Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor juni, 2020

Gele kwik en een bedrieger

Vandaag twee vogeltjes (dacht ik) met wie het dit jaar nog niet zo goed wil lukken om ze op ’t portret te zetten. De eerste is een Gele kwikstaart. In het ene jaar krijg ik de ene na de andere voor de lens en in het andere jaar slechts mondjesmaat. Dit jaar zie ik ze af en toe wel maar foto’s maken …. ho maar ……, het was me dit jaar nog niet gelukt. Totdat er eindelijk eentje tussen de wuivende grasstengels bleef staan.

Gele kwikstaart

Helaas was deze alleen van achteren te fotograferen zodat de mooie felgele borst buiten beeld blijft. Maar de zomer is nog niet voorbij, misschien komen er nog wel meer kansen.

Gele kwikstaart

Je bent in het veld en ineens zie je een vogeltje dat schijnbaar een kuif lijkt op te zetten. Dan moet je er snel bij zijn om een foto te maken. Zo’n kuif hoort bij een veldleeuwerik, dus niet nadenken, snel snel ….. Want een veldleeuwerik krijg ik meestal maar één keer per jaar voor de lens. Dit jaar nog helemaal niet.

Graspieper

Ja werkelijk een omhoog staande kuif …..

Graspieper

Maar hij had me te pakken met die kuif. Toen het snel snel ….. voorbij was draaide de vogel zich om.

Graspieper

Een dun snaveltje, veel te iel voor een veldleeuwerik en ook geen witte boord, hooguit witte bakkebaarden. Geen veldleeuwerik maar een Graspieper. Ook mooi, maar daarvan heb ik er dit jaar al heel veel voor de lens gehad. Op z’n Fries een “Piipljurk” ofwel vertaald een “piepleeuwerik”, het leeuwerikt wel een beetje, maar het is hem niet helemaal.

Graspieper

Hij heeft me bedrogen met z’n opstaande kuif. Het zal de wind zijn geweest. Volgende keer maar weer beter.


Geisha en Groene Eikenbladroller

Een blik omhoog leerde me dat er een “wolk” kleine groene vlinders rondom een eik vlogen, enkele tientallen, beter gezegd meerdere tientallen, misschien wel meer dan honderd als ik de exemplaren meereken die op de bladeren zaten en niet vlogen. Een nadeel was dat ze op een zodanige hoogte vlogen dat ik er normaal gesproken niet bij kon met de camera en ik neem nooit een keukentrap mee het veld in, dit leek een hopeloze missie te worden.

Groene eikenbladroller

Maar goed kijken leerde me dat er dicht bij de grond ook een aantal in het gras / op de pitrus zaten. Het exemplaar hierboven lijkt me nog heel vers, je ziet een aantal draden lopen. Misschien zijn dit net als bij pas uitgeslopen juffers de draden waarmee de vlinder vastzat in de cocon, maar zeker weet ik dat niet. Aan de grootte van de zandkorrels op de foto kun je zien dat het maar een klein vlindertje is, hooguit een centimeter lang, Het is de Groene eikenbladroller, wetenschappelijk genaamd Tortrix viridana.

Groene eikenbladroller

De onderstaande was onderweg omhoog, omhoog, maar had de top bereikt. Er zat niets meer op dan wegvliegen. Hij voegde zich later bij de “wolk” hoger in de boom.

Groene eikenbladroller

Verder is het momenteel Geisha-tijd. De Geisha, wetenschappelijk Olethreutes arcuella, nog zo’n microvlinder, nog kleiner dan de vlinders hierboven.

Geisha

De onderstaande zat helemaal klaar voor een goede foto, maar zocht op het laatste moment toch weer net een glimmend oppervlak op.

Geisha

De kleuren en het patroon van de zilverkleurige vlakken op de vleugels heeft deze die naam Geisha opgeleverd.

Geisha

Qua kleuren vind ik dit één van de mooiste vlinders – vlindertjes. Jammer dat ze zo klein zijn.


Larinus op’e Soldatekwast

Het was een dikke week geleden dat ik de eerste orchideeën in dit seizoen in het Wijnjeterperschar vastlegde. Daar waar ze altijd volop bloeiden was het dit jaar schraalhans keukenmeester. Maar toen ik op die dag over de parallelweg van de N381 reed langs dat schar viel het me ineens op dat het vlak naast die weg, zuidelijk van de vroegere Nije Haewei, vol stond met deze prachtige planten, allemaal bloeiend. Het was een pracht, overal orchideeën.

Orchidee

Omdat die parallelweg vrij smal is en redelijk druk ben ik maar kort stil blijven staan om een paar van deze schoonheden vast te leggen. Je verwacht het niet, over de hoofdrijbaan razen de auto’s en op slechts enkele meters afstand vindt je prachtige natuur. De orchideeën lijken zich verplaatst te hebben naar dit stuk nieuwe natuur dat vroeger boerenland was en waarop ik zelf  ooit heb meegewerkt om hooi te oogsten.

Orchidee

Ik heb het gecombineerd met een wandelingetje door dat Wijnjeterper schar, waar het op de bekende plaatsen nog steeds huilen met de pet op was voor wat betreft orchideeën. Wel liet zich duidelijk de volgende lila-paarse plant zien, de Spaanse ruiter, op z’n Frysk de Soldatekwast. De plant staat op de rode lijst van bedreigde soorten als “kwetsbaar” en “vrij zeldzaam”.

Spaanse ruiter – Soldatekwast

In een van die bloemknoppen bewoog iets. Dat ben ik maar eens gaan bekijken. Het was een kevertje die op dat moment z’n kop in de bloemknop had verstopt.

Larinus turbinatus

Langzaam kwam hij tevoorschijn en het bleek een snuitkever te zijn. Met zo’n snuit moet je dat ook wel zijn.

Larinus turbinatus

Even later kwam hij nog iets meer tevoorschijn en kon ik een redelijke foto maken. Best een mooie kever, deze jongen. Maar nu nog een naam vinden en dat viel niet mee, er zijn ontzettend veel verschillende soorten snuitkevers.

Larinus turbinatus op Spaanse ruiter -Soldatekwast

Maar ik denk dat het me gelukt is. Het moet wel de Larinus turbinatus zijn, de kever heeft nog geen Nederlandse naam en is een zuidelijke soort die zo langzamerhand ook Nederland aan het koloniseren is. Nu dus ook in het Wijnjeterper schar, voor mij de eerste keer, een Larinus turbinatus en nog wel op een Soldatekwast.

Hoe moeilijk de determinatie is blijkt wel omdat er een bijna gelijkende soort is, de Larinus planus ofwel Wollige distelsnuitkever, maar die heeft een nog ietsje langere maar ook slankere snuit. Maar ja …., specialist ben ik niet, dus …..