Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Personen

Het beschadigde testament

Fedde Roukes was een vooraanstaand persoon in de Grietenij Schoterland (nu Heerenveen). Hij was bijzitter (wethouder) in die Grietenij. In 1642 trouwde hij met Antje Wiebes. Zijn broer Ynse Roukes trouwde met Joukje Wiebes, een zuster van Antje Wiebes. Dat zag je vroeger (ook nu nog wel) vaker, kinderen uit het ene gezin die trouwden met kinderen uit een ander gezin.

Fedde en Antje kregen geen kinderen, daarentegen Ynse en Joukje wel. Fedde Roukes overleed op 18 april 1690 en zijn vrouw Antje Wiebes in 1702, beiden in Heerenveen, waar ze ook begraven werden.

In het jaar 1690 maakten Fedde en Antje een testament. Dat  testament vond ik terug in de archieven van het Hof van Friesland. In het jaar 1706 werd een afschrift gemaakt. Dat had enige voeten in de aarde want dat testament was gedeeltelijk verbrand. Desondanks is er best nog wel veel bewaard gebleven, zodat de bedoeling van dat testament wel duidelijk is.

Het was een vruchtgebruik-testament op langstlevende. Daarnaast werd bepaald dat er een aantal legaten moest worden uitbetaald.

  1. Waab Ynses vrouw van Sipke Wisses: 1000 caroligulden.
  2. Merkje Ynses: 900 caroligulden.
  3. Geijske Ynses: 900 caroligulden.
  4. Fedde Roukes, zoon van Rouke Ynses: 700 caroligulden.
  5. Ynse Roukes, zoon van Rouke Ynses: 200 caroligulden.
  6. Joukje Ynses vrouw van Klaas Jelles: de opbrengst van een stuk land in de Knijpe met uitsluiting van de echtgenoot Klaas Jelles. Indien Joukje overleed haar kinderen of anders verviel het legaat aan de andere erfgenamen.

Conclusie: deze eerste 6 erfgenamen waren kinderen / kleinkinderen van Ynse Roukes en Joukje Wiebes.

Verder legaten voor:

a. Ytske Wiebes, zuster van Antje Wiebes: jaarlijks een uitkering van 30 caroligulden zolang ze leefde en na haar overlijden Ytskes kinderen Wytske en Heere ….. elk eenmalig 100 caroligulden.

b. Wybe Annes, zoon van Anne Wiebes, een broer van Antje Wiebes: land in Het Meer en geld.

c. De gereformeerde armen van Heerenveen: 50 caroligulden.

Conclusie: Antje Wiebes had een zuster Ytske, een zuster Joukje en een broer Anne.

Universeel erfgenaam werd Wybe Ynses, zoon van Ynse Roukes en Joukje Wiebes en na het overlijden van Wybe Ynses diens zoon Ynse Wiebes.

Een verdere beschrijving staat in de bestanden hieronder.

Testament van Fedde Roukes en Antje Wiebes blad 1

Testament van Fedde Roukes en Antje Wiebes blad 2

Testament van Fedde Roukes en Antje Wiebes blad 3


Aangifte vergeten

In het jaar 1836 wilde Geert de Vries uit Ureterp trouwen met Fokje van Eik uit Drachten. Er moest eerst weer van alles geregeld worden, zoals dat gaat met een ondertrouw. De geboortedatum van Geert moest worden vastgesteld, van Fokje natuurlijk ook en de ouders van het aanstaande paar werden genoteerd. Nu was het vroeger gewoonte dat ouders toestemming moesten geven tot het aangaan van een huwelijk. Geert vertelde dat zijn vader was overleden. Dat moest met een overlijdensakte worden onderbouwd. Toen bleek dat van de vader van Geert geen overlijdensakte in de gemeente Opsterland, waar hij woonde, was te vinden. Die vader was Harmen Gerrits de Vries en deze zou volgens Geert in De Wilp (gemeente Marum) zijn overleden. Dus werd er in Marum navraag gedaan. Maar ook daar vond men geen overlijdensakte. Dat leverde problemen op, zo kon er niet worden getrouwd. Terwijl de jongelieden het zo goed hadden bedoeld. In de veengebieden in de grensstreek van Groningen, Drenthe en Friesland waren heel veel stellen niet getrouwd, ze woonden soms jarenlang samen en pas op latere leeftijd werd nog wel eens een huwelijk bevestigd, zie ook hier.

