Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 24 september 2010

Caudale autotomie

Tussen de buien door begon ik een wandeling in het Wijnjeterper schar. Paddenstoelen misschien?, een vogel ergens? Voor macro’s was het ongeschikt weer. Bij de pingo aangekomen was er weinig te zien. Een kikker sprong in het water, hoog in de lucht zweefde een Buizerd, ergens in de buurt kikte een Specht. Opeens dook er een watervogel op in de pingo. Het is mij nu wel duidelijk, er zitten een aantal Dodaars in die dobbe. Zodra je in de buurt komt vertrekken ze naar de overkant. Deze was nog onder water toen ik aan kwam lopen. Spoorslags vertrok deze en voegde zich bij de familie aan de overkant.

Dodaars

Aan de oever stond één lichtpuntje te bloeien. Een Grote wederik. Meestal staan ze in grote groepen, dit was daar de enige.

Grote wederik

Toen was het uit met de pret. Ik heb nog een poos op het bankje zitten wachten op ontwikkelingen maar die kwamen niet. Vervolgens ben ik naar de plaats gelopen waar ik een paar weken geleden een tiental Levendbarende hagedissen had gezien. Ze waren er nog maar deze keer zag ik er slechts drie stuks.

Levendbarende hagedis

Hoewel ik op respectabele afstand bleef vluchtte deze toch in een hol. Daarbij kon ik de onderkant van de hagedis heel kort zien. Het reptiel was gelig op de buik, wat meestal betekent dat het een vrouwtje of een juveniel exemplaar is.

Levendbarende hagedis schiet zijn hol in

Ze leken allemaal wat paniekerig en dat had waarschijnlijk ook wel een reden. Misschien zijn er intussen een aantal verorberd door roofdieren.

Levendbarende hagedis zonder afgetrokken staart

Eentje zag er niet uit. Bijna zijn gehele staart was verdwenen. Dat is overigens een bekend verschijnsel bij hagedissen. Als ze bij de staart worden gegrepen kan die staart afbreken, meestal op een plaats die van nature al zwak is. Een soort van dilatatievoeg om het maar eens anders uit te drukken. De staart blijft nog een poos bewegen door zenuwtrekking en het roofdier focust zich daarop zodat de “prooi” zich in veiligheid kan brengen. Die vorm van zelfbescherming heet caudale autotomie (=zelfbewegende staart). Natuurlijke vijanden zijn sommige roofvogels maar ook slangen. Soms grijpt een loslopende hond ook wel eens een hagedisje. Of misschien heeft die schildpad die in de pingo zit hem wel te pakken genomen. Zo’n staart kan alleen maar afbreken als er aan wordt getrokken, uit zichzelf afvallen is niet mogelijk. Als het goed is krijgt deze wel een nieuwe, echter veel kortere staart.