Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor juli, 2012

Roofvlieg met prooi

Het was maar druk, daar in die struik, een soort van roofvlieg zat maar wat stil te zitten op een blad. Ook toen ik met de cameralens dicht in de buurt kwam verroerde hij zich niet.

Roofvlieg

Zelfs van opzij een foto maken was geen probleem. Deze had zeker iets in de zin.

Roofvlieg

Daar niet te ver bij vandaan liepen een paar vreemd uitziende insecten op een ander blad rond. Geleiachtig en lichtgroen met rode ogen. Ze werden van een kleine afstand in de gaten gehouden door een gelijk gekleurd insect, ook met rode ogen, maar met vleugels. Of er een relatie tussen die twee is weet ik niet, daarvoor is mijn kennis van geleiachtige groene insecten te gering. Misschien zijn het bladluizen.

bladluis?

Hieronder de gelei-jongens nog van iets dichterbij.

bladluis?

Ik ben verder gelopen. Toen ik na ruim een kwartier weer langs die plaats kwam bleek dat één van de gelei-jongens ten prooi was gevallen aan een Roofvlieg. Een andere dan die op de eerste foto. De bladluis? had geen schijn van kans en werd leeg gezogen door de vlieg.

Roofvlieg met prooi

De bovenste roofvlieg heeft rode dijbenen en de onderste zwarte. De onderste was misschien net iets brutaler dan de bovenste. Zo gaat dat in de natuur, als je een kans krijgt moet je hem direct grijpen anders is er altijd wel een andere die je te vlug af is.

Advertenties

Kleine watersalamander en nog twee kleintjes

Tussen de buien door had ik het bankje bij de pingo in het Wijnjeterperschar bereikt. Omdat de zon op dat moment scheen leek het me een goed moment eens wat vitaminen op te doen en er een poosje te blijven zitten. Het was er rustig, geen vlinders, zelfs niet eens sprinkhaantjes of cicades. Terwijl ik daar stilletjes wat zat te mijmeren bewoog er plotseling toch iets bij m’n voeten. Dus razendsnel de camera gepakt. Het was een Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris). Die jongens zitten alleen maar in de broedtijd in het water, voor de rest van het jaar leven ze op het land. Deze was volgens mij wat aan de late kant om nu nog het water te verlaten, hij zal eerder in de war geweest zijn door het vele regenwater en wist even niet meer waar het land was (denk ik).

Kleine watersalamander

Een klik van de camera was genoeg voor deze om het op een lopen te zetten. Gelukkig kon ik nog net een tweede foto maken, daarna was hij weg en ergens in de begroeiing gekropen. Kort maar krachtig zogezegd, zo was deze ontmoeting. ‘k Had hem liever op een groene achtergrond gefotografeerd en niet op het natte zand, maar het was al bijzonder om hem op het land te kunnen “strikken”.

Kleine watersalamander

Toen kon ik blijven wachten tot er weer wat bewoog, helaas het was voor niets. Op de terugweg heb ik daarom maar eens diep in het struikgewas gekeken. De eerste die ik voor de lens kreeg was een vliegje, welke soort, dat weet ik niet. ‘k Dacht eerst dat het een daas was, met die wat groenig lijkende ogen. Die was echter niet stilletjes blijven zitten, maar had direct geprobeerd of hij me ook ergens kon steken (denk ik). Dus blijft het een andere vlieg, eigenlijk was hij ook te klein voor een daas.

Kleine vlieg

Bij de laatste was ik al weer bijna terug bij de parkeerplaats. Dit vliegje is er weer zo eentje waarbij ik de grenzen van mijn apparatuur bereik, zo klein was deze, drie à vier millimeter lang. Ook van deze weet ik geen naam.

