Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Planten

de Blaustirns (3)

Nog een laatste bericht uit de vogelkijkhut “Blaustirns” aan de oever van de Leijen, na het eerste over de Zwarte stern en het tweede over de Boerenzwaluw deze keer met “echte” watervogels. Want op redelijke afstand van de kijkhut was een stel Fuuten elkaar het hof aan het maken. Of ze waren aan het ruziën, dat zou ook nog kunnen natuurlijk, maar hofmakerij lijkt mij aannemelijker.

Fuut

Kuifjes omhoog, om elkaar heen draaien en elkaar stijf aankijken, het was een leuk gezicht.

Fuut

Een andere Fuut was tussen de Waterlelies en de Gele plomp voor de kijkhut zijn kostje aan het opscharrelen en dook regelmatig onder om op een totaal onvoorspelbare plaats weer op te duiken. Na langere tijd dook bij vlak voor de kijkhut op.

Fuut

Een goed moment om hem eens van heel dichtbij vast te leggen.

Fuut

Verder vloog er een paar keer een Koekoek vlakbij de kijkhut, één keer zelf vlak voorlangs en een keer zat hij denkelijk zelfs boven op de hut, zo duidelijk was z’n roep hoorbaar. Maar de ene keer dat ik hem voor de lens kreeg, hoog zittend in een boom in het rietveld, “ontsnapte” hij me, want toen ik de ontspanknop wilde indrukken na enig scherpstellen vloog hij  weg. Helaas …..

Dagkoekoeksbloem

Nou ja ……., dan maar een Dagkoekoeksbloem gefotografeerd, dan koekoekt het toch nog een beetje en langs het pad naar de hut staan er vele. Geen wonder, deze plant is een vochtindicator en vocht is er genoeg rondom de Leijen. Maar het toegangspad was deze keer zo goed als droog. Dat wil in de winter wel eens anders zijn, nu werd het een leuk bezoek met droge voeten aan een kakelverse vogelkijkhut met toch wel als hoogtepunt die Zwarte stern alias Blaustirns.

Advertenties

Tipjes ontmoeting

Er hing een op het oog wit vlindertje aan een plant. Zo op het eerste gezicht denk je al gauw aan een koolwitje, maar de doorschijnende “griemels” op de achtervleugels deden me toch iets anders vermoeden,

Oranjetipje (v)

toen de vlinder zich iets verplaatste kon ik een deel van de onderkant van die achtervleugels zien, jawel ….., gemarmerd. Het is dus een vrouwtje Oranjetipje maar er is geen greintje oranje aan de vrouwtjes van deze soort te vinden,

Oranjetipje (v)

die kleur draagt alleen het mannetje, oranje aan de tipjes van de voorvleugels.

Oranjetipje (m)

De vleugels van deze soort zijn aan de onderkant “gemarmerd”, hieronder een mannetje. Bij de vrouwtjes ontbreekt dus het oranje, maar ze zijn net zo “gemarmerd”.

Oranjetipje (m)

Het zijn geen echte stilzitters deze vlinders, altijd maar onderweg. Dus was het even afwachten wat er ging gebeuren. Het duurde niet lang of ze hadden elkaar gevonden. Het vrouwtje stak haar achterlijf in de lucht en wat er volgde was een wilde bedoening, met een camera nauwelijks of niet te volgen.

Oranjetipje (m+v)

De ontmoeting eindigde aan een grasstengel, maar voor het “moment suprème” was ik net te laat om het vast te leggen. Bij de onderstaande foto was het mannetje net weer aan het opstijgen.

Oranjetipje (m+v)

Beide vlindertjes waren al enigszins op leeftijd en hier en daar wat beschadigd, het weerhield hun niet en nu zullen er wel ergens aan een Pinksterbloem vlindereitjes hangen.

Waterviolier – Wetterpinksterblom

Mooi waren die Pinksterbloemen ook al niet meer, maar ik heb een goede vervanger gevonden. In het Fries noemen de bovenstaande Wetterpinksterblom, vertaald “Waterpinksterbloem”, in het Nederlands de Waterviolier en daar was hij ook te vinden, met de voeten midden in een sloot met water staand. Eigenlijk is deze nog mooier dan de normale pinksterbloem. Het was weer een leuk uitje in het Wijnjeterperschar.


Voorjaar-nieuw (1)

Ik heb de macrolens lang laten liggen dit voorjaar maar vandaag moest het er toch maar eens van komen. Naar een bekende plek dan maar om te kijken of het jaarlijkse plantenfeest al weer is aangebroken. En jawel ….., er stonden honderden exemplaren van het Heidekartelblad in bloei. Nog steeds staat deze plant op de rode lijst van bedreigde planten vermeld als zijnde zeer zeldzaam. Maar daar waar ik was is hij dus niet zeldzaam, maar in bepaalde blauwgraslandjes zeer algemeen.

Heidekartelblad

Z’n Friese naam is Heiderinkelbel, wat komt doordat de zaadjes in de zaaddoos kunnen “rinkelen” als de vruchten rijp zijn. Bepaalde stukjes van dat blauwgrasland waren helemaal paars / lila, een mooi gezicht.

Heidekartelblad

In de natte blauwgraslandjes stonden ook weer de eerste exemplaren Orchideeën. Hieronder waarschijnlijk de Brede orchis. Ik schrijf er vandaag maar niet bij waar ik deze planten heb gevonden omdat onverlaten in Drenthe zover zijn gegaan om deze orchideeën uit te steken. Je hebt er niets aan in een tuin want ze hebben een speciale bodem nodig en waarom zou je die mooie planten gaan vernielen? Nergens voor nodig, mooi laten staan pronken waar ze staan.

Brede orchis

De macrolens had ook z’n nut deze keer, een insect met een vervaarlijk ogend steekwapen liet zich goed zien en was kennelijk aan het gymnastieken met twee van z’n zes poten hoog in de lucht gestoken. Hoe deze precies heet weet ik niet, hij lijkt wat haftachtig.

insect – haft?

Het begin is er, het macroseizoen is geopend. Het is weer tijd voor nieuw “spul” in het voorjaar.