Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 7 mei 2011

Grote ogen

Het was de vraag of een rondje Merskenheide veel fotomateriaal zou opleveren. Het was warm en dan kruipen zelfs kleine insecten in de schaduw. Maar het viel mee, ik heb nauwelijks kleine kruipers gezien, wel wat fladderaars en aan het eind zelfs een paar grote ogen.

Een Tjiftjaf was zijn liedje aan het zingen. Hij had er een mooi plekje voor opgezocht. Zo tussen die takjes leek het net alsof hij zijn eigen muziekkoepel had gecreëerd.

Tjiftjaf

Aan een blad hing een vlinder amechtig te wezen. Een Blauwbandspanner (Cosmorhoe ocellata). Het blauwe in zijn vleugels lijkt hier meer grijs, dat zal wel van de lichtinval komen. Een vrij algemene vlinder.

Blauwbandspanner

In het gras hing een Bonte bandspanner (Epirrhoe tristata). Het lijkt wel alsof hij ogen op z’n vleugels heeft. Ook dit is een vrij algemene vlinder.

Bonte bandspanner

Het bijzondere van de wandeltocht kwam tegen het eind. Vlak naast het pad hing een Nachtpauwoog (Saturnia pavonia) in de bladeren. Dit is een mannetje, dat zie je aan z’n bruine kleur en de grote veren op z’n kop. Met die die veren kan hij een vrouwtje “van mijlenver” ruiken. Dat vrouwtje is groter en grijzer en is eigenlijk alleen maar ’s nachts actief.

Nachtpauwoog (m)

Hij liet zich goed fotograferen maar hield wel z’n vleugels gesloten. Z’n ondervleugels zijn geel en daarop staan ook nog eens twee iets kleinere ogen. Die laat hij alleen zien bij gevaar. Waarschijnlijk werd ik niet als zodanig herkend. Maar hiermee ben ik ook tevreden. Een niet zo vaak geziene vlinder die ook nog eens rustig blijft zitten is ook wat waard.