Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Snuitkeverwants

’t Is bijna afgelopen met de rondkruipende wantsen. Er komt nachtvorst aan en ze zullen hun schuilplekjes moeten gaan opzoeken. Toch kreeg ik in de afgelopen weken nog een aantal voor de lens. De onderstaande lijkt op het eerste gezicht helemaal gaaf. Dat is hij ook wel, maar hij heeft z’n antennes verstopt onder het lichaam. Dat maakt het moeilijker om hem te determineren.

Snuitkeverwants

Maar …., hij kroop verder, waardoor de uiteinden van z’n voelsprieten zichtbaar werden. Bij deze zijn de uiteinden geel. Dat maakt hem bijna zeker tot een Snuitkeverwants. We kennen ook nog de Troilus Luridus, die misschien net iets meer bronskleurig is, maar het laatste segment van hun antennes is zwart met vlak voor dat laatste segment een gele ring.

Snuitkeverwants

Hierboven zie je dat hij zijn lange zuigsnuit onder het lichaam houdt. Hieronder zie je het gele uiteinde van de antennes goed.

Snuitkeverwants

Tenslotte nog een nimf van waarschijnlijk ook weer de Snuitkeverwants. In het nimfenstadium zijn de uiteindes van de antennes wel zwart.

nimf van Snuitkeverwants

’t Is maar net hoe ver hij in zijn ontwikkeling is.

nimf van Snuitkeverwants

Moeilijk, die nimfen, ze lijken zoveel op elkaar. Uiteindelijk gaat het me er om te laten zien wat er allemaal kan rondkruipen. Hoe dan ook, de wantsen zijn bijzonder omdat ze zo vaak van jas wisselen. Het is altijd maar weer afwachten wat er op zo’n moment in de mode is.

Advertenties

3 Reacties

  1. Daar had ik geen idee van dat er nu nog zoveel rondkruipt.
    Knap dat je ze kunt determineren.

    13 oktober 2011 om 20:37

  2. …en knap gefotografeerd bovendien…

    14 oktober 2011 om 01:38

  3. Mooie foto’s en je hebt gelijk … volwassen exemplaren gaan nog wel wat determineren betreft maar nimfen is veel lastiger, ik geloof dat ze vijf keer van gedaante wisselen he? Ik vraag stiekum meestal wat hulp op een forum

    14 oktober 2011 om 10:20