Kleine vlieg

Een Kleine watersalamander en twee kleine vliegjes, de foto-oogst was klein. Maar omdat ik voor het eerst in jaren weer eens een salamander voor de lens kreeg wel weer bijzonder. Toen ik nog een jochie was zwommen ze bij ons in de buurt in groten getale in de sloten rond. ’t Moesten wel schone sloten zijn. Waarschijnlijk is de pingo in It Skar dus ook schoon genoeg voor deze soort. Ik schreef overigens wel steeds “hij” bij de salamander, maar aan de kleur te zien is het een vrouwtje.


Waarde en geliefde huisvrouwe

Niets stond Anne Wiegers Visser in de weg om een voor zijn tijd goed leven te leiden. Hij werd op 3 maart 1765 in Woudsend gedoopt als zoon van Wieger Annes Visser en Wietske Michiels Tromp. Zijn vader was eigenaar van een scheepswerf en koopman. Zijn grootvader Anne Wiegers Visser was vis- en palinghandelaar in Woudsend.

In 1769 legde de kleine Anne samen met zijn jongere broer Michiel de eerste steen van een nieuw, door hun ouders gebouwd, huis. Anne werd met de achternaam Visser van zijn vader vermeld en Michiel met die van zijn moeder, Tromp.

fragment gevelsteen Anne W. Visser

Op de steen staan de namen van de eerste-steen-leggers, een rijmpje en de namen van stichters van het huis:

Anne W. Visser –  Michiel W. Tromp

Dees Twee Jongelingen Te Saam Gemeen

Die Laagen Hier De Eerste Steen

Kinderen Van Den Eigenaar

Die Van Dit Huis De Stigter Waar

W:As. Visser – Wi Ms Tromp

Een complete beschrijving en afbeelding van de gevelsteen is terug te vinden in de collectie van het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek, klik hier. In dat museum zijn overigens veel meer archivalia van de Visser en Tromp familie te vinden zoals portretschilderingen en tekeningen, ook online.

Anne trouwde in 1784 in Woudsend met Jetske Jelles (later Van der Zee), gedoopt in 1766 in Woudsend als dochter van de grootschipper Jelle Hanzes en diens vrouw Popk Johannes. Anne zelf wordt vermeld als koopman, hij zal misschien de traditie van vis- en palinghandelaar hebben voortgezet. Anne en Jetske kregen twee kinderen, Wieger Annes Visser (1786-1846) en Popk Annes Visser (1788-1807).

Weer leek alles van een leien dakje te gaan. Helaas, er tekende zich een klein drama af in het gezin.

In 1805 verscheen er een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin Jetske Jelles als weduwe van Anne Wygers Visser te Woudsend voor zichzelf en voor haar twee kinderen bij Anne liet weten de boedel te hebben geabondoneerd (verlaten) en gerepudieerd (verworpen). De crediteuren konden zich melden op de rechtkamer van Wymbritseradeel in Sneek. Er moesten curatoren over de boedel worden gekozen en aangesteld.

Advertentie curatoren Visser – van der Zee

Op 16 april 1806 verscheen opnieuw een advertentie in dezelfde krant. Er moesten nieuwe curatoren worden gekozen. De eerst gekozenen hadden voor de eer bedankt.

In 1795 verscheen er een mededeling van Jetske Jelles in de Amsterdamsche courant waarin Jetske liet weten dat haar man Anne Wygers Visser haar enige jaren geleden verlaten had. Intussen had ze vast bericht gehad dat Anne ruim een jaar geleden in Oostende (=Ostende, België) was overleden en begraven.

Anne Wiegers Visser was dus jong overleden, hij werd niet ouder dan 30 jaar. Jetske bleef achter met beide kinderen. Een failliete boedel lijkt uiteindelijk in 1805 / 1806 het gevolg te zijn.

mededeling overlijden Anne Wiegers Visser

Jetske Jelles hertrouwde op 28 september 1796 in Sloterdijk (Amsterdam) met de zeeman Jan Pieters Hemsen (1763 Dantzig – Woudsend 1846). Tussen 1798 en 1812 werden er in Woudsend vier kinderen geboren in het huwelijk van Jan Hemsen en Jetske van der Zee, een Pieter, twee keer een Akke en een Christina.

