Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor mei, 2020

Groene zandloopkever en lhb-tjes

Het waaide hard, eigenlijk geen geschikt weer voor macrofotografie. Voor de zekerheid had ik die lens toch maar meegenomen. Gelukkig maar want op een paadje door de heide was een stel Groene zandloopkever druk bezig in de uitbreidingsmodus.

Groene zandloopkever

Normaal lukt het niet goed om met zo’n macrolens deze kevers tot op tien/vijftien centimeter te benaderen. Het zijn niet voor niets loopkevers, je zou ze bijna renkevers kunnen noemen, zo snel kunnen ze lopen. Maar nu dus even niet.

Groene zandloopkever

Op een bepaald moment kwam ik toch te dichtbij en ze zochten een ander plekje. Dus ik er maar achteraan op de knieën …. puf …, puf ….

Groene zandloopkever

Na nog een wegloopactie vond ik het genoeg geweest. Het lijken van die zachtaardige kevers met hun groene pakjes aan, maar niets is minder waar. Het zijn geduchte rovers deze zandloopkevers. Op de beide foto’s hierboven kun je zien dat ze in verhouding tot hun grootte enorme “slagtanden” of “kniptangen”, kaken als wapen hebben. Een prooi wordt daarmee gruwelijk in stukjes geknipt en daarna verorberd. Nee, zo lieflijk is de natuur niet altijd. Tot hun prooien behoren ook lieveheersbeestjes.

Viervleklieveheersbeestje

Daar ben ik maar eens naar op zoek gegaan. Door de harde wind en heen en weer zwiepende bladeren werden het niet de meest geweldige foto’s. Het lhb-tje hierboven is een Viervleklieveheersbeestje en hieronder is het een Veertienstippelig lieveheersbeestje, ook wel Schaakbordlieveheersbeestje genaamd. Het “lieve” in de naam is bedacht maar in werkelijkheid zijn ze niet zo lief, ze doen zich tegoed aan allerlei kleinere insecten.

Veertienstippelig lieveheersbeestje

Zo gaat dat in de natuur, een Groene zandloopkever eet onder anderen lieveheersbeestjes en die eten weer kleinere insecten. Enzovoort ……


Prachtkevers of toch niet

Als je in deze periode van het jaar goed rondkijkt zie je overal kevers, op en onder bladeren en in het gras, op boomschors, op bloemen en planten. Daarvan heb ik geprobeerd een paar op’t portret te zetten. Dat valt nog niet mee, ze zitten geen van allen op een fotograaf te wachten. De eerste was de onderstaande. Zo te zien een kniptor en hoogstwaarschijnlijk een Muisgrijze kniptor, want die komt het meest voor. Let op de grootte van de ogen.

Muisgrijze kniptor

Maar dan heb je ook direct het probleem te pakken. Want er zijn zoveel verschillende soorten kevers die ontzettend op elkaar lijken dat je een specialist moet zijn om ze allemaal uit elkaar te kunnen houden. Ik heb wel eens gezien dat men ze dan in een kokertje stopt om thuis nader te kunnen ontleden. Dat overleven die kevers niet, alles voor de wetenschap dan maar. Op verse eikenbladeren “krioelde” het van onderstaande kevers. Het zijn slechts kleintjes, zo’n 5 millimeter lang. Aan de grote ogen te zien denk ik dat ze tot de prachtkevers behoren. Deze slanke kevers werden vroeger (of nog steeds?) ook wel smalbuikjes genoemd. Volgens wikipedia zijn er hiervan wel 3000 soorten beschreven. Wie ben ik dan om de juiste naam te noemen.

Agrilus laticornis – smalbuikje -prachtkever

Om toch maar een naam te noemen denk ik aan de Agrilus laticornis, maar het is de kans van 1 op de 3000 dat het goed is. Zoals geschreven: opvallend zijn die grote ogen.

Agrilus laticornis

De volgende is ook een prachtkever, weer van die grote ogen. Maar om te determineren is deze een stuk eenvoudiger. Die twee witte vlekjes midden op het achterlijf aan de vleugelranden zeggen veel. Dit is de Eikenprachtkever (Agrilus biguttatus). Hij is ook een stuk groter dan die eerste prachtkever, een dikke centimeter lang. De basiskleur van deze soort is donkergroen maar dat kun je in het felle zonlicht bij deze niet erg goed zien.

Eikenprachtkever Agrilus biguttatus

Hij heeft het “pracht” in z’n naam maar hij is berucht. Er zijn dikke rapporten over deze soort geschreven. Niet over de kever zelf, maar wel over de larven.

Eikenprachtkever Agrilus biguttatus

Die kunnen complete eikenbossen verwoesten. Vooral als de bomen al enigszins verzwakt zijn en soms wordt ook een relatie gelegd met vernatting van de natuur. Tik “eikenprachtkever” in een zoekmachine en je krijgt regelmatig het woord “eikensterfte” terug.

Eikenprachtkever (detail)

Dus toch niet zo’n “pracht”kever? Ach ja, hij doet waarvoor hij is opgeleid, dat kun je toch niet veranderen. Hij heeft in elk geval mooie grote ogen. Misschien moeten we eens wat minder eiken bij elkaar zetten, dat is voor de processierups ook beter.


Fleurige koning

Het was tot voor enige jaren geleden voor mij het belangrijkste weidegebied als ik Grutto’s wilde zien, langs de Sodumerdyk onder Nes (v/h Utingeradeel, nu gemeente Heerenveen). Op de één of andere manier is daar de klad wat in gekomen, het aantal Grutto’s loopt daar van jaar tot jaar terug. Enkele jaren lang moest ik echt moeite doen om daar nog een Koning van het Weidelandschap te ontdekken. Maar het is daar wel elk jaar een bloemenfestijn met kilometerslang bloeiend raap- of koolzaad in de bermen van die weg, verderop Soarremoarre geheten. Als je er op het goede moment bent is het een paar kilometer lang allemaal kleur en fleur. Zelf kan ik het verschil tussen raap- en koolzaad niet zo goed ontdekken, maar RTV Drenthe had laatst een onderwerp waaruit voor de specialisten wel duidelijk kan worden wat precies het verschil is, klik hier. Zelf weet ik het nog steeds niet.

bermen met raap-/koolzaad

En warempel, er stapte ook nog een Grutto parmantig door het gras.

Grutto – Skries

Even hadden we contact zo te zien,

Grutto – Skries

totdat de vogel doorliep en voor een pol van dat raap-/koolzaad stil bleef staan.

Grutto – Skries

Even leek het alsof de vogel, de Koning van het weidelandschap, een gouden kroon droeg.

Grutto – Skries

Een kilometerslange gele berm, een goudgekroonde koning, het was toch weer de moeite waard om er even langs te rijden.