Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Vogels

Reade Wikel en zo

Meestal vertrekken ze als je ook maar in de buurt komt, soms, heel soms heb je geluk dat ze even geen zin hebben in vliegen en vluchten. Torenvalken zijn in het vrije veld gewoon slecht te benaderen.

Torenvalk

Zo ook deze, een vrouwtje, de rechterpoot warm weggestopt onder het verenkleed. De mannetjes zijn iets roder gekleurd, wat deze soort waarschijnlijk de Friese benaming Reade Wikel heeft opgeleverd. Dit zijn van die momenten, als ze het koud hebben, dat ze wel even willen blijven zitten. Zo ook deze, maar niet voor lang, al gauw weer keek ik tegen een lege dampaal aan.

Torenvalk

Het is november, de dagen zijn kort en de laatste tijd grijs en nog eens grijs en vooral is er daardoor weinig licht. In de afgelopen week zijn hier heel veel bladeren van de bomen gevallen. Op de enige dag in deze week dat de zon wat meer scheen had ik andere bezigheden.

schapen bij zonsondergang

Aan het eind van de dag kon ik nog net even van de zonsondergang genieten. Deze keer met een aantal schapen.


’t Zal mij benieuwen

Het was een tafereeltje dat ik niet zo vaak te zien krijg, twee voedselconcurrenten die elkaar niet altijd even goed kunnen uitstaan, stonden gebroederlijk / gezusterlijk naast elkaar aan een slootrand, welke sloot overigens zo goed als dicht was gegroeid. Het leek alsof ze vastgenageld stonden, behalve wat gewriemel met één van de beide poten stonden ze maar wat voor zich uit te staren.

Ooievaar en Blauwe reiger

Wetenschappelijk namen voor deze vogels zijn de Ardea Cinerea voor de Blauwe reiger en Ciconia ciconia voor de Ooievaar. Na enige tijd keek “tante” Ciconia mijn kant op. Dan verwacht je een reactie en ik had zoiets van “t zal mij benieuwen”.

Ooievaar en Blauwe reiger

Die reactie kwam en was voorspelbaar. De reiger ging er vandoor zonder ook maar één keer mijn kant te hebben opgekeken om een klein stukje verderop weer te landen.

Ooievaar en Blauwe reiger

In de steden is het wellicht anders, daar kunnen ze geen kant op, maar in het buitengebied blijft een Blauwe reiger eigenlijk nooit staan als je aandacht aan hem / haar gaat besteden. De Ooievaar loopt meestal langzaam weg, maar gaat niet op de vleugels. Hoe dan ook, deze twee stonden samen mooi op’t portret.


Thuiswerk

Thuiswerk, een in 2020 noodgedwongen ingevoerde werkwijze. Zelf was ik twintig jaar eerder al aan het thuiswerken en ik vond het een ramp. De hele dag niemand zien, geen collega om mee te overleggen, zelf tussendoor koffie zetten en drinken, een maaltijd in elkaar flansen, thee zetten, thee drinken, geen enkel contact, ik vond het een verschrikking, ook al omdat er verder niemand in huis was. Even is misschien nog wel leuk, maar jaar na jaar na jaar na jaar ….., bedenk het zelf maar. Maar ja …. In de afgelopen week was ik weer aan het “thuiswerken”, nu in de natuur, in eigen tuin. Een beetje als afscheid van de zomer. Er kwam nog een Citroenvlinder langs,

Citroenvlinder

die heel lang op dezelfde plant bleef foerageren zodat ik z’n slingerende roltong ook nog mooi in beeld kon brengen.

Citroenvlinder (detail)

Bovendien kwam er een Bruinrode heidelibel langs (geen hangsnor) die ook nog van de laatste restjes zonnewarmte aan het genieten was.

Bruinrode heidelibel

Omdat het al redelijk koud was zat er ook weinig beweging in de libel, deze had echt warmte nodig en bleef stil zitten.

Bruinrode heidelibel (detail)

En tenslotte kwam er op een trieste, grijze dag regelmatig een Gaai inspecteren of de eikels al “gaar” waren. Nog niet helemaal, dus maar even afwachten.

Gaai

Het tekent wel het beeld van de laatste week, nog wat zonnewarmte, nog hier en daar een vlinder, nog een libel en uitkijken naar de herfst. Dit soort “thuiswerk” bevalt me dan wel.