Natuurfotografie, Streekgeschiedenis, Genealogie

Archief voor 22 augustus 2010

Pruimsop

Een blog van Hendrika over onrijpe pruimen deed me onmiddellijk denken aan een predikant, lang, heel lang geleden. We schrijven ergens tussen de jaren 1676 en 1681. Dominee Onias (Oene) Jorna van Finkum stond op een zondag te preken, maar dat ging hem niet gemakkelijk af. Dat blijkt wel uit onderstaand handschrift:

Pruimsop

De uitwerking is als volgt:

Dominee Jorna van Finkum wierd op een namiddag onder ’t preeken agterlastig. Hij zeide wel drie maal:  “De natuur dringt mij toch” en voer telkens weer met de prediking voort. Eindelijk liep hij met geweld (van de preekstoel) af na  (=naar) sijn vrouw, seggende: “Jissel geef mij de kaaij (zijnde hun secreet binnenshuis), Jissel geef mij de kaaij, dat koomt van’t pruimsop.”

Dat niet alles van een leien dakje ging bij het maken van zo’n preek blijkt wel uit het tweede deel van het handschrift:

Bij den selve Dominee Jorna (marge: overleden 1702 te Exmorra) kwam sondagsmorgen de schoolmeester, vragende of maar (de kerkklok) luiden zoude. Dese vond hem op de rug over de vloer leggende met de Bijbel op’t hooft. “Hoe nu dominee?” zeide de meester, “wat is dit?”. “Wel man” zei dominee “het wil niet in de kop, nu wil ik eens zien of’t er so niet in wil.”

Opmerkingen:

Onias Jorna noemde zijn vrouw Jissel, in werkelijkheid heette ze Isabella (Schuyringh). Samen kregen ze minstens twaalf kinderen.

Een secreet was een WC, beter gezegd een ton in een hokje, zonder waterspoeling natuurlijk.

De deur van de pastorie zat die middag op slot, de domineesvrouw had de “kaaij” (=deursleutel) in de tas.

Een woord dat we niet meer kennen is “agterlastig” of in de huidige spelling achterlastig. Ze konden vroeger in één woord veel uitdrukken.

Bron: Digicollectie van Tresoar, handschrift Hs 1009 door E.M. van Burmania.