Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Kapellepôle

Smaragd en groen

Het zou mooi zijn het vlinderseizoen op dit weblog te beginnen met een kleurrijke dagvlinder zoals het Oranjetipje waarvoor het nu de goede tijd is of een Citroenvlinder die al langere tijd actief is. Hoe ik ook m’n best heb gedaan, helaas, ze vliegen maar door en stilzitten is er gewoon niet bij. Ze zijn er, maar de foto’s laten nog op zich wachten. Dat wil niet zeggen dat er geen mooie stilzittende vlinders zijn op dit moment. Van de onderstaande zijn er momenteel heel veel. Langsprietmotten is de verzamelnaam. De onderstaande vlinders heb ik gefotografeerd op de Kapellepôle.

Smaragdlangsprietmot (v)

Het is even een probleem om ze op naam te brengen. Er komen twee soorten in aanmerking, de Smaragdlangsprietmot en de Wilgenlangsprietmot. De basiskleur op de vleugels van de Smaragd….  is zoals de naam al zegt smaragdkleurig en bij de Wilgen…. is dit koperkleurig. Bij de eerstgenoemde soort zijn de uiteinden van de poten grijs/zwart en bij de tweede zijn ze wit. Verder hebben de vrouwtjes van de Wilgen… een donker-oranje beharing op de kop en bij de Smaragd….. is dat roestbruin. De mannetjes van beide soorten hebben een dikke zwarte haardos en hun sprieten zijn ook veel langer.

Smaragdlangsprietmot (m)

Gelet op dit alles denk ik dat het hier Smaragdlangsprietmotten zijn, maar zeker ben ik niet, ook al omdat in de zon alles eerder bronskleurig lijkt en de smaragdkleur een beetje onzichtbaar is. Hieronder een vrouwtje, de beharing op de kop van deze lijkt roestbruin en ze heeft maar weinig haar.

Smaragdlangsprietmot (v)

Smaragd is een “shade” van groen. Gelukkig hoefde ik bij de onderstaande niet te twijfelen. De onderkant van de vleugels is groen, erg groen en de soortnaam is Groentje. Dat had ik ook kunnen bedenken. Verder hebben ze zebrasprieten en dragen ze zebrasokken.

Groentje

Ik heb er maar eentje gezien en die bleef keurig stil zitten. Het Groentje is overigens een soort waar je bijna op kunt wachten. Als ze wegvliegen …. rustig blijven wachten. Ze komen meestal na korte tijd terug naar ongeveer hetzelfde plekje.

Groentje (detail)

Als deze vlinders vers zijn is hun groene kleur op z’n mooist. De vleugels zijn dan behangen met heldergroene schubben (schubjes). De wetenschappelijke naam voor vlindersoorten is Lepidoptera wat schubvleugelen betekent (bron: Vlinderstichting). In de vleugels van dit Groentje kun je nog de aderen zien lopen in een gelere kleur. Na verloop van tijd verliezen ze schubben en kun je zelfs bijna bruine (de onderkleur) Groentjes zien rondvliegen. Dat is nu nog te vroeg. Voorlopig zijn het nog echte groentjes. Alles in alles ook een mooi begin van het vlinderseizoen voor mij.


Warmteliefhebbers

“Als je geschoren wordt moet je stilzitten” luidt het gezegde en voor mij geldt dat als het zo ontzettend heet is als in de afgelopen week dat het dan niet verstandig is om het veld in te gaan. Ik vertrouw het niet om in de korte broek en met korte mouwen naar “beestjes” op zoek te gaan, want de kans is groot dat je dan ongewenste, “stiekeme beestjes” mee naar huis neemt. En om geheel ingepakt gekleed in die hitte rond te lopen, nou nee, niet verstandig, de stoom zou uit m’n oren komen. Maar ik heb gelukkig nog wel een paar foto’s van de Kiekenberg liggen van vorige week en een paar andere van begin deze week, allemaal van warmteliefhebbers, sprinkhanen.

