Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Vlinders

Einde 2021 – begin 2022

Oudejaarsdag, het einde van 2021 nadert en daarmee ook het begin van 2022. Misschien tijd om even terug te blikken naar de mooiste momenten. In het afgelopen jaar had ik echter weinig fotografische hoogtepunten. Enerzijds omdat ik door ”onderliggende” problemen erg voorzichtig moet zijn met persoonlijke kontakten en niet zomaar overal kan rondlopen. Anderzijds omdat die problemen me steeds meer beperken. Lange afstanden lopen zit er niet meer in momenteel, zomaar een hele of halve middag in de natuur rondlopen lukt me niet meer.

In het afgelopen jaar heb ik ook afscheid moeten nemen van mijn ”oude” natuur-website. De provider heeft de stekker er uit getrokken. Op die site gebruikte ik een Tapuit als een soort van logo. Met de site is ook de Tapuit verdwenen, daarom geef ik hem hier ter herinnering nog eens een plaatsje.

Tapuit

Dan naar de weinige hoogtepunten van 2021. Eerst dat Kievitskuiken. Zeker niet de mooiste foto die ik in 2021 heb gemaakt, maar voor mij wel een hoogtepunt omdat dit brutaaltje het gevaar opgepeuzeld te worden trotseerde en parmantig door een geploegd stuk land liep. Ondanks het ongewisse toch doorgaan, dat kon me wel bekoren.

jonge Kievit

Het echte hoogtepunt viel al in het begin van het jaar. Bijna twee weken lang kon ik een Grote Bonte Specht volgen, die haar best deed een nestkastje te kraken. Eerst probeerde zij het bij een nestkastje vlak langs de weg, maar die plaats was te onrustig. Daarop zocht ze een kast op die wat verder van de weg hing. Na tien dagen stug doorhakken kon ze toch inbreken. Alles staat in het filmpje hieronder, een herhaling, gewoon mooi om te zien gebeuren.

Ik heb bewondering gekregen voor het doorzettingsvermogen van deze specht, niet bij de pakken neerzitten, gewoon doorhakken. Het was nog vroeg in het jaar, maar in de loop daarvan heb ik wel eens aan deze vogel gedacht als sommige dingen me niet meer lukten. Proberen het beste ervan te maken, dat was de les.

Rest mij u te bedanken voor de aandacht die u in het afgelopen jaar aan dit weblog heeft willen besteden en nieuwjaarswensen uit te spreken.

Hopelijk heeft u samen met mij van de natuur kunnen genieten.

Sint-Jacobsvlinder

Want ondanks de beperkingen die me in het jaar 2021 hebben gehinderd kon ik op die keren dat het mogelijk was te gaan nog intensief genieten. Hoe dat in 2022 zal gaan weet ik niet, we zullen het zien. ”Wat de toekomst brengen moge …….”


Thuiswerk

Thuiswerk, een in 2020 noodgedwongen ingevoerde werkwijze. Zelf was ik twintig jaar eerder al aan het thuiswerken en ik vond het een ramp. De hele dag niemand zien, geen collega om mee te overleggen, zelf tussendoor koffie zetten en drinken, een maaltijd in elkaar flansen, thee zetten, thee drinken, geen enkel contact, ik vond het een verschrikking, ook al omdat er verder niemand in huis was. Even is misschien nog wel leuk, maar jaar na jaar na jaar na jaar ….., bedenk het zelf maar. Maar ja …. In de afgelopen week was ik weer aan het “thuiswerken”, nu in de natuur, in eigen tuin. Een beetje als afscheid van de zomer. Er kwam nog een Citroenvlinder langs,

Citroenvlinder

die heel lang op dezelfde plant bleef foerageren zodat ik z’n slingerende roltong ook nog mooi in beeld kon brengen.

Citroenvlinder (detail)

Bovendien kwam er een Bruinrode heidelibel langs (geen hangsnor) die ook nog van de laatste restjes zonnewarmte aan het genieten was.

Bruinrode heidelibel

Omdat het al redelijk koud was zat er ook weinig beweging in de libel, deze had echt warmte nodig en bleef stil zitten.

Bruinrode heidelibel (detail)

En tenslotte kwam er op een trieste, grijze dag regelmatig een Gaai inspecteren of de eikels al “gaar” waren. Nog niet helemaal, dus maar even afwachten.

Gaai

Het tekent wel het beeld van de laatste week, nog wat zonnewarmte, nog hier en daar een vlinder, nog een libel en uitkijken naar de herfst. Dit soort “thuiswerk” bevalt me dan wel.


Opperbevelhebber rups

Tijdens een ritje door de velden vielen de enorm grote hoeveelheden van het Jacobskruidkruid me op. Op sommige plaatsen staan vooral de bermen er vol mee. Onschuldig is deze plant niet helemaal. Wikipedia meldt dat het Jakobskruiskruid giftig is voor de meeste zoogdieren en ook voor de mens, doordat het zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. Vooral bij paarden en runderen kan het gif in de plant leverschade veroorzaken. Bij de mens bijvoorbeeld kan aanraking van de plant een allergische reactie uitlokken. Maar vlinders kijken niet zo nauw, ze hebben toch niet zo lang te leven. Zo zat er een Koevinkje heerlijk te smullen op een dergelijke plant.

Koevinkje op Jacobskruiskruid

Evenzo een Oranje zandoogje die bijna opging in de zee van bloemen. Op de foto hieronder is ook nog een zweefvlieg zichtbaar en hij was al half ondergedoken in het geel.

Oranje zandoogje op Jacobskruiskruid

Mijn doel was om op de Kapellepôle wat libellen of juffers te fotograferen. Echter, ze waren er niet. Dat hadden de fotomaatjes J&J tijdens een bezoek eerder deze maand ook al geconstateerd, maar ik dacht dat het ontbreken tijdelijk zou zijn, maar nee hoor, niets te zien deze keer. Zelfs de heide vertoonde nog geen spoor van bloei.

Wel slingerde aan een grasspriet een sprinkhaan heen en weer en daardoor was fotograferen bijna onmogelijk. Zo te zien was dit nog een onvolwassen exemplaar. Ik kan dan ook niet bepalen welke soort het is. Wel is duidelijk dat we hier te maken hebben met een langsprietsprinkhaan.

langsprietsprinkhaan

Met moeite kon ik nog z’n oog in beeld krijgen. Veel is het deze keer fotografisch niet geworden, maar gelet op de windomstandigheden moest ik het er maar mee doen. Toch nog iets gevonden op de Kapellepôle.

langsprietsprinkhaan (detail)

Maar gauw naar huis dacht ik. Totdat ik ineens op de onderstaande rups stuitte.

Elzenuil

Eerst opgerold maar hij wilde zich ook nog wel in de volledige lengte laten zien. Als deze rups een militair zou zijn dan zou hij wel opperbevelhebber moeten zijn met z’n dertien gouden strepen. Dat doet geen generaal hem na.

Elzenuil

Maar het ligt anders, deze moet ook gewoon de kost opdoen door op bladeren te kauwen. Overigens straalt ook hier de felle gele kleur uit dat hij niet gegeten wil worden, hij doet daarmee alsof hij giftig is.

Elzenuil (detail)

Hij hoort bij de Elzenuil (Acronicta alni), een overigens niet erg opvallende nachtactive nachtvlinder. De vlinder is op zich vrij zeldzaam. Dat zal wel de reden zijn dat dit de eerste keer is dat ik deze opperbevelhebber-rups heb gezien.