Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 22 april 2012

Sietske Jurjens Nauta

Het was een eenvoudige mededeling in de Nederlandsche Staatscourant die het weer had overgenomen van de Leeuwarder Courant:

Sietske Jurjens Nauta, de echtgenote van de turfmaker Berend Hendriks Simons, turfmaker in Boornbergum was op 21 februari 1819 bevallen van haar negentiende kind, een meisje. Sietske kreeg in haar eerste huwelijk veertien kinderen, waaronder vier keer een tweeling. Op 44-jarige leeftijd had zij nu dus het leven geschonken aan het vijfde kind uit haar tweede huwelijk. In totaal kreeg ze tien zonen en negen dochters in beide huwelijken.

negentien kinderen Sietske Nauta

Dat maakt nieuwsgierig. Wat is er van dat grote gezin over gebleven?

Eerst maar eens de gezinnen op de rij gezet:

Sietske Jurjens werd in 1774 in Rottevalle geboren als dochter van Jurjen Hettes en Hiltje Cornelis. Ze trouwde in januari 1796 voor de eerste keer en wel met Roel Hendriks die ook afkomstig was uit Rottevalle. Ze lieten de volgende kinderen dopen: Jurjen (1796) in Rottevalle, Hendrik (1800), Jurjen (1802), de tweeling Cornelis en Rinze (1804) en Hette (1806), deze vijf in Oudehaske. Vervolgens nog een Rinze (1807) en Roelof (1810), beiden geboren in Terbandsterschans en gedoopt in Tjalleberd. In totaal werden er dus 8 kinderen gedoopt. In het overlijdensregister van Tjalleberd staat ook nog een tweeling vermeld, die in die plaats op 18 november 1808 werden begraven, acht dagen oud. Dat betekent dat er uit het eerste huwelijk nog twee keer een tweeling werd geboren. Van geen van die kinderen weten we een naam. Sietskes eerste man Roel Hendriks overleed in september 1810 in Amsterdam en werd daar mogelijk op 18 september begraven op het Karthuizer kerkhof.

Sietske trouwde op 4 juli 1812 opnieuw, in Tjalleberd deze keer en wel met Berend Hendriks Symons (later Simons), die doopsgezind was en in 1773 in Giethoorn werd geboren als zoon van Hendrik Jans Symons en Lummigje Berends Otter. Berend was bij het huwelijk weduwnaar van Janke Jans, overleden in 1806 in Joure, die hem twee kinderen naliet. In 1812 werd uit het huwelijk van Sietske en Berend in Tjalleberd een zoon Hendrik geboren. Daarna werden in Suameer / Oostermeer drie kinderen geboren, Hiltje (1814), Antje (1816), nog een Hendrik (1817) en tenslotte weer een Antje in 1819 in Boornbergum, wat reden was om het krantenartikel te schrijven.

Bij het optellen van de aantallen zoons (10) en dochters (9) blijkt dat alle naamloze overleden tweelingkinderen dochters moeten zijn geweest.

Sietske kreeg dus in een tijdsbestek van 23 jaar 19 kinderen en was in die periode 15 keer zwanger.

gezinsstaat van Sietske Nauta

Toch werden er maar drie van haar kinderen volwassen. Uit het eerste huwelijk alleen zoon Rinze Veenstra (1807-1884) en uit het tweede huwelijk de dochters Hiltje Simons (1814-1877) en Antje Simons (1819-1899). De zoon Roelof Veenstra (geboren in 1810) uit het eerste huwelijk leefde in 1820 nog maar daarna is er niets meer van hem te vinden.

Berend Simons en Sietske Nauta verdwenen op een bepaald moment uit beeld maar doken in juni 1820 weer op in de kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord e.o. waar Berend op 30 juni werd ingeschreven als huisverzorger (naam vermeld als Barend). Op dat moment hadden ze vier kinderen bij zich: Rinze, Roelof, Hiltje en Antje. Alle andere kinderen van Sietske waren toen waarschijnlijk reeds overleden. De voordochter Lummigje van Berend Simons ging ook niet mee, maar bleef in Oudega (S) waar ze in 1825 met Jan Westra trouwde. Alleen de beide dochters van Berend en Sietske bleven bij hun ouders wonen, de zonen werden uit het gezin gehaald en ergens anders (als knecht) ondergebracht. Wel kregen Berend en Sietske de zorg over zes weeskinderen uit Rotterdam en Dordrecht opgedragen, zie verder de website van Wil Schackmann (klik), (ga naar “latere kolonisten”).

Berend Simons overleed in januari 1824 in Willemsoord. Sietske bleef in de kolonie wonen, waar ze op 24 februari 1845 overleed, ook in Willemsoord, vermeld met de achternaam Nouta.

Dochter Hiltje (Hilletje) Simons bleef ongetrouwd en woonde tot 1862 ook in de kolonie. In 1877 overleed ze in Frederiksoord.

Slechts twee kinderen van Sietske Nauta kregen zelf ook (veel) nageslacht:

  1. Rinze Veenstra die in 1831 in Tietjerksteradeel trouwde met Gelske de Jong (1809-1895). Rinze was visser en overleed in 1884 in Gaastmeer en Gelske overleed in Workum.
  2. Antje Simons (1819-1899 Blesdijke) trouwde in 1844 in Steenwijkerwold met Hendrik Jansen (1809 Hoevelaken – 1886 Blesdijke).
    Hun dochter Geertruida Jansen (Blesdijke 1849-1937 Nijetrijne) trouwde in 1873 met Geerle van der Veen (Peperga 1851-1931 Wolvega), waaruit een grote Van der Veen familie in Weststellingwerf ontsproot.
    Een andere dochter Sietske Jansen (Blesdijke 1856 – 1907 Den Haag) trouwde in 1883 in Den Haag met Abraham Mojet (Delft 1857 – ?). Ze kreeg twee kinderen die een Mojet familie in Den Haag en de omgeving van Utrecht nalieten.

En Sietske Nauta? Haar kleinkinderen werden na haar overlijden geboren of ze woonden ver van Willemsoord. Ze zal de laatste jaren van haar leven aan weeskinderen van de kolonie in Willemsoord hebben besteed. Ja, eigenlijk stond heel haar leven in het teken van kinderen, veel kinderen.

Advertenties