Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 6 mei 2012

Doofpot

Onderstaande transcriptie heb ik eerder in 2002 gepubliceerd op een andere website. Die publicatie is een aantal malen zonder bronvermelding woordelijk overgenomen. Ik wou “de eer” van de oorspronkelijke publicatie toch maar aan mezelf houden. Hieronder een enigszins aangepaste versie:

De Drachtster apotheker Suardus Posthuma schreef in 1752 een boze brief aan het bestuur van de Provincie Friesland, en hij gaf Gedeputeerde Staten en de Fiscaal Nauta er daarin flink van langs. De brief viel verkeerd in Leeuwarden en men ondernam actie. Suardus moest flink boeten voor zijn brutaliteit.

Tevens had men een bijzondere manier bedacht om de zaak in de doofpot te stoppen:

Den 12 Julij 1752

’t Hoff condemneert Sivardus Postma in de Draghten woonagtigh, ter sake excessen gepleegt door het schrieven van een Brieff, waerin seer onbetamelijke uitdruckingen tegens het Collegie der Heeren Gedeputeerde Staten deser Provincie, en de Lands Fiscaal Nauta “in officio verkerende” gevonden worden,

aen het Comptoir van de Domainen ten profijte van de Heerlijkheit te betalen de somma van hondert en vijftigh goutguldens en sulx binnen veertien dagen naastkomende, bij gebreke dies fiat authorisatio op den Deurwaerder van ’t Quartier, om de selve met middelen van executie in te vorderen;

En condemneert de selve mede in de kosten tot hier toe over deese sake gevallen;

Ordonneert voorts hem Postma, de brieff in deesen gedaght ter presentie van Heeren Lijcklama à Nieholt en Jan de Kempenaer Raden Ordinaris in deesen Hove als Commissarien, ten overstaan van den Rentemeester Generaal der Domeinen en den Procureur Generaal deser Landschappe en in bijwesen van den Fiscaal Nauta, aen stucken te scheuren.

Op dato voorschreven is bovenstaande condemnatie door de Secretaris Tjallingi ter audientie van bovengenoemde Heeren Commissarien, en in bijwesen van de Heeren Rentemeester, Procureur en Fiscaal Generaal deeser Landschappe, aen Sivardus Postma in de beneden vertreckamer van den Hove voorgelesen.

fragment sententie Suardus Posthuma

Samengevat:

  1. Suardus kreeg een boete van 150 goudgulden binnen 14 dagen te voldoen, wat een groot bedrag was voor die tijd.
  2. Tevens moest hij de proceskosten betalen.
  3. Bij niet betalen van de boete etc. volgde inschakeling van een “incassobureau”.
  4. Suardus moest de gewraakte brief ten overstaan van een drietal personen, de Rentmeester der domeinen, de Procureur generaal van Friesland en de fiscaal Nauta in stukken scheuren.

Suardus heeft misschien zijn brief aansluitend aan het voorlezen van het vonnis in stukken gescheurd. Maar misschien ook niet, het staat niet genoteerd. Jammer, de brief had wel iets meer over Suardus kunnen vertellen. Men kende Suardus al in Leeuwarden. In 1748 moest hij ook al voor de heren van het Hof verschijnen. Of de brief hierop een vervolg was? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

 Als men overigens alle sporen had willen vernietigen dan had men ook deze uitspraak niet moeten noteren.

In het vonnis staat overigens consequent de voornaam Sivardus in plaats van Suardus. In het proces uit 1748 noemde men hem Syvardus. Dat krijg je als je de Groningse voornaam Siewert gaat verfraaien. In 1718 woonde Suardus al in Drachten toen hij een “swart lakens huijck” kocht van Franke Hendriks en Japke Siegers, zie Japkes boek, klik hier.