Maar in dit geval moest de fout worden hersteld. Alsnog, op 8 februari 1836 kwamen Willem Akkerman en Jacob Alserda uit de gemeente Marum opdraven en ze verklaarden bij het loket van de burgerlijke stand in hun gemeente zich nog heel goed te kunnen herinneren dat op 20 september 1827 ’s nachts om elf in het huis van Albert Douweszn. Douwes te Marum (De Wilp) was overleden Harmen Gerrits de Vries, oud 63 jaar, wonende te Ureterp. De aangifte werd  nu pas gedaan omdat Albert Douwes destijds vergeten was aangifte te doen. Ook de naam van de vrouw van Harmen de Vries wist men nog feilloos.

fragment overlijdensaangifte Harmen de Vries

De datum en het tijdstip zal ik maar niet al te letterlijk nemen, om dat na negen jaar nog precies te weten, dat is wel heel bijzonder, zeker als de overledene geen familie is. Daar ging het uiteindelijk ook niet om, het paar moest kunnen trouwen en op deze manier kon dat prima geregeld worden, al die regeltjes ook. Overigens denk ik dat de burgemeester van Marum coulant is geweest. Want om een paar getuigen zomaar op hun blauwe ogen te geloven, dat zou nu niet meer voorkomen.


De weduwe van …..

Een beetje in dezelfde trant als vorige week ook deze keer nog iets over het tegengaan van namaak bij merkproducten.

Want het was in het jaar 1818 dat Liekele Harmens Schaap en de weduwe van Douwe Egberts in Joure een advertentie in de Overijsselsche Courant plaatsten waarin ze aangaven tot hun leedwezen te moeten constateren dat het wapen of teken DE WITTE OS dat ze voor hun product gebruikten door sommige kooplieden was overgenomen. Man en paard werden genoemd: De weduwe Reitsma in Heerenveen, de gebroeders Jacobs in Blokzijl, H. Gorter te Sneek en S.J. de Vries in Leeuwarden. Het verzoek van Schaap en de weduwe was dan ook om goed op te letten bij het kopen. De verpakking van hun product bevatte niet alleen het wapen DE WITTE OS, maar ook de naam Douwe Egberts.

De merknaam “wed. Douwe Egberts” bleef lang, tot omstreeks 1930,  vermeld op de producten van het bedrijf uit Joure. Een naam van de weduwe werd nooit vermeld. Het betreft hier Elizabeth (meestal genoemd Liesbeth) Mintjes, die na 1811 de achternaam Pot droeg. Ze kwam uit een pottenbakkers familie. ‘k Heb ooit wel eens in een snood ogenblik gedacht dat daar misschien wel de relatie ligt met het serviesgoed dat je op spaarpunten van het bedrijf kunt aanschaffen. ’t Lijkt me wat ver gezocht overigens, maar met een vette knipoog zou je in de buurt kunnen komen.

Douwe Egberts was geboren in 1755 als zoon van Egbert Douwes en Acca (Akke) Thijsses. Het was deze vader Egbert Douwes die de grondslag legde voor het concern. Zoon Douwe trouwde in 1775 met Ymkje Jacobs, een dochter van Jacob Ruurds (Visser) en Maaike Hoites. Nadat Ymkje Jacobs was overleden hertrouwde Douwe in 1791 met Elizabeth Mintjes, een dochter van Mintje Hessels en Sietske Sjoerds. Douwe Egberts kreeg in totaal 15 kinderen bij beide echtgenotes. Hij was Rooms-katholiek en grote gezinnen waren dan geen uitzonderingen. Niet alle kinderen werden volwassen, maar degenen die dat wel werden droegen na 1811 de achternaam De Jong. Het was Liesbeth Mintjes die deze achternaam voor haar kinderen aannam, een aantal kinderen uit het eerste huwelijk volgden. Douwe Egberts zelf was al overleden voor het jaar 1811.

Het hoe en wat staat vermeld in een advertentie die in verschillende bladen werd afgedrukt, hierbij die uit de Bataafsche Leeuwarder Courant van 1 maart 1806, klik hier.

Veel toelichting behoeft de advertentie niet, alleen de term “Zenuw Zinkings-koorts”. Daarmee werd in die tijd of griep (influenza) of een zware longontsteking na verkleuming bedoeld.

Liesbeth dreef de zaak eerst samen met Liekele Harmens Schaap. In 1824 scheidden deze firmanten en elk zette zijn / haar zaak voort onder eigen naam. Dat was voor Liesbeth dus “De Weduwe Douwe Egberts”. Later volgden er nog een aantal bedrijfsscheidingen waarbij sommige familieleden onder eigen naam doorgingen. Wel bleef steeds de naam “Weduwe Douwe Egberts” voortbestaan en voortgezet door een familielid De Jong.

Liesbeth zelf overleed in het jaar 1833. Ook van haar overlijden werd een advertentie geplaatst.

overlijdensadvertentie Liesbeth Mintjes Pot

Het is niet mijn bedoeling hier een uitvoerige uitwerking van de familie-gegevens De Jong te plaatsen. Die zijn al door Jelle de Jong beschreven. Nee, het was mijn bedoeling de weduwe net iets meer voor het voetlicht te brengen dan alleen maar die eeuwige vermelding van “de wed. Douwe Egberts”. Ze woonde samen met een aantal van mijn eigen voorouders in Joure en die zullen vast ook wel bij haar voor de toonbank hebben gestaan. Dan zal het ook wel “Dag Liesbeth ………” zijn geweest in plaats van “Dag, weduwe van ……..”