Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Vroeger en nu

Schoonschrift

Tijdens mijn vroegere speurtochten naar voorouders uit de kop van Overijssel viel me de inhoud van het doopboek van de Gereformeerde (nu Ned. Herv.) kerk van Oldemarkt op. In de meeste doopboeken zijn de namen en data er maar wat in gekliederd. Die van Oldemarkt staat tussen ongeveer 1750 en 1790 vol met schoonschrift. Blijkbaar had men daar de schoolmeesters belast met het bijhouden van het doopboek. Het is waarschijnlijk de schoolmeester Gerhardus Makkinga die de eerste jaren voor zijn rekening nam. Dat denk ik omdat hij zeer uitvoerig de doop van zijn zoon beschrijft. Zo uitgebreid is hij anders (bijna) nooit.

“geboren 7 ——— gedoopt 11 februari 1759 in de Catechisatie de zoon van de schoolmeester Gerhardus Makkinga en Hendrina van der Licht en ten dope gepraesenteert door zijn tante Ida Christina van der Licht namens desselvs peete de Heer Cornelis Joan van der Licht I.U.Dr. te Deventer en is genaamd Cornelis Joan van der Licht.”

Geen Makkinga dus als achternaam voor het kind maar Van der Licht.

schoonschrift doopboek Oldemarkt

Op 28 juni 1762 kwam er controle vanuit de classis en dat werd ook nauwkeurig genoteerd. Het begin een beetje op kalligrafie te lijken.

schoonschrift doopboek Oldemarkt

Of het nu Makkinga was of zijn opvolger, ook schoolmeester, Jan Pauw, dat weet ik zo snel niet, maar later werden de data en namen in een soort van Gotisch lettertype opgeschreven. We kijken er nu een beetje vreemd tegen aan, maar het was hetzelfde lettertype waarin de Bijbel in die tijd ook werd gedrukt.

schoonschrift doopboek Oldemarkt

In het jaar 1781 werden er twaalf kinderen in Oldemarkt gedoopt en ook de bijzonderheid dat de bejaarde Bastiaan Wichers vanaf Mennonieten was overgekomen. De hoofdletters werden zelfs versierd.

schoonschrift doopboek Oldemarkt

In 1791 droeg de toenmalige schrijver Jan Pauw het doopboek over aan de Ridderschap etc. van Overijssel.  Er werd daarna een nieuw boek aangelegd. Pauw kreeg niet weer de opdracht of had geen zin meer. Direct daarna zijn de namen en data er weer in “gekliederd”. Het schoonschrift levert wel hele mooie doopboeken op, een lust om doorheen te bladeren.

schoonschrift doopboek Oldemarkt

Schoonschrift, wordt het nog geleerd? Denkelijk niet meer. Een typediploma is belangrijker. Wie schrijft er tegenwoordig nog met een vulpen? In mijn tijd was schrijven nog een vak op de lagere school. Met de kroontjespen netjes tussen de drie lijntjes schrijven en alles vloeiend aan elkaar. Het is nog steeds mijn manier van schrijven, jong geleerd, oud gedaan.

Advertenties

Aangifte vergeten

In het jaar 1836 wilde Geert de Vries uit Ureterp trouwen met Fokje van Eik uit Drachten. Er moest eerst weer van alles geregeld worden, zoals dat gaat met een ondertrouw. De geboortedatum van Geert moest worden vastgesteld, van Fokje natuurlijk ook en de ouders van het aanstaande paar werden genoteerd. Nu was het vroeger gewoonte dat ouders toestemming moesten geven tot het aangaan van een huwelijk. Geert vertelde dat zijn vader was overleden. Dat moest met een overlijdensakte worden onderbouwd. Toen bleek dat van de vader van Geert geen overlijdensakte in de gemeente Opsterland, waar hij woonde, was te vinden. Die vader was Harmen Gerrits de Vries en deze zou volgens Geert in De Wilp (gemeente Marum) zijn overleden. Dus werd er in Marum navraag gedaan. Maar ook daar vond men geen overlijdensakte. Dat leverde problemen op, zo kon er niet worden getrouwd. Terwijl de jongelieden het zo goed hadden bedoeld. In de veengebieden in de grensstreek van Groningen, Drenthe en Friesland waren heel veel stellen niet getrouwd, ze woonden soms jarenlang samen en pas op latere leeftijd werd nog wel eens een huwelijk bevestigd, zie ook hier.