Anne Wiegers Visser’s overlijdensjaar wordt soms vermeld als zijnde het jaar 1796. Oorzaak daarvan is waarschijnlijk een akte in de huwelijksbijlagen van zoon Wieger, die verklaarde dat zijn vader in het jaar 1796 in Oostende was overleden. In werkelijkheid was dat al een “groot jaar” (meer dan een jaar) voor december 1795, dus ergens in de herfst van het jaar 1794. Wieger gaf ook een beroep van zijn overleden vader op, zijnde zeilmaker. Anne Wiegers Visser had dus zijn vrouw en kinderen verlaten, kwam (uiteindelijk) in Ostende terecht, werd / bleef zeilmaker en overleed in 1794 in Vlaanderen.

Daarmee begint het familiedrama zich al af te tekenen. Het beeld wordt helemaal duidelijk door een akte in het archief van het Hof van Friesland gedateerd 5 mei 1791. Hielke Ages Tromp, koopman in Woudsend treedt dan op als gelastigde van zijn schoonvader Jelle Hanses, de grootschipper. Jelle Hanses was tevens de vader van Jetske Jelles van der Zee. Er moesten regelingen worden getroffen betreffende Anne Wiegers Visser, die anderhalf jaar geleden was vertrokken met achterlating van zijn vrouw, kinderen en boedel in Woudsend. Anne had al z’n geld verkwist en woonde toen (1791) “naar men zegt” in Vlaanderen.

In de portefeuille is een kopie van een brief opgenomen die Anne op 10 juli 1789 schreef vanuit Gravelinus aan zijn “Waarde en geliefde huisvrouwe” Jetske Jelles in Woudsend. Gravelinus ligt tussen Duinkerken en Calais in Frankrijk. Later (na 1789) is Anne dus verhuisd naar Vlaanderen.

Een afschrift van deze brief staat in onderstaand bestand.

Brief van Anne Wiegers Visser aan zijn vrouw Jetske Jelles

Voorzichtig concludeer ik dat Anne eind 1789 is “gevlucht” naar het buitenland. In die tijd vluchtten er meer Friezen naar het noorden van Frankrijk. Gravelinus was een plaats waar meerdere patriotten terecht kwamen. Of dat ook met Anne het geval is, dat is mij niet duidelijk. Wel was zijn vader Wieger Annes Visser lid van de Provisionele Representanten van het Volk van Friesland in 1795 en lid van het Provinciaal bestuur van Friesland tussen 1796 en 1798 in de Bataafse republiek.

Volgens zijn schoonvader Jelle Hanzes was het Annes eigen schuld door verkwisting. Anne, eerst koopman, blijkt inderdaad zeilmaker te zijn geworden. In tegenstelling tot vele anderen die nooit meer iets van zich lieten horen had Anne vanuit het buitenland nog wel contact met zijn echtgenote en andere familie. Echtgenote Jetske had hem wel het een en ander verweten met “uitdrukkingen, die juist niet al te billijk zijn”. Anne wilde dat Jetske bij hem kwam wonen in Gravelinus. Het was er bijna net als in Stavoren. Anne wilde wel graag snel antwoord, het was van belang dat Jetske kwam, dan kreeg Anne een hoger salaris. Zoals hiervoor al bleek is Jetske niet gegaan en de afwikkeling van de schulden van de dan al lang overleden Anne heeft zich nog jaren lang voortgesleept.

Jetske van der Zee overleed in 1826 in Woudsend en haar tweede man Jan Hemsen, toen sjouwerman, overleed daar in 1846.

Jetske liet een nageslacht in Bolsward en Amsterdam na met de achternaam Visser (uit het 1e huwelijk) en (uit het 2e huwelijk) met de achternaam Hemsen (veelal in het Groningse), maar ook in Tilburg. Ook een organist van de Nieuwe kerk in de stad Groningen behoorde tot Jetskes nageslacht Hemsen. Verder een familie Nieuwland in Barneveld en omgeving via dochter Christina.