Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Slokje

Zo langzamerhand komt er weer een eind aan de evenementen in Fryslân. In de afgelopen drie weken werden weer de wedstrijden van het Skûtsjesilen gehouden. Eerst twee weken van de SKS (gesloten, slechts voor een beperkte groep schippers) en daarna nog een week IFKS (open kampioenschap). Om eerlijk te zijn, vroeger had ik meer met dit evenement, het zeilen met oude vrachtschepen (tjalken), tegenwoordig wat minder. De nostalgie is een beetje verdwenen, door allerlei verbouwingen aan de oude schepen heeft men er racemonsters van gemaakt en het oude vrachtvaren is alleen nog in de scheepsmodellen terug te vinden.

Skûtsjesilen anno 1970

Elk jaar weer komen de sterke verhalen bovendrijven en steevast komt ook de naam van de “schippersdrank” Beerenburg opnieuw voor het voetlicht, als zijnde het Friese “slokje” (drankje) bij uitstek. Echter, deze kruidenbitter heeft geen Friese maar een Amsterdamse oorsprong. De plaats van herkomst is te herleiden naar de Stromarkt (vroeger Stroomarkt) in Amsterdam. Naar het pand waar het “Wape van Venetiën” aan de voorgevel prijkt. In de volgende links is dit het pand met de beide rode voordeuren. Ook het wapen in de voorgevel is daarop zichtbaar, klik hier (pand) en hier (wapen).

Het wapen van Venetië is enigszins vrijelijk gebruikt. De gevleugelde leeuw klopt wel. De tekst in het boek dat deze leeuw vasthoudt bestaat uit de letters H en B, terwijl er eigenlijk een Latijnse verwijzing naar Sint Marcus zou moeten staan.  De letters H B verwijzen naar een zekere Hendrik Beerenburg, zegt men.

Wie de geschiedenis van het kruidenbitter probeert te achterhalen stuit op talloze verhalen over erfgenamen van Hendrik Beerenburg die het geheime recept van de kruiden door de eeuwen heen hebben bewaard. De data spreken elkaar vaak tegen en dat maakt natuurlijk nieuwsgierig hoe het werkelijk zit. Het lijkt er op dat de commercie hier en daar de data wat vrijelijk interpreteert. Daarom ben ik ooit, voor zover mogelijk, maar eens met een schone lei begonnen.

Uitgangspunt was dat mevrouw M.A.E. van Deventer (1899 Hees-Amsterdam 19??) de laatste “erfgenaam” van het geheime recept was. Dus maar eens proberen een familielijn te vinden naar Hendrik Beerenburg. Deze leefde in de eerste helft van de 18e eeuw in Amsterdam. Een echte afstammingslijn heb ik echter niet kunnen vinden.

Wel is er een ander verband aan te wijzen. Daarin speelt de locatie aan de Stromarkt in Amsterdam met het wapen van Venetië een hoofdrol. De ouders van mevrouw Deventer waren L.W.J van Deventer (1863 – 1943) en A.M.G. La Grange (1872 – 1932). De Van Deventer-lijn kwam uit Katwijk, La Grange uit Amsterdam. Toen er in 1900 een zoon in Amsterdam werd geboren woonden de ouders op het adres Stroomarkt 9. Daarvoor woonden ze in de buurt van Nijmegen en later nog in Mill (N.B.) en in de stad Utrecht maar ze keerden uiteindelijk terug naar Amsterdam. A.M.G. La Grange was een dochter van Jacobus La Grange (1841-1890) en Susanna Antoinetta Francisca Hunteman (1847-1884). Hun huwelijksreceptie in 1868 vond plaats in het pand met nummer L804 aan de Stroomarkt in Amsterdam. Het is dit nummer L804 wat we ook vaak terugvinden in de advertenties betreffende de maagkruiden van de firma Hendrik Beerenburg. In 1878 liet Jacobus La Grange het pand Stromarkt 9 verbouwen, de bouwtekening daarvan  is terug te vinden in de beeldbank van het Stadsarchief van Amsterdam.

advertentie Beerenburg maag-kruiden

Het pand met het wapen van Venetië had in het midden van de negentiende eeuw het adres Stroomarkt 16.

advertentie maagkruiden Stromarkt 16

Er is dus sprake van de adressen Stroomarkt 9 en Stroomarkt 16. Misschien heeft er een vernummering plaatsgevonden of misschien is het wapen ooit verplaatst omdat het meer voor commerciële doelen diende dan als onverbrekelijk bij een bepaald huis behorende, wie zal het zeggen?

advertentie Beerenburg maag-kruiden

De La Grange familie levert verder geen verbinding op met Hendrik Beerenburg, wel de Hunteman-familie. Susanna Hunteman was een dochter van Franciscus Theodorus Engelbertus Hunteman (1810 -1877) en Henrica Alida Bisschop (1809-1866). In hun huwelijksakte uit 1836 staat aangegeven dat Franciscus woonachtig was op het adres Stroomarkt 16.