Maar in dit geval moest de fout worden hersteld. Alsnog, op 8 februari 1836 kwamen Willem Akkerman en Jacob Alserda uit de gemeente Marum opdraven en ze verklaarden bij het loket van de burgerlijke stand in hun gemeente zich nog heel goed te kunnen herinneren dat op 20 september 1827 ’s nachts om elf in het huis van Albert Douweszn. Douwes te Marum (De Wilp) was overleden Harmen Gerrits de Vries, oud 63 jaar, wonende te Ureterp. De aangifte werd  nu pas gedaan omdat Albert Douwes destijds vergeten was aangifte te doen. Ook de naam van de vrouw van Harmen de Vries wist men nog feilloos.

fragment overlijdensaangifte Harmen de Vries

De datum en het tijdstip zal ik maar niet al te letterlijk nemen, om dat na negen jaar nog precies te weten, dat is wel heel bijzonder, zeker als de overledene geen familie is. Daar ging het uiteindelijk ook niet om, het paar moest kunnen trouwen en op deze manier kon dat prima geregeld worden, al die regeltjes ook. Overigens denk ik dat de burgemeester van Marum coulant is geweest. Want om een paar getuigen zomaar op hun blauwe ogen te geloven, dat zou nu niet meer voorkomen.


Stemcomputers

In 1897 waren er ook verkiezingen, weliswaar voor de Gemeenteraad. Ergens in de gemeente Haskerland, hoofdplaats Joure, was de bovenzaal van een café-restaurant ingericht als stembureau. Een lessenaar van het restaurant was gebruikt als tafeltje waarop men in het stemhokje het stembiljet kon uitvouwen. De procedure zal veel op de tegenwoordige hebben geleken. Stemcomputers kende men nog niet, tegenwoordig kennen we die niet meer.

Op enig moment kwam er een bejaarde man het stembureau binnen. De stemmer wist niet goed hoe hij moest stemmen. Dat werd hem kort maar krachtig uitgelegd: “Het witte puntje in het zwarte hokje zwart maken”. Kennelijk stemde men toen nog niet met een rood potlood. De bejaarde man ging het stemhokje in.

Kort daarna kwam er een kelner naar de bovenzaal en vroeg aan de heren van het stembureau of ze hadden gebeld. Dat was zo vroeger, je kon de “roomservice” met een bel oproepen. Nee, de heren hadden niet gebeld, dus vertrok de kelner om direct daarna toch maar weer naar boven te gaan. Want de bel was opnieuw geluid. Weer vroeg hij beleefd of de heren misschien toch hadden gebeld. Nee, de heren ontkenden opnieuw. De kelner liet zich echter niet opnieuw weg sturen.

Men ging maar eens bij de bejaarde man in het stemhokje kijken want dat stemmen duurde toch wel lang. De stemmer bleek druk bezig te zijn het witte knopje op de lessenaar zwart te maken met het stempotlood. Dat witte knopje was de bel waarmee normaal de kelner werd opgeroepen. Deze kelner had dus gelijk, er was wel degelijk gebeld.

Voor het originele verhaal klik hier.

Of dit werkelijk zo is gebeurd, ik heb m’n twijfels. Die stemcomputers, die hadden toch wel wat. Je hoefde er niet aan te likken en als je per ongeluk op het verkeerde knopje drukte kon je het nog herstellen. Nee, die stemcomputers, ze zijn nostalgie geworden.