Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Gewone doodgraver

Pantserjuffers en een doodgraver

Gistermiddag had ik tijd om een rondje Merskenheide te lopen. Voor alleen de foto’s had ik beter in de buurt van het ven kunnen blijven, de rest van de wandeling leverde erg weinig fotomateriaal op. Maar een gezonde wandeling doet ook wel iets. Aan het begin bleek dat de groene juffers ook uit hun larvehuid zijn gekropen. Het is juni dus dat kan. Slechts twee waren zo vriendelijk te blijven hangen voor de foto. De eerste was een vrouwtje Gewone pantserjuffer.

Gewone Pantserjuffer (v)

Dat het een vrouwtje is blijkt uit de vorm van de achterlijfaanhangsels. Hieronder is zichtbaar dat in het gele deel boven de middelste poot een groen vlekje zit. Dat is een kenmerk dat je (bijna) alleen maar ziet bij de Gewone pantserjuffer.

Gewone Pantserjuffer (v)

Hieronder een mannetje Gewone pantserjuffer. Hij heeft ook dat kleine groene vlekje boven de middelste poot. Verder lijken de achterlijfaanhangsels (helaas niet erg goed zichtbaar op de foto) een beetje op een fietsslot. Dat soort aanhangsels horen bij een mannetje.

Gewone Pantserjuffer (m)

’t Was mooi geweest, de tocht ging verder de heide op. Met als fotoresultaat slechts één klein minivlindertje. Verder was er ook nergens een vlinder te bekennen, helemaal niets. Teruggekomen bij het ven raakte ik in gesprek met een echtpaar vaste bezoekers van deze site. Terwijl we stonden te praten kroop er een Gewone doodgraver vlak voor m’n voeten langs. Dat kon niet anders, die moest op ’t portret. Daar had hij geen zin in en ging er vandoor. Enig trek- en duwwerk bracht hem weer op het pad terug.

Gewone doodgraver

De fotovolgorde is verkeerd, eerst hield hij zich dood en bleef stil op het pad liggen. Dat gaf me de gelegenheid hem eens op de rug te leggen om te kijken of hij ook nog lifters had. Jawel …… zeker tien, zoals op de foto hieronder zichtbaar is.

Gewone doodgraver met roofmijten

Deze lifters, Roofmijten, gaan mee naar de opruimklusjes die deze kever uitvoert in de natuur. Stilzitten deden ze ook niet, ze hadden niet verwacht dat de kever op de rug kwam te liggen en renden heen en weer. Bovendien kun je zien dat de kever nog een verdedigingsmiddel inzette, hij begon te bellenblazen met z’n achterlijf. Dat spul moet je niet aan je handen krijgen, lekker ruiken doet het niet. Maar zoals gezegd, de fotovolgorde is verkeerd. De doodgraver keerde zichzelf keurig en liep de begroeiing in.


Iets met ezels …

Mijn tot nu toe laatste wandeling was in het Wijnjeterperschar. Deze keer wat meer aandacht proberend te schenken aan vogels, de insecten laten zich nauwelijks nog goed zien. Maar ziedaar ….., er scheerde nog wel een libel over mijn hoofd en hij zocht hoog in de boom een plaatsje. Met een macrolens kon ik er op geen enkele manier bij dus moest de telelens redding brengen. Een glazenmaker met brede gele schouderstrepen, verder groen en blauw met een blauw lantaarntje. Een Blauwe glazenmaker, een mannetje, gelet op de ingesnoerde taille.

Blauwe glazenmaker (m)

Verder was er niet veel te beleven. Al gauw namen mijmeringen me in beslag. Was dit niet het Wijnjeterperschar dat door een staatssecretaris als voorbeeld werd genoemd van een gebied waarin hij de zure vennen niet meer wilde beschermen in het kader van Natura 2000 omdat die vennen slechts klein zijn en alleen “bestendige populaties” (van in dit geval Grote modderkruipers) zullen worden beschermd.

Het gemijmer stopte toen ik een Gewone doodgraver zag. Die verstopte zich half in een blad. Denkelijk omdat hij daar een kadaver(tje) had ontdekt.

Gewone doodgraver

Ondanks aandringen mijnerzijds liet hij zijn kop niet zien. Op zowel de foto hierboven als hieronder is een lifter zichtbaar, een Roofmijt die boven op z’n schild zit.

Gewone doodgraver

Ik liep door in de richting van de vennen. Op dat moment klom een natte man langs de slootwal omhoog. Hij bleek een Duitser te zijn, zo te horen een plantkundige. We hebben in het Duits en Engels staan praten en gebaren. Maar mijn biologisch Duits en Engels is niet zo best. Zo langzamerhand werd me duidelijk dat de man een zeer zeldzame drijvende plant in een ven had ontdekt. Daarbij begon hij ook nog Latijnse namen te noemen. Het was wel duidelijk, deze man was niet “verrückt” maar wel verrukt over zijn vondst. Ik had geen pen bij me, hij ook niet, dus heb ik geprobeerd het te onthouden. De Duitser zag wel dat dit me moeite kostte en deed nog een poging in driekwart Duits en een kwart Nederlands. Toen ik na een half uurtje terug was bij de auto heb ik het direct opgeschreven. Wat me het beste was bijgebleven noteerde ik als “iets met Ezels ……”.

krabbeltje.

Na lang zoeken thuis vermoed ik dat die ezels er niets mee te maken hebben maar dat hij de Drijvende Egelskop (Sparganium angustifolium) bedoelde. Inderdaad, een zeer zeldzame plant. ’t Zullen er ook wel niet genoeg zijn en waarschijnlijk ook niet te kwalificeren als “bestendige populatie”. Misschien moet de staatssecretaris zelf maar eens gaan kijken. D’r zitten ook nog twee paardenhouderijen vlakbij, dus waarom niet?