Franciscus (Franz) Hunteman was een zoon van Bernt Anthon Hunteman (ca. 1773 – 1846) en Susanna Termars. Het was deze Bernt Hunteman die op 17 november 1799 een huis en erf bij de Nieuwendijk aan de Stromarkt in Amsterdam kocht (betaalde) van de erven van Maria Alijda Wolpink, de weduwe van Hendrik Beerenburg. Dit is waarschijnlijk hetzelfde huis dat Hendrik Berenburg (slechts één e) op 10 november 1724 kocht van de erven van Maria Jacoba Schellinger. In de transportakte staat het omschreven als een huis en erf bij de Singel aan de Westfriese Korenmarkt. Volgens het Amsterdams stadsarchief betreft het hier een huis aan de Stromarkt.

Toen Hendrik Berenburg dat huis kocht in 1724 was hij getrouwd met Sara Agtienhoven. In maart 1727 hertrouwde Hendrik met Maria Alida Wolpink. Uit het eerste huwelijk zijn me geen kinderen bekend. Tussen 1728 en 1735 lieten Hendrik en Maria vier kinderen Rooms-katholiek dopen: Nicolaus (1728), Catharina (1729), Geertruij (1733) en Johannes Hendrikus (1735). Een aantoonbare latere relatie van deze kinderen met de kruidenhandel heb ik niet kunnen vinden.

Het heeft er dus alle schijn van dat de naam Hendrik Berenburg of Beerenburg aan het pand op de Stroomarkt (nummer 16 of 9) is blijven kleven maar dat er geen familierelatie is tussen Hendrik Beerenburg en de latere uitbaters van de kruidenhandel. De letters H B in het boek dat de leeuw in het wapen van Venetië draagt hebben daarbij misschien een rol gespeeld.

Maar wie weet, misschien heb ik toch iets gemist, dan hoor ik het graag. Wel graag met bronnen, want alle verhalen die over het internet zweven, die neem ik af en toe met een korreltje zout, ze zijn vaak geschreven met een ander doel.

Terug naar de kruidenbitter. Pas omstreeks 1839 begon men te adverteren met de maag-kruiden van de firma Hendrik Beerenburg. Dat was in de periode dat het echtpaar Hunteman – Bisschop aan de Stroomarkt woonde. In de 19e eeuw bleef het uitsluitend bij advertenties voor maag-kruiden. Een kant-en-klare kruidenbitter kon je niet in papier verpakken. Die kruiden moest de koper vervolgens zelf met jenever of wat dan ook mengen. Het was dus helemaal afhankelijk van het mengsel hoe de uiteindelijke smaak werd. Geen wonder dat er zoveel verschillende soorten en merken zijn ontstaan. In die oude advertenties werd soms gesproken over een heilzame werking van de kruiden. Misschien kun je dat van de kruiden zeggen maar voor een te hoog alcoholgebruik geldt het zeker niet.

Een zekere nadruk werd in het midden van de 19e eeuw gelegd op het gezondheidsaspect van de kruiden. Er waren een aantal Beerenburgs in de 18e eeuw die in gezondheid “gespecialiseerd” waren. Daarover volgt nog een tweede bijdrage.

Advertenties

2 Reacties

  1. Een dergelijke advertentie als de eerste vond ik ook eens in de Groninger Courant, uit ongeveer dezelfde periode. Heel veel tradities die we nu als plaatselijk zien, hebben natuurlijk een veel bredere achtergrond. Het liedje Peerd van Ome Loeks, bijvoorbeeld, is ook maar een contrafactuur op Ach du lieber Augustin.

    Overigens zegde wijlen mijn vriend Willem Lok, die nog meegevaren had op het skutsje van Drachten, boos zijn lidmaatschap van de skutsjesclub op, toen het zeilen met nylon zeilen werd toegestaan.

    19 augustus 2012 om 20:02

  2. Ik zal de stroomarkt eens bezoeken/
    Met plezier gelezen.
    Nu zit ik echter aan een muntthee.
    Verfrissende zomergroet

    20 augustus 2012 om 12:35