Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 28 augustus 2011

Manslachtigheid

Abel ten Clooster, de redger van Middelstum had in 1629 een ernstig probleem betreffende Rembt bakker, die hij gevangen had genomen. Hij schreef daarop een brief naar jonker Evert Lewe, Gedeputeerde staat, “mijnen gunstigen” te Groningen met de vraag hoe er verder moest worden gehandeld.

Spiegelende zonsondergang

De inhoud van de brief was vrij vertaald ongeveer als volgt (aangepast naar modern Nederlands):

Nadat ik Uwe Edele Erenfeste (= de jonker) had ingelicht over Rembt bakker te Middelstum betreffende het ongeval dat hem lange tijd geleden was overkomen met zijn echtgenote, zo is het nu dan dat ik gisteren en vandaag verscheidene klachten over deze Rembt heb gekregen. Niettegenstaande het verbod dat Rembt heeft gekregen om zich in het rechtsgebied van Middelstum te bevinden, verblijft hij daar echter wel dagelijks en gaat met iedereen om. Veel mensen, in het bijzonder vrouwen zijn heel erg bang voor hem. Ja, zelfs zijn er vrouwen ziek geworden zodra zij Rembt gezien of gehoord hebben. Ook is er sprake van dat paarden en koeien ziek zijn geworden als Rembt in de buurt is geweest.

Het belangrijkste echter is, en dat weet ik nu zeker, dat Rembt in de oosterburen het huis van een huisman is binnengegaan om graan (weijt) te kopen. Zodra hij naar binnen ging heeft de vrouw des huizes geroepen “laat Rembt bakker niet binnen want ik ben heel erg bang voor hem”. Rembt ging echter wel naar binnen en bleef ook binnen om te dorsen. De vrouw is daarop direct ziek geworden, klagende over zware pijn in de zijkant van het hoofd en ernstige benauwdheid op haar hart. Daarop wilde die vrouw samen met Rembt iets drinken om daardoor weer genezen te worden. Dat weigerde Rembt, hij is weggegaan en liet de vrouw jammerlijk liggen.

De buren zijn hem gevolgd naar Ewsum ten huize van Pieter Jansen en hebben Rembt daar gevraagd om iets uit een beker te drinken zodat het resterende vervolgens aan de jammerlijk achtergelaten vrouw kon worden gegeven. Rembt weigerde ook dit maar na lang aandringen van Pieter Jansen, Nese moeij en andere goede mensen is Rembt toch naar de op sterven na dode vrouw gegaan, welke ook nog eens in verwachting was. Daar heeft Rembt die vrouw nog gekust welke daarop is gestorven. Het volk en de buren klagen en zeggen dat die vrouw door Rembt manslachtig, zoals het wordt genoemd, is geworden en daardoor gestorven.

Dus heb ik vanmorgen de wedman ambtshalve opdracht gegeven om Rembt aan te houden en naar het rechtshuis te brengen. Rembt had gezegd geen stap te zullen verzetten en niet mee te gaan, wat de wedman, de regder of zelfs de jonker ook maar wilden. Daarom ben ik zelf naar Rembt toegegaan met de wedman en enkele van zijn buren en heb hem opgebracht naar het rechtshuis. Daar zit hij nu ingesloten. Hij ontkent ook maar enige schuld aan de dood van zijn echtgenote te hebben.

Daarom verzoek ik Uwe Edele Erenfeste mij zo goed mogelijk te adviseren hoe ik verder moet handelen, want dit is een zaak van groot belang.

Middelstum 19 maart 1629, getekend Uwe Edele Erenfeste dienstwilligen Abel te Clooster, redger.

Spiegelende zonsondergang

De brief verstrekt niet alle details, maar je kunt concluderen dat langere tijd geleden de vrouw van Rembt was overleden, waarschijnlijk onder wat onduidelijke omstandigheden. Omdat mensen, vooral vrouwen, paarden en koeien ziek werden zodra Rembt in de buurt kwam moest er “iets” van Rembt afstralen. Dat maakte Rembt tot een beangstigend personage. Aan hem was al de toegang tot het rechtsgebied van Middelstum ontzegd, waar Rembt zich overigens niets van aantrok. Nu was het dan zover dat er zelfs een vrouw was gestorven die in direct contact met Rembt was geweest. Het ging van kwaad naar erger. Door de bevolking werd de term manslachtig gebruikt. Men dacht vroeger dat dieren, maar zoals uit deze brief blijkt dus ook mensen, manslachtig konden worden als ze met een moordenaar / doodslager in aanraking waren geweest.

In oude rechtsbronnen wordt “manslag” als rechtsterm vermeld. In 1835 gaf jonkheer Mr. Montanus Hettema de Jurisprudentia Frisica uit, een handschrift uit de vijftiende eeuw.  In titel 58 artikel 2 lees je:

“Van zoo velen, als er gaan tot eene kwade daad, welke moorddaad is, is ieder, die bij den manslag geweest is, manslagtig, en ieder is verpligt, den moord te boeten.”

In een aantal andere artikelen uit datzelfde handschrift wordt het begrip “manslag” altijd in verband gebracht met een moordenaar / doodslager, een (mede)pleger of soms medeplichtige. Manslag was dus moord of doodslag. In de loop der tijd werd ook het ongewild, maar vermijdbaar, ombrengen van iemand manslag genoemd. Twee eeuwen later had dat begrip dus een nog extra dimensie gekregen,  door contact met een manslachtige kon je een ziekte krijgen, de manslachtigheid. Daar hing een mysterieus aureool omheen, iets van tovenarij. Dat blijkt wel als de zieke vrouw uit de brief samen met Rembt iets uit dezelfde beker wil drinken om weer genezen te worden. In “Uit Frieslands Volksleven ” beschreef Waling Dijkstra dat manslachtigheid kon worden genezen door het eten van een stuk brood dat was gesneden met hetzelfde mes als waarmee de moord was gepleegd.

In eerste instantie denk je dat Rembt beschuldigd zou worden van het moedwillig niet willen helpen van een zieke vrouw. De reden van aanhouding blijkt een andere te zijn. Het beeld dat de brief opwerpt is dat dieren en nu dus ook een mens ziek (manslachtig) zijn geworden door toedoen van Rembt. Daaruit moest dus wel geconcludeerd worden dat Rembt niet onschuldig was aan de dood van zijn eigen echtgenote. Daarvoor werd hij dan ook aangehouden en verhoord. Maar Rembt ontkende alle schuld aan het overlijden van zijn echtgenote.

Redger Abel ten Clooster kon toen wel enige hulp van jonker Evert Lewe gebruiken. Helaas, het antwoord van de jonker is mij niet bekend. Ook niet hoe het verder is gegaan met Rembt. Een onbekommerd leven zal Rembt nooit meer hebben gehad. Als het wel tot vervolging is gekomen leidde dat in die periode vaak tot verbanning. Kort daarvoor werden “tovenaars” nog tot de brandstapel veroordeeld.

bron: 19e eeuws afschrift uit het familiearchief Lewe, Groninger archieven.

P.S.: de foto’s zijn niet gerelateerd aan het onderwerp, maar hebben ook wel iets mysterieus in zich.