nog niet naar de zin, de zoektocht gaat door. Daarom vandaag enkele foto’s van enige tijd geleden, toen het nog voorjaar en geen herfst was. Ergens in een veld stak een kop met snavel boven het lange gras uit. Het leek een beetje een op zoekplaatje. Ik had wel zo’n vermoeden ….,

Grauwe gans

…… maar toen ik inzoomde wist ik dat dit een Grauwe gans was. Eenzaam en helemaal alleen in een groot weiland. Dat zie je niet zo vaak, een gans zo helemaal alleen. Eentje die besloten heeft hier te blijven en niet naar Siberië te vliegen. Zoals steeds meer van deze jongens overigens. Broeden lukt hier ook wel.

Grauwe gans

Verderop stond een Gele kwikstaart ook in het hoge gras.

 

Gele kwikstaart

Met een bleekgele borst, een vrouwtje dus.

Gele kwikstaart

Ons “contact” was van korte duur, mevrouw sloeg op de vlucht.

Gele kwikstaart

Maar het mannetje met z’n knalgele borst bleef staan in het lange gras.

Gele kwikstaart

Wie ook bleef staan was deze Tureluur, maar dan op een paal. Wel met de bekende schokkende bewegingen van de kop, maar dat zie je niet op een foto.

Tureluur

Dat was voor mij die dag de hoofdprijs. De komende week maar weer verder met m’n zoektocht. Er zal uiteindelijk wel iets uit het “lange gras” opduiken.


It tilt op fan …..

De Duurswouder heide, zo vaak kom ik daar niet. Het is overigens een mooi gebied om te wandelen, maar het is een beetje jammer dat het woord heide zo langzamerhand moet worden vervangen door pijpestrootjes. Het koppeltje schapen dat er loopt kan het vrij grote gebied bij lange na niet vrijhouden van gras en dergelijke.

Duurswouder heide

Maar het werd wel eens tijd om op zoek te gaan naar paddestoelen. Lang hoefde ik niet te zoeken, het bos aan de oostkant van de “heide” staat het er vol mee. Het ontlokte me de gedachte””it tilt hjir op fan’e paddestuollen”, vertaald: het stikt hier van de paddestoelen. Zoveel bij elkaar heb ik in jaren niet gezien. Natuurlijk ook met de bekende Vliegenzwam, rood met witte stippen”. Zo te zien op de onderstaande foto was Spillebeen een dakkapel aan het bouwen. Een enigszins giftige soort, die vliegenzwam.

Vliegenzwam

Ook stonden er enorm veel exemplaren van de Gewone krulzoom zoals hieronder. Dit kan een dodelijk giftige soort worden, bij sommigen ontlokt het een allergische reactie en als dat niet snel genoeg behandelt wordt dan kan het beroerde gevolgen hebben.

Gewone Krulzoom

Ook stonden er veel exemplaren van de onderstaande, denkelijk de Kastanjeboleet, de strepen op de stam en de kleverige hoed wijzen daar in elk geval wel op. Op een bepaalde plek was de grond ook bezaaid met afgevallen kastanjes.

Kastanjeboleet

Een andere boleet was alvast maar gaan liggen, zodat ik weinig moeite hoefde te doen om de sporenbuisjes van deze soort te laten zien.

sporenbuisjes van een boleet

Op die grote stille heide verwacht je rust, maar dat was er allerminst. Voortdurend werd ik begeleid door een luid en duidelijk gakkend achtergrondgeluid.

Waskmar alias Wassemeer

Aan de zuidkant in de heide ligt een grote dobbe. Op oude kaarten staat deze dobbe aangegeven als het Wassemeer, tegenwoordig als Waskemeer, in it Frysk als Waskmar. Het dorp Waskemeer (vroeger Beneden-Haulerwijk geheten) is zeer waarschijnlijk naar deze dobbe genoemd. In de dobbe, waarvan ik geen overzichtsfoto heb gemaakt, daarvoor is hij te groot, dobberden honderden ganzen. Daarbij dacht ik: “it tilt hjir op fan’e guozzen”. Het was een mix van Grauwe ganzen, die met de oranje wortel voor de kop en grote groep Canadese ganzen. Het is de laatstgenoemde soort die enorm veel lawaai kan maken. Dat deden ze dus ook en dat zorgde voor het achtergrondgeluid.

Grauwe ganzen en Canadese ganzen en een hybride gans

Zo te zien hebben de beide soorten zich een keer gemixt, helemaal vooraan aan de rechterkant op de bovenstaande foto dobbert mijns inziens een hybride gans, met veel kenmerken van de Canadese gans waarbij de kleuren zijn uitgelopen en vervaagd maar ook met een oranje snavel. Duidelijk een gevalletje van soortvermenging. De Duurswouder heide, zo langzamerhand ook een hybride van heide en pijpestrootjes / gras.