Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor mei, 2012

Ringelrups en Groentje

‘k Heb afgelopen zaterdagmorgen een rondje Merskenheide gelopen. Nu eens niet op zoek naar het grote, maar naar het kleine. Het is momenteel rupsentijd en er kwamen diverse soorten voorbij tijdens de wandeling. Eén van de meest “spectaculaire” was toch wel de Ringelrups.

Ringelrups

Een bijzondere kleurencombinatie met erg veel rossig haar.

Ringelrups

Met een paar grote nep-ogen, je zou er bijna bang van worden. En dan te bedenken dat hieruit uiteindelijk een bruin-beige vlinder met rossige strepen voortkomt, een vlinder die niet erg opvallend is.

Ringelrups

Wel opvallend was dan weer dat Groentje, die al enige tijd rond had gevlogen. Hij heeft al behoorlijk veel van z’n frisgroene schubben verloren. Deze vertoonde dan ook drie verschillende kleuren groen en het bruin daaronder begon al zichtbaar te worden.

Groentje

Hij stak z’n roltong nog even naar me uit.

Groentje (roltong)

Het rondje ging verder. Daar kom ik een volgende keer op terug.

Advertenties

Snuitkevers

Als je goed kijkt zie je ze momenteel bijna overal, de snuitkevers. Veel langer dan een halve centimeter zijn ze niet. Er zijn verschillende soorten en je moet specialist zijn om ze van elkaar te kunnen onderscheiden. Hieronder een Groene snuitkever (Phyllobius maculicornis). Tenminste, zo wordt hij in het algemeen genoemd.

Snuitkever

Het probleem in het herkennen zit in de verschillende kleuren die alleen al deze soort kan hebben. Hieronder eentje die veel groener is.

Snuitkever

Maar ze kunnen ook nog bruin zijn.

Snuitkever

’t Is dan ook geen wonder dat Jan met de pet de soorten door elkaar gaat halen. Je zou hem echter net zo goed Phyllobius roboretanus kunnen noemen. De hieronder staande is mogelijk zelfs een Gestreepte bladsnuitkever (Phyllobius pyri).

Snuitkever

Hieronder een andere soort, ook qua vorm, de Berkenbladroller alias Sigarenmaker (Deporaus betulae).

Berkenbladroller

Er zijn nog veel meer soorten, dit is eerst wel genoeg. Hoe klein ook, elke kever is weer bijzonder, en ook al hebben ze dan van die moeilijke namen. Snuitkever is meestal wel genoeg.


Bloedcicade

Ze zijn er weer, ze laten zich weer zien boven de grond, de Bloedcicaden, die overigens niets met bloed te maken hebben, geen bloed zuigen of zoiets. Het is de kleur die hen de naam geeft. Veel rood met zwart, bruinige ogen en verder vaak zo donker gekleurd dat er nauwelijks details in de donkere delen zijn te onderscheiden.

Bloedcicade

De nimfen leven onder de grond. Die kunnen tegelijkertijd poepen en bellenblazen, beide aan de achterkant. Het schuim dat daarbij ontstaat voorkomt uitdroging. Veel zie je daar niet van, zoals gezegd, het meeste speelt zich onder de grond af. De larven leven in de buurt van de wortels van planten, waarvan er dan ook wel eens eentje wil “sneuvelen”.  Die levenswijze geldt voor veel cicaden. Erg populair zijn ze dan ook niet bij plantenliefhebbers.

Bloedcicade

Als je wat te dicht bij zo’n Bloedcicade komt gaat hij meestal snel trillen met de afdekschilden. Dat deed deze ook. Dan kun je de vliesdunne vleugels daaronder ook zien.

Bloedcicade

Om te vluchten gebruikt hij die vleugels eerst niet. Nee, hij maakt eerst een enorme sprong, vele malen de lengte van zijn lichaam, misschien wel honderd keer zo lang, ik heb het nooit gemeten. Hij is ongeveer een centimeter lang en een meter springen is volgens mij geen probleem. Ik kwam te dicht bij en jawel hoor ………….. hups ………….., weg !

Vlieg met stuifmeel

Alleen buurman vlieg bleef over. Waar die z’n neus in gestoken had weet ik niet. Wel dat bij behoorlijk bepakt was met stuifmeel.