Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Engbert en Berber

Af en toe neus ik weer eens in mijn oude aantekeningen, sommige al meer dan dertig jaar geleden gemaakt tijdens archiefbezoek. Natuurlijk heb ik die gegevens in eerste instantie bewaard omdat er veel namen in voorkomen die ook in mijn eigen familie vaak opduiken. Later bleek dan dat de data niet in mijn stamboom thuishoren. Toch kunnen die gegevens misschien anderen nog wel op een spoor zetten. Vaak ben je maar van één akte afhankelijk om weer verder te kunnen met je onderzoek.

In 1797 begon Coendert Engberts, timmerman en metselaar in Makkinga te procederen tegen de erfgenamen van Daniël de Blocq van Lyklama à Nijeholt. Daniel was geboren op 25 juli 1702 en overleden te Beetsterzwaag op 9 oktober 1781. Hij was grietman van Ooststellingwerf en later van Opsterland. Een rouwbord hangt in de Hippolytuskerk in Olterterp.
Diens erfgenamen waren: Reinhard van Lynden te Beetsterzwaag als vader en voorstander over zijn minderjarige kinderen als erfgenamen van hun wijlen grootmoeder Anna Romelia van Idsinga weduwe Boelens, Edo Alma van Idema als usu fructuaris heeres van zijn wijlen huisvrouw Detje Cicilia van Bouricius te Heerenveen, Franciscus Bavius notaris publicus te Leeuwarden als geautoriseerd curator over Dido Cicilia van Echten als erfgenaam van haar wijlen moeder Eritia Johanna van Wielinga te Minnertsga, Susanna thoe Schwartzenbergh en Hohenlandsbergen als usu fructuaria van haar wijlen man Augustinus Lycklama à Nijeholt wonende te Leeuwarden en Amelia Wiskjen Lycklama à Nijeholt weduwe Glinstra te Sweins.

Je moest vroeger wel durf hebben om tegen de regentenfamilies te gaan procederen. Maar de tijden waren intussen veranderd. Op 19 januari 1795 was de Bataafse republiek uitgeroepen. In principe waren er daarna andere “machthebbers”, hoewel het er in de praktijk vaak op neer kwam dat de oude regentenfamilies nog steeds in functie bleven. Het ontzag voor die families zal door de omwenteling wel iets zijn afgenomen.

Dus Coendert Engberts durfde dat proces te beginnen.  Tussen 1770 en 1781 had hij met de zijnen diverse werkzaamheden uitgevoerd in Smilde in opdracht van Daniël de Blocq etc. De rekeningen stonden nog steeds open en de erfgenamen moesten nu de beurs maar eens trekken.

En er was nog een tweede rekening te vereffenen. Een schuld van 875 caroliguldens wegens een obligatie ter zake van arbeidsloon en materialen en dergelijke. Ook hier was door Daniël en later diens erfgenamen nog niets terugbetaald en daarom werd hierover ook een proces gestart.

In beide aktes staan alle nog levende broers en zusters vermeld. Dat zijn:
1.    Coendert Engberts zelf, wonend in Makkinga voor zichzelf en met cessie van
2.    Oost Egberts als man en voogd over Swaantje Engberts te Oldeberkoop,
3.    Hendrik Engberts te Makkinga,
4.    Marten Engberts te Smilde,
5.    Yda Engberts weduwe van Jan Hendriks te Smilde,
6.    Trijntje Engberts met haar man Hermanus Hagen te Steenwijk,
7.    Johannes Hendriks als man en voogd over Jantje Engberts te Makkinga.

Het gezin is afkomstig uit Makkinga, dat blijkt als de kinderen trouwen.

Makkinga in het voorjaar

Van voor 1732 is er niets van de DTB van Makkinga bewaard gebleven. Dan is zo’n akte die toevallig op je pad komt toch een steun in de rug.

De ouders zijn Engbert Coenderts en Berberke Martens, over wie meer is te vertellen. Gelet op de lengte die deze van deze publicatie daardoor zou krijgen heb ik hem in drie delen gesplitst. De ouders en hun voorgeslacht staan daarom voor een volgende keer op de lijst.

Ik heb geprobeerd iets van het nageslacht van Engbert en Berberke terug te vinden.

Makkinga in de mist

Uit de aktes zelf blijkt al wel dat de familie of in Makkinga is gebleven of zich heeft verspreidt naar Oldeberkoop, Steenwijk en Smilde.

1.    Coendert Engberts bleef waarschijnlijk ongehuwd en woonde in Makkinga.
2.    Van Yda Engberts (in Smilde) heb ik weinig nageslacht kunnen terugvinden, in elk geval niet na 1811. Toen ze in 1763 trouwde met Jan Hendriks staat aangegeven dat ze weduwe was.
3.    Marten Engberts vertrok ook naar Smilde en liet daar en in Assen een nagelacht van bakkers en ververs (schilders) na met de achternaam De Vries.
4.    Swaantje Engberts ging naar Oldeberkoop en werd (schoon)moeder van een nageslacht met de achternaam  Westerhof.
5.    Het nageslacht van Hendrik Engberts bleef in het Fries-Drentse grensgebied wonen en ze noemden zich Oosterhof.
6.    Trijntje Engberts vertrok naar Steenwijk, haar nageslacht is daar (via Steunebrink) terug te vinden met de achternaam Spijkervet.
7.    Jantje Engberts bleef in Makkinga en haar kinderen droegen de achternaam Dekker.

Veel heb ik niet van deze familie terug kunnen vinden in oude kranten. Alleen de aangetrouwde Oost Egberts wordt een keer vermeld.

Oost Egberts verkoop

Alles is verder uitgewerkt in een pdf bestand, overigens niet uitputtend, dat laat ik aan onderzoekers uit de families zelf.

Voor de fragmentgenealogie van de nakomelingen van Engbert Coenderts en Berberke Martens klik hier

Wat de uitkomst van de processen is geworden, dat heb ik niet terug kunnen vinden, misschien heeft men de zaken in der minne geschikt. Voor mij waren eerst de namen Marten, Engbert en Hendrik de reden om eens goed naar dit gezin te kijken. Geen familie van mij dus, misschien wel van U.

Voor het vervolg, de voorouders van Engbert en Berberke, klik eerst hier en daarna hier.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.