Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 14 augustus 2011

Weldoende vreest niemand

Ongepast gedrag in het openbaar vervoer, het is van alle tijden. Zo ook in 1798 toen Iwe Itskes uit Grootegast zich in de trekschuit misdroeg ten opzichte van de dochters van de medicus Johannes Phaff.

trekschuit

Je zou verwachten dat de politie erbij werd gehaald. Dat gebeurde echter niet, het was de kerkeraad van Grootegast die zich ermee bemoeide. Er werd een schikking getroffen. De tekst daarvan luidde:

Ik ondergeschrevene, Iwe Itskes, woonachtig te Grotegast verklaar mits dezen, dat ik een en andermaal in boosheden vermaak schepte, en die ter uitvoer brachte, om mijne medemensch schandelijk te bejegenen, hetwelk ik op den 6 februari 1798 in de trekschuite van Grotegast, onbedagtelijk tegen de dochters van Johs Phaff, medicinae praktikus, begaan heb.

Ik beloof mij altoos van zulke daaden te onthouden, maar mij als een eerlijk, trouw en gerust burger te gedragen en mij aan de wetten onzer republiek gehoorzaam te onderwerpen.

Door tusschenkomst van den Eerw. Kerkenraad dezer plaats is bovengemelde zaak tusschen mij en den Doctor Johs Pffaf vereffend, mits dat ik tot schadevergoeding van die Godvergetene en schandelijke daad, aan de armen dezer plaats zal geven een som van f. 14,-,- zeg veertien Hollandse guldens, waarvan ik beloof de eerste helft te betalen den 1 maij 1798 en de laatste helft den 1 november 1798, terwijl dit zal dienen ter voorkoming van alle ernstige en gerechtelijke vervolging, want ik wil indagtig zijn aan de loflijke spreuk welke men te Gouda aan de galg leest: Weldoende vreest niemand !

getekend: Iwe Itskes

Aldus gedaan den 12 februari 1798 te Grootegast in tegenwoordigheid en door bemiddeling van den ondergeschreven kerkenraad.

getekend: U.W. Thoden van Velzen predikant ter plaats, Derk Allerts ouderling, Cornelis Berents diaken, Geert Lucas diaken.

Geen gerechtelijke vervolging dus, maar een “vrijwillige” bijdrage aan de armenkas.

De spreuk “Weldoende vreest niemand” aan de Goudse galg wordt in “Het Boek der Opschriften” vermeld als “Die wel doet hoeft niet te vreezen”. Of Iwe ooit in Gouda is geweest ? Denkelijk niet. Het woord “galg” zal wel zijn blijven hangen.