De warmte schijnt hun niet te deren. Als je door het veld loopt springen er zomaar een aantal vlak voor je voeten weg. Vooral als het warm  is zie ik er veel. Het is me slechts met twee exemplaren gelukt ze te fotograferen. De eerste was op de Kiekenberg en dat was een groene met zwarte knieën en vleugels die een stuk korter zijn dan het achterlijf. Dan denk ik gelijk aan een Krasser en wel een mannetje, het vrouwtje heeft nog veel kortere vleugels.

sprinkhaan Krasser

Maar of het deze soort ook is, daar twijfel ik dan wel eens aan. Er is een prachtige Belgische site, saltabel.org die allerlei soorten laat zien soms met prachtige namen. Dat is voor de specialisten en als je het heel precies wil weten. Bij deze groene heb ik m’n best gedaan hem nog wat meer in detail te fotograferen. Helaas zat hij wat verstopt achter een heidetakje maar je kunt z’n kleuren zo wel mooi zien.

sprinkhaan Krasser

Aan een grasspriet op de Kapellepôle hing een andere sprinkhaan. Omdat hij bruin is heb ik hem bruine sprinkhaan genoemd maar de soortnaam kan heel goed anders luiden.

bruine sprinkhaan

Geheel ongebruikelijk voor sprinkhanen bleef deze doodstil zitten, ook toen ik m’n macrolens op misschien 8 centimeter afstand hield. Daardoor is het me voor het eerst gelukt ook van een sprinkhaan de facetogen goed vast te leggen.

bruine sprinkhaan (detail)

Voorlopig was dat weer m’n laatste fotosessie op de Kapellepôle in dit seizoen. Helaas wordt het gras daar op de paden maar één keer per jaar gemaaid en als je er nu wilt wandelen moet je regelmatig door kruishoog gras lopen en daarmee neemt het risico op “stiekeme beestjes” enorm toe. Mooi geweest voor dit jaar, volgens jaar maar weer eens zien.


Vallende insecten & zo

Een lichtbruin met zwarte kever zat wat uit te rusten op een blad, denkelijk. Van deze kennen we er meer eentje in Nederland, het is de Rupsenaaskever. De naam is ietwat misleidend want deze jongen eet geen aas, maar alleen levende rupsen.

Rupsenaanskever

Toen ik goed keek viel me wat op. De kever lijkt zijn tong te hebben uitgestoken. Het lijkt een spiraalvormig “tast-instrument” te zijn. Maar misschien is het ook wel wat anders en dan hoor ik het wel. Het was in elk geval wel opvallend. Helaas zat de kever ietwat achter een blaadje verscholen en toen ik dat wilde verwijderen liet de kever zich vallen en ik heb hem niet weer terug gezien.

Rupsenaanskever (detail)

Het is dus een levende rupsen eter. Daar hoort een rups bij. Daar hoefde ik niet lang naar te zoeken. Een groen met bruin exemplaar met een op gelei lijkende “omranding”, een mooi gekleurd exemplaar vond ik. Een grote zwarte kop en een paar zwarte nep-ogen op de achterhand. Maar al gauw twijfelde ik, dit leek minder op een rups en meer op een larve van een bladwesp.

larve bladwesp

Deze “rups” ging aan de rekstok hangen wat mij de gelegenheid kon geven z’n poten te tellen. Het beest heeft zes (2 x 3) borstpoten en dan is het afhankelijk van de hoeveelheid buikpoten of het een vlinderrups is of de larve van bladwesp. Een vlinderrups heeft maximaal 4 paar buikpoten en de larve van een bladwesp heeft er meer dan 4 paar. Dus begon ik aan het blad te friemelen om nog eens goed te kijken en u raadt het al …. hij liet zich vallen. Om hem te zoeken in de bush en daarbij per ongeluk plat te knijpen, dat heb ik maar gelaten. Foetsie dus ….

larve bladwesp

Dan nog een aanvulling op vorige week inzake de Smaragdlibel. We zijn een week verder en weer kreeg ik er eentje voor de lens. Deze keer kun je goed zien dat deze een behoorlijk getailleerd achterlijf heeft en dus een mannetje is.

Smaragdlibel (m)

In een week tijd waren de ogen, bij deze slechts één oog, al voor een deel groen gekleurd. Je zou kunnen denken dat het reflectie is maar ik heb hem goed bekeken en zijn ene oog was echt al redelijk groen.

Smaragdlibel (m)

Er was veel meer te zien en te fotograferen daar op de Kapellepôle, daar kom ik nog op terug.