Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Posts tagged “Elzenhaantje

Ge(s)paard

‘k Ben in de afgelopen week onder anderen bezig geweest wat meer grip te krijgen op een nieuw fotobewerkingsprogramma. Een voorwaarde voor zo’n programma is dat het al m’n oude foto’s moet kunnen lezen. Die foto’s bewaar ik in RAW-vorm.  Misschien achteraf niet de meest gelukkige keus want dan ben je aan enkele speciale maar slecht verkrijgbare programma’s gebonden. Omdat er ook nog van alles anders te doen was ben ik nog niet erg opgeschoten. Maar gelukkig, ik heb in de afgelopen tijd het een en ander aan foto’s gespaard. Toevalligerwijze wordt er op veel daarvan gepaard. Meestal noem ik dat in dit weblog de uitbreidingsmodus. Het zal niet zo lang meer duren of we zien de kleine insecten veel minder op bladeren rondlopen en dan moeten we wachten tot volgend jaar om te kijken wat er precies is uitgebroed.

Als eersten een paar bladkevers. Aan namen begin ik vandaag maar niet.

bladkevers

De tweede foto beslaat een paringswiel van twee Azuurjuffers.

paringswiel

Als derde een aantal Elzenhaantjes.

Elzenhaantjes

Paring lijkt me niet echt meer nodig gelet op de volle mevrouw, maar je ziet ze vaak in deze toestand, ze blijven zeker bezig voor de hobby.

Elzenhaantjes

Vervolgens twee roofvliegen

roofvliegen

Het mannetje houdt het vrouwtje angstvallig vast om er in de forse wind maar niet af te kukelen.

roofvliegen

Op de foto hieronder kun je zien dat hij zich stevig vasthoudt aan haar ogen.

roofvliegen

Ja …, facetogen, weer die facetogen duidelijk in beeld. Zoals geschreven, volgend jaar maar weer afwachten voor het resultaat. Dan denk ik ook m’n nieuwe apparatuur wel weer onder de knie te hebben, hopelijk al veel eerder.


Luchtje scheppen

Bloedcicaden, hun nimfen leven onder de grond waar ze wortels uitzuigen. Maar in het voorjaar komt het imago een luchtje scheppen. Ook dan zuigen ze aan planten. Ze zijn ongeveer een centimeter lang.

Bloedcicade

Bloedcicade

Donkerrood en diepzwart gekleurd en ze hebben vliezen tussen de tenen van de voorste vier poten. Ze behoren tot de schuimcicaden. Het schuim van deze soort zie je niet zo vaak, het zit onder de grond. In zo’n schuimnest leeft de nimf.

Bloedcicade

Bloedcicade

Ze zijn niet goed benaderbaar van heel dichtbij. Dan kunnen ze zomaar anderhalve meter weg springen. Dat is 150 keer z’n lichaamslengte. Maar voordat dit gebeurt trillen ze eerst met hun dekvleugels op een hoge frequentie. De onderstaande deed dat ook. Daardoor kon ik nog net z’n lijf zien, ook zwart met rode segmentranden. Toen was het feest ook wel over.

Bloedcicade

Bloedcicade

Wie nauwelijks nog een luchtje kon scheppen, zo lijkt het, was mevrouw Elzenhaantje. Propvol met eieren kroop ze over het blad. Ze zijn dan zodanig opgezet dat zelfs de dekschilden niet meer sluiten.

Elzenhaantje (v)

Elzenhaantje (v)

M’n eigen luchtje scheppen blijft er een beetje bij, harde wind en een macrolens, dat is geen gelukkige combinatie. Nog een dikke week en dan vieren we de langste dag al weer. ‘k Kijk uit naar warme zomeravonden. Dan komt dat luchtje scheppen ook weer vaker.


Laat

Het was heel laat tijdens die wandeling door “It Skar”, de ondergaande zon kleurde alles met een geelzweem. In de achtergrond koekoekte een Koekoek. Naar vlinders hoef je op die momenten niet meer te zoeken. Dan maar kijken wat er zoal op de bladeren rond liep. Onderstaande is waarschijnlijk een Tuinkever. Hij zat wel rijkelijk in het haar, dus misschien is het toch een andere soort, misschien de Rozenkever.

Tuinkever

Een Elzenhaantje (v) paste al lang niet meer binnen haar schild. Zelfs de vleugels wilden niet meer goed opvouwen. Van dichtbij bekeken lijkt ze net een patser met een te grote zonnebril op.

Elzenhaantje

Mooi blauw glanzend en er lopen momenteel heel veel van deze soort rond.

Elzenhaantje

Ook in redelijke hoeveelheden zijn de weekschildkevers weer actief. Daar zijn zoveel soorten van dat ik het maar wat algemeen houd. Soldaatjes worden ze ook wel genoemd.

Weekschildkever

Groenblauw met een platte kop en in verhouding grote zwarte ogen, zo zag een piepklein insect er uit. Dit is in elk geval een prachtkever, waarschijnlijk het Groen smalbuikje (Agrilus viridis). Nog steeds was de Koekoek actief op de achtergrond.

Cicadeachtig insect

Die Koekoek vloog zelfs (weer) een keer vlak voor me langs. Zo snel kon ik echter de goede lens ook weer niet te pakken krijgen. Uiteindelijk spotte ik hem heel ver weg, boven op een kale tak in een boom.

Koekoek

Zo, die kon ik eindelijk eens in het zonnetje